Winkelmand

Artikelen

Uit angst voor de dood zetten we het leven stop

Een epidemioloog ben ik niet. Ook geen econoom. En godzijdank geen minister-president in deze tijden. Dus of ik een kritisch stuk mag schrijven over de huidige coronamaatregelen vind ik spannend. Maar in de huidige flinterdunne democratie is, naar mijn mening, elk geluid belangrijk. En mijn geluid gaat over onze omgang met de dood in de Westerse samenleving. En hoe onze angst voor de dood ons leven kan doen verlammen. Zo blijkt.

“Het coronavirus, wat onder andere kan worden verspreid als gevolg van ontbossing, is mijns inziens een signaal van moeder natuur aan de mensheid dat onze levensstandaard ten koste gaat van enorm veel.”

Jaarlijks gaan er zo’n 150.000 mensen dood in Nederland. Dagelijks zo’n 400. We gaan dood aan van alles. Dementie, kanker, hartfalen, longontstekingen, griep. De laatste weken weten we allemaal precies hoeveel mensen er dagelijks sterven aan het coronavirus. De pieken lagen rond 150 overledenen per dag. Ongeveer evenveel mensen overlijden structureel aan kanker. Het hele jaar door, elke dag. Mij schokken de huidige sterftecijfers daarmee eerlijk gezegd niet zo. Het virus vind ik dan ook niet de grootste bedreiging voor onze gezondheid. Grotere bedreigingen vind ik bijvoorbeeld de slechte luchtkwaliteit, de uitrol van het amper onderzochte 5G-netwerk, onze leefstijlen met veel computertijd binnen en weinig buiten. Het coronavirus, wat onder andere kan worden verspreid als gevolg van ontbossing, is mijns inziens een signaal van moeder natuur aan de mensheid dat onze levensstandaard ten koste gaat van enorm veel. Inclusief uiteindelijk ten koste van onszelf, maar dat lijken we nog niet helemaal door te hebben. In deze zin vind ik corona een geschenk, mits het ons parasietengedrag structureel zal doen veranderen. Maar nog meer vind ik corona een geschenk in relatie tot ons bewustzijn van de dood.

“Ik kan de dooddoener niet vaak genoeg herhalen: de dood is onderdeel van het leven. Er is nog nooit iemand aan ontsnapt.”

De dood lijkt wel echt

Opeens is de dood namelijk iets echts. Iets reëels dat jou kan overkomen. Dat mij kan overkomen. Dat onze vader of moeder kan overkomen. Zoals psychiater Damiaan Denys zegt in een interview met NRC: “De discussie over sterfelijkheid wordt nu door het virus eindelijk concreet.” Wat hem betreft zouden we het virus moeten omarmen, wat hem niet in dank werd afgenomen door de lezers. “De heersende maakbaarheidsopvatting is dat mensen zélf wel kunnen bepalen hoe we leven, hoelang we leven en zelfs hoe we sterven. Ik doe vooral een aanklacht tegen onze behoefte om het leven en de dood tot in den treure te controleren.” Ik ben blij met zijn geluid, zeker vanuit de medische hoek.

Ook mijn buurvrouw gaf een verhelderend inzicht. Toen ik voor de deur in de zon zat, liep ze haastig voorbij. Haar ogen zagen moe. Ze werkt in twee IC’s en ervaart dagelijks de hoge werkdruk van corona, het tekort aan beschermingsmiddelen en de moeilijke beslissingen over leven en dood (die IC-artsen niet vreemd zijn overigens). Ze vertelde dat ze de hysterie en de verregaande maatschappelijke maatregelen niet snapt. Inderdaad, het virus blijkt lastig te bestrijden en het is vol op de IC, maar dat dit probleem het dagelijks leven nu ontwricht, kan ze niet rijmen. Bij twee derde van de patiënten vraagt zij zich af of zij überhaupt op de IC terecht moeten komen. Bij een hogere leeftijd en aanvullende gezondheidsproblemen zijn de overlevingskansen zo laag, dat de laatste fase misschien beter thuis doorgebracht kan worden. Naar inzicht van mijn buurvrouw kon de bezetting van de IC’s flink naar beneden gebracht worden. Zij is ongeveer de enige ‘insider’ in mijn kring, dus ik neem het maar van haar aan. Maar los van of haar inschattingen wel of niet kloppen, verfriste ook dit geluid me.

“Waar onderwijs de grote maatschappelijke gelijkmaker zou zijn, lopen kansarme kinderen onmeetbare achterstand op.”

Wat er echt op het spel staat

Tussen alle sterftecijfers en IC-bezettingsgraden door komt bij mij telkens weer dezelfde vraag naar boven: wat kunnen we incasseren? Als mensen, als maatschappij? Welke maatregelen voeren we door voor welke problemen? “Ik weet eigenlijk niet wat het doel is”, zei hoogleraar filosofie en oud Denker des Vaderlands Marli Huijer. Zij bevraagt de maatregelen erg treffend en maakt zich in de kern vooral zorgen dat het democratisch gesprek amper wordt gevoerd. Dat we bij een hardnekkig virus goede voorzorgsmaatregelen nemen zoals handen wassen, zoveel mogelijk op afstand blijven en thuisblijven bij symptomen, snap ik. Maar dat scholen sluiten, mensen hun baan kwijtraken en ondernemers failliet gaan: zijn de maatregelen dan nog wel in verhouding? Want dit zijn nog maar de eerste dominosteentjes. Waar onderwijs de grote maatschappelijke gelijkmaker zou zijn, lopen kansarme kinderen onmeetbare achterstand op. Om nog niet te spreken over de effecten van stress op huiselijk geweld, verwaarlozing en misbruik. Juist hier spreken we over mensenlevens die onnodig op het spel staan. En hoe zal dit vervolgens doorwerken op onze maatschappij?

Is de dood echt zo ondraaglijk?

Uit angst voor de dood lijken we het leven nu te hebben stopgezet, ironisch genoeg. Waar zijn we bang voor, wat drijft onze angsten? Bestaat er zoiets als dat corona een ‘onnodig aantal mensenlevens’ kost? Vinden we het zo ondraaglijk om dood en verlies te accepteren? Als dat zo is, en dat vermoed ik, dan hebben we nog veel werk te doen. Ik kan de dooddoener niet vaak genoeg herhalen: de dood is onderdeel van het leven. Er is nog nooit iemand aan ontsnapt. Het leven is een onvermijdelijke tijdelijkheid. Waarom voelen we deze kramp? Het zou toch ook het tegenovergestelde kunnen aanwakkeren? Dat we het leven juist leren waarderen? Zorgethica en geestelijk verzorger Marieke Schoenmakers ziet het in haar werk gelukkig licht verschuiven: “Het virus roept een gevoel van kwetsbaarheid en van nederigheid op, wat het in onze cultuur overheersende idee van maakbaarheid onderuithaalt. En dat was nodig.”

Het virus stelt iets aan de kaak

Laat corona een grote levensles voor ons zijn. Laten we het inderdaad proberen te omarmen; het is een goede oefening in onze westerse cultuur. Om psychiater Damiaan Denys terug te halen: “Het virus is gewoon een virus. Maar het hangt ontegenzeggelijk sterk samen met hoe wij leven. Als je kijkt naar hoe dit virus zich gedraagt, dan zie je dat zijn succes niet veroorzaakt wordt door het virus zelf, maar door onze stijl van leven. We eten alles op wat we zien. Als je zomaar allemaal beesten gaat opvreten, dan loop je meer risico dat je besmet raakt door een dierenvirus, ja. Als de Westerse mens 30 procent minder per dag zou eten, zou dat veel meer levens redden dan we nu met het bevechten van het virus kunnen doen. Het virus stelt in die zin iets aan de kaak: ons mateloze consumeren en onze wilde rit over de aardbol. We trekken met miljoenen tegelijk per dag over de wereld, en nemen dan dit virus met ons mee. Dat is niet de schuld van het virus, maar van ons gedrag. Het virus dwingt om daar op een andere manier naar te kijken.”

Susanne Duijvestein

Susanne Duijvestein (1986) werkt als onafhankelijk begrafenisondernemer. Als pionier in de conservatieve en geldgedreven uitvaartwereld heeft zij de missie om onze cultuur van afscheid nemen en de dood weer dichter bij onszelf te brengen. Ons hele leven zijn we bezig om onszelf uit te drukken: in ons werk, hoe we eruit zien, wat we doen in onze vrije tijd. Maar dat lijkt te stoppen bij onze uitvaart, terwijl dit de ultieme viering van het leven is en een uniek portret. En bovendien een belangrijk helend ritueel voor als we afscheid moeten nemen. De dood staat in onze westerse cultuur op grote afstand, we lijken in death denial ondanks dat de dood onze onvermijdelijke natuur is. Gedreven door transities op alle niveaus (zelf maakte zij een grote switch na een veelbelovende carrière bij de Rabobank, Slow Food en de Amsterdam Economic Board en een achtergrond als organisatiekundige) laat Susanne zien hoe we dit anders kunnen doen.