Artikelen

Is ‘verbinden’ de nieuwe magische formule voor organisaties?

Verbinden, een woord dat je steeds vaker hoort vanuit de wens om met iets en vooral met iemand of anderen in contact te staan. Binnen veel organisaties kom ik het tegen: “We moeten ons verbinden,” alsof het een magische formule is die dan de basis zou kunnen vormen voor wat men wil doen, of wat men met elkaar wil bereiken. Vaak wordt het pregnanter als er een verandering heeft plaatsgevonden waarbij we er dan van uitgaan dat die verandering een negatief effect zou scoren binnen de gemeenschap of binnen de relatie. Het klinkt zo makkelijk en voor de hand liggend, maar er komt veel meer bij kijken.

De basis is qua uitleg eenvoudig: je verbindt je met iets of met iemand. Dat kan zowel in een enkelvoudige vorm: ik verbind me met iets of met iemand, als in de meervoudsvorm: ik verbind me met meerdere dingen of ik verbind me met mijn collega’s.

Daarnaast zijn er nog andere vormen van verbinden: plakken, contractueel vastleggen, een (wond)verband aanleggen. Risico’s zijn ergens aan verbonden, verbinden betekent ook schakelen in een internet of telefoonnet, aanhaken, aanzetten,  samenvoegen, koppelen en zo kan ik nog een hele pagina doorgaan. In dit artikel wil ik me ‘slechts’ beperken tot het verbinden aan een doel (van een bedrijf, organisatie of team) en verbinden met een collega of met meerdere collega’s.

Verbinden met een organisatie

Het verbinden met een organisatie is een psychologisch proces. Iets of iemand in die organisatie maakt dat jij je daarmee wilt verbinden. In zijn boek ‘De Flexibele mens’ schrijft Richard Sennet dat dit een onbewust proces is. Neem het voorbeeld van een sollicitant die na een sollicitatiegesprek thuiskomt en wordt geconfronteerd met de vraag hoe het was. In negen van de tien gevallen komen er dan eerst antwoorden uit als “Het lijkt me wel wat,” of “Het voelt wel goed.” Onbewust toetsen we of de informatie die we gekregen hebben bij ons past. Dat heeft dan vaak te maken met het feit dat besproken of onuitgesproken waarden gevoelsmatig overeenkomen met onze persoonlijke waarden.

“Verbinding kan alleen maar verder groeien als de doelen van de organisatie ook ruimte laten voor de realisatie van onze persoonlijke doelen zodat we met het bedrijf kunnen groeien en ons kunnen ontwikkelen.”

Zo gaat dat ook met de visie van een organisatie of van een team. Als die aanspreekt, ons kan inspireren, dan willen we ons daarmee verbinden. Die verbinding, het psychologische contract, wordt hechter naarmate de verwachtingen die we er vaak (onbewust) bij hebben worden bewaarheid of wanneer het gedrag om ons heen overeenkomt met dat waar we op hadden gehoopt of wat we hadden verwacht. Dit kan alleen maar verder groeien als de doelen van de organisatie ook ruimte laten voor de realisatie van onze persoonlijke doelen zodat we met het bedrijf kunnen groeien en ons kunnen ontwikkelen.

De denkniveaus van Robert Dilts vertaal ik in onderstaande kolom naar het sociaal-psychologische proces:

Denkniveau Dilts Sociaal-psychologisch proces
1.    Inspiratie Verbinding aan de binnenkant
2.    Identificatie Ontvankelijkheid
3.    Overtuiging Draagvlak
4.    Vaardigheden Integratie
5.    Gedrag Overdracht
6.    Omgeving Buitenkant

 

Het schema geeft al aan dat verbinding alleen kan ontstaan als er sprake is van inspiratie. Worden we geïnspireerd door een visie, een doel, het product of door de plannen van ons bedrijf en onze leidinggevenden, dan gaan we ons ermee identificeren: het wordt dan iets van onszelf.

De uitdaging om mensen te verbinden aan een bedrijfsvisie of -doel zit dus in het identificatieproces. Te vaak zie ik dat organisaties de verbinding proberen te realiseren vanuit de omgeving (een nieuw logo of een nieuwe bedrijfskleur) of je ziet organisaties druk bezig zijn met het overtuigen van hun medewerkers dat de verandering zo nodig is en dat het allemaal prachtig wordt, waarna ze zich vaak teleurgesteld afvragen waarom het niet is gelukt. Vaak gaan ze dan nog harder roepen dat het zo mooi en nodig is en toch werkt het dan niet. Dilts is daar duidelijk over: als het op één van de niveaus niet lukt, zoek dan de oorzaak niet op dat niveau maar op het voorliggende niveau. Met andere woorden: als het niet lukt draagvlak voor iets te krijgen (overtuiging), dan wil dat zeggen dan het ontbreekt aan de ontvankelijkheid (identificatie) dat je dan moet onderzoeken wat daar is blijven liggen.

Verbinding met een of meerdere collega’s

Om in verbinding te komen met een collega, of breder gezien: een ander mens, is onze verwachting vaak gericht op de ander. Afhankelijk van wie die ander is en hoe deze zich gedraagt, wordt onze bereidheid groter om ons daarmee te verbinden. Toch gaat daar nog iets aan vooraf. Om ons te kunnen verbinden met een ander komen twee aspecten aan de orde. Het eerste is de vraag “Wie ben ik zelf?” en dan komt pas de vraag: “Hoe verhoud ik me tot de ander?”

Wie je bent, heeft te maken met de verbinding die je met jezelf hebt, hoe je naar jezelf kijkt, wat je zelfbeeld je laat zien. Als je stevig in je schoenen staat en je bent je bewust hoe je in het leven staat en je kent je eigenwaarde, dan zal het relatief makkelijker zijn om in contact te komen met de ander. Sta je daarentegen minder sterk in je schoenen en ben je een onzeker of verlegen iemand, dan duik je als het ware weg voor jezelf omdat je (wederom onbewust) niet graag ziet dat een ander jou zo ziet. In het contact met anderen kun je je bewust worden van hoe de ander je ziet of bewust worden van iets wat je bij de ander ziet en wat bij jou ontbreekt. De ander spiegelt als het ware jouw zijn.

Vergelijk het met een rugzak: je wordt gevormd door wat er in jouw rugzak zit. Die bagage bestaat uit je opvoeding, het gezin waar je uit komt, je opleiding, religie, je ervaringen, onderwijs en zo kan ik nog wel even doorgaan.  De ander heeft ook zo’n rugzak. In contact met een ander komen als het ware die rugzakken bij elkaar en je ‘monstert’ de ander zoals de ander jou ook bekijkt. Zijn we zeker dan aarzelen we niet en leggen we contact, maar als één van jullie beiden aarzelt dan wordt er dus iets waargenomen of gevoeld zonder dat men weet wat dat is. Wat er gevoeld wordt kan bekend zijn als je de ander al kent maar als je een totaal onbekende voor je krijgt dan reageer je vanuit je primaire gevoel dat je bij die ander hebt (“Ze lijkt me wel leuk,” of “Hij keek toch arrogant naar me”). Pas als de ander begint met het openen van diens rugzak worden beelden bevestigd, versterkt of afgezwakt. Uit deze simpele beschrijving wordt duidelijk dat ‘in verbinding’ komen met een ander helemaal niet zo makkelijk is. Het vraagt van je om je te ‘openen’ voor die ander.

Verbinding op vier niveaus

Ik ga het nog een beetje moeilijker maken, omdat de verbinding met de ander ook wordt beleefd vanuit de vier intelligentieniveaus: IQ, FQ, EQ en SQ

Vanuit het IQ: onze ratio, kennis en ervaringen bepalen hoe we op dat niveau naar de ander kijken. Ervaren we iemand als slim, intelligent, een betweter of als dom, dan zal onze verbindingsbereidheid daarmee worden gevoed.

Ons EQ, de emotionele intelligentie, stuurt ons gevoel: welk gevoel roept de ander bij me op? Voel ik me aangetrokken of afgestoten? Intrigeert de persoon mij of niet? Op basis van de gevoelservaringen die we met een ander hebben, bepalen we of we ons kunnen en willen verbinden.

Ons FQ: de fysieke intelligentie heeft te maken met het luisteren naar ons lichaam. Wat roept mijn lichaam op bij het zien van de ander? Is het beeld dat ik van de ander zie een beeld dat aantrekkingskracht op mij heeft of dat mij juist afstoot? Onderzoek heeft vastgesteld dat we primair reageren op onze eerste indrukken van de ander. Zien we een aantrekkelijk iemand dan zijn we sneller geneigd ons te ‘geven’ dan bij een onaantrekkelijk of onooglijk iemand.

Ten slotte ons SQ, spirituele intelligentie. Dat heeft te maken met onze kracht te luisteren naar onze kern, waarbij onze authenticiteit onze vrijheid borgt om eigen keuzen te maken. Onze spirituele intelligentie in het in verbinding komen met een ander helpt ons bij vragen als “Waarom komt deze persoon op mijn pad? Voel ik dat er al iets is tussen ons zonder dat ik die persoon ooit eerder heb gezien of heb ik al iets met die persoon meegemaakt dat overeenkomt met de wijze waarop ik dingen beleef?”

Om in verbinding te komen of te blijven met een ander spelen al deze mechanismen een belangrijke rol. Vaak gaat het heel makkelijk, dan is die verbinding er onmiddellijk en dan hebben alle mechanismen die ik hierboven beschrijf al hun werk gedaan. Komen we echter in een situatie waarin het allemaal niet zo vlot en makkelijk gaat, dan helpt het te onderzoeken waar het op vastloopt.

Daan Fousert

Daan Fousert (1947) is redactielid en auteur voor Pioniers Magazine. In de redactie is 'leiderschap' zijn aandachtsgebied. Daan wordt algemeen beschouwd als de grondlegger van Servant Leadership in Nederland. Hij schreef diverse boeken over Management, Human Resources en Dienend-Leiderschap. Zijn professionele focus is gericht op de volle breedte van leiderschap en de ontwikkeling van mensen. Momenteel is hij algemeen directeur van Servant-Leadership Solutions. “Het oude leiderschap is dood, en om het nieuwe aan te duiden hebben we allerlei woorden nodig die de aandacht in feite alleen maar afleiden van waar het werkelijk om gaat. Al die adjectieven verhullen dat we bij leiderschap geen eigen, grootse connotatie meer hebben. Ik heb me verbonden met dienend leiderschap, maar die term omvat niets wat met het woord leiderschap alleen niet ook te duiden valt. Echt leiderschap ís dienend. Al het andere is geen slecht leiderschap, het is géén leiderschap. Hou het simpel.” Daarnaast is Daan beeldhouwer en auteur van inmiddels al weer 6 romans.