Artikelen

Terug naar de onderwijs-gevangenis? Dat nooit meer!

Onlangs heb ik weer twee dagen rondgelopen op een reguliere middelbare school. Twee dagen waarna ik slecht sliep, me gespannen voelde, een slecht humeur kreeg en apathisch raakte. Vooral het gedrag van collega’s raakte me diep. Wat me opviel na anderhalf jaar in het democratisch onderwijs waren de gejaagdheid en agressie van de mensen, de gehechtheid aan procedures en privileges, de onoprechtheid en de afhankelijkheid.

Zonder ademhalen

Veel uren heb ik geen les hoeven geven, dus had ik overdag tijd over om in de docentenkamer en de docenten werkkamer door te brengen. Hoewel ik hoopvol begon en zin had om nieuwe collega’s te ontmoeten en weer eens ouderwets met mijn vak (Nederlands) bezig te zijn, verdween die positieve instelling als sneeuw voor de zon. Het eerste dat me opviel toen ik de docentenkamer binnen kwam, waren de verschillende groepjes die sterk naar binnen gericht waren. Ik werd wel opgemerkt als nieuwkomer, maar onmiddellijk genegeerd. Pas toen ik een bekend gezicht zag en zelf op deze persoon afstapte, werd ik enigszins vriendelijk begroet. Het bleek dat deze vrouw geen tijd voor me had, want haast, haast, druk, maar ze zocht wel iemand op die me verder zou moeten kunnen helpen.

De meneer waar ze me aan voorstelde had tien minuten voor me, want dan moest hij ook weer door. “Je kent het wel: druk, druk, druk.” Lesuren, taken en nog veel te doen. De tien minuten gingen dan ook vooral voorbij met het aan mij duidelijk maken dat iedereen hier weliswaar plezierig met elkaar omging, maar dat ik me wel moest realiseren dat er van me verwacht werd dat ik iedere seconde nuttig en effectief zou besteden bij gebrek aan voldoende tijd voor al die honderdzevenendertigduizend dingen die moesten gebeuren, waarvan er niet één kon afvallen natuurlijk. Hierover mocht ik vooral nooit klagen of zeuren, want dat hoort nu eenmaal niet bij een blije, positieve docent en zo moeten we ons uiteraard wel presenteren aan de leerlingen. Zij moeten immers mee krijgen dat dit een normale manier van doen is waar we ons allemaal aan hebben aan te passen, opdat zij later niet voor vervelende verrassingen komen te staan in het werkleven dat ze nu eenmaal voor de boeg hebben, waar in de eisen er ook niet om liegen.

Deze monoloog werd in één adem, zonder pauze, afgestoken. Tijdens dit verbale en energetische geweld werd ik rondgeleid in de docentenwerkkamer, werd me uitgelegd hoe de computersystemen werkten en wat ik daarmee kon doen en werd ik voorgesteld aan de aanwezige collega’s. Tijdens deze ronde werd me ook duidelijk gemaakt hoe dingen hier allemaal werkten als ik bijvoorbeeld met leerlingen gebruik wilde maken van het computerlokaal of als ik speciale wensen had, wat ik te verwachten had van het roosterteam (niets) en met wie ik het beste op goede voet kon komen te staan als ik dingen voor elkaar wilde krijgen. Zonder persoonlijke contacten kon ik niets voor elkaar krijgen, dat moest ik wel begrijpen. De school zat dichtgemetseld met gewoontes, procedures en protocollen en er werd haastig aan toegevoegd dat die er niet voor niets waren: ze waren heeeeel belangrijk! Zonder gewoontes, procedures en protocollen zouden we immers allemaal ten prooi vallen aan chaos, doelloosheid en anarchie. Dat was nog levensbedreigender dan een adempauze nemen.

In de lerarenkamer: twee gezichten

Hierna had ik behoefte om even tot rust te komen, dus ging ik weer terug naar de intussen redelijk lege docentenkamer. Er zaten twee groepjes mensen bij de verwarming die onvoldoende capaciteit had om de kamer aangenaam te laten voelen. Eerst raakte ik in gesprek met de vrouw rechts van mij, docente maatschappijleer. Zij ging tekeer tegen de directie en het roosterteam en beschuldigde ze van dictatoriaal optreden, machtsmisbruik en kortzichtigheid. Ze was heel erg kwaad en gebruikte krachttermen als “Ik zou de directeur graag op zijn muil slaan, andere taal verstaat hij niet” en “Die trut van het roosterteam wordt waarschijnlijk niet genoeg geneukt, sorry dat ik het zeg.” Gevolgd door: “Denk niet dat je iets aan collega’s hebt, ook niet die van je sectie. Het is hier ieder voor zich en God heeft zich al een tijdje niet gemeld, ook al zijn we een christelijke school”. Daarna bood ze vriendelijk aan om me de weg te wijzen door het gebouw dat nogal ingewikkeld in elkaar scheen te zitten, bedacht zich omdat ze nog zoveel te doen had en beende weg.

Het tweede groepje bestond voornamelijk uit jonge mannen. Ze waren tegen elkaar op aan het bieden waar het ging om hun succes bij de leerlingen: wie was de populairste? Waaraan kon je dit merken? De schuine referenties waren niet van de lucht. De enige vrouw in het gezelschap was lerares godsdienst. Ook zij bleek heel erg kwaad te zijn: op de directie, op de regering, op collega’s, op het roosterbureau, op de leerlingen en eigenlijk op iedereen die het volgens haar gemunt had op haar kostbare vrije tijd. Vrije tijd die zij, als ernstig suikerpatiënte, heel hard nodig had en waar niemand rekening mee wenste te houden. Ook hier waren de agressieve uitvallen en krachttermen niet van de lucht. De directie werd met de dood bedreigd, leerlingen mochten ter plekke onder allerlei vormen van vervoer komen en het roosterteam zou gebaat zijn bij een goed, ouderwets heksenproces inclusief verzuipen en verbranden. Haar collega’s reageerden bevestigend en enthousiast, haar aanmoedigend om nog sterkere termen te gebruiken en nog luider en agressiever te spreken. Toen ze eenmaal uitgeraasd was, raadde ze me aan om het boekje met dagopeningen aan één van haar collega’s te vragen: mocht ik het eerste uur les moeten geven dan kon ik dat boekje gebruiken als leidraad. Iedere week was er een thema dat tijdens de dagopeningen verder uitgediept werd met de leerlingen. Contemplatie stond hoog in het vaandel van deze excellente school. Tot zover het lekker tot rust komen in de docentenkamer.

Inmiddels was het pauze en de kamer stroomde snel vol. Als één van de laatsten kwam de directeur binnen. Was de sfeer tot dan toe gespannen, opgewonden en bozig, als bij toverslag verschenen er glimlachen op de gezichten, werd er inhoudelijk overlegd en sprak iedereen op vriendelijke toon. Een ware Januskop. Op dat moment werd me duidelijk dat niemand hier vrij is. De directeur/het management heeft de macht en alle anderen buigen hiervoor. De afhankelijkheid van de ‘top dog’ was enorm. Dit is niet hoe ik wil werken na een kleine twee jaar zelfstandig en gelijkwaardig functioneren.

In de klas: aandacht en macht

De klassen die ik heb gezien, waren zoals alle middelbare schoolklassen. Niemand wil er uit zichzelf zijn en niemand is wezenlijk geïnteresseerd in het aanbod, op een paar enkelingen na. Niemand heeft zin in jou als docent, je moet aandacht veroveren en vasthouden. Iedereen is vooral geïnteresseerd in de machtsstrijd tussen leerlingen en docenten waarbij de inzet van de leerlingen is om zo min mogelijk te doen wat de docent ze aanbiedt of van ze vraagt. Dat spelletje kan ik best spelen, alleen ik word er doodmoe van. Ik heb helemaal geen zin om aandacht te veroveren van mensen die die aandacht niet wezenlijk willen geven, wetend dat ik voortdurend bezig moet zijn, iedere les weer, om die aandacht vast en actief te houden. Ik wil niet hoeven vechten om aandacht, om betrokkenheid en interesse. Als het goed is, hebben mensen die en hoef ik deze niet af te dwingen. Dit was niet bepaald een omgeving waarin ik onbekommerd en zinvol met mijn vak bezig kon zijn.

Ik heb het geluk dat ik kan besluiten om hier niet mee verder te gaan. Mijn werkleven bij de Ontdekking, sociocratische school Drenthe e.o., Stichting PiTi en andere opdrachtgevers is in de anderhalf jaar dat ik mijn eigen bedrijf Licht Leren heb, zo enorm verbeterd dat ik niet meer terug hoef naar de gevangenis. Ook niet om het geld. Het reguliere onderwijs zoals het nu gaat, is ten dode opgeschreven. Ik wens al mijn collega’s die er nog in zitten alle goeds en sterkte, maar ik ga er nooit meer heen.

Maria Schuitemaker

Maria Schuitemaker heeft een aantal artikelen geschreven voor Pioniers Magazine. Zij is pionier in hart en nieren. Zij is gegrepen door de combinatie van heling en onderwijs als middel tot bewustwording en persoonlijke ontwikkeling. Zij heeft zich in de loop van de jaren geschoold als Gestalttherapeute, docente basisonderwijs en docente Nederlands voor het voortgezet onderwijs. In het reguliere onderwijs stuitte zij op een dichtgeplakt systeem, dat geen ruimte biedt voor persoonlijke ontwikkeling en bewustwording. Vandaar dat zij opnieuw haar eigen weg ging, dit keer als zzp’ster met haar eigen bedrijf genaamd ‘Licht Leren’. Ze werkt voor verschillende opdrachtgevers, waaronder de Ontdekking, sociocratische school Drenthe e.o. Hier vinden studenten en begeleiders samen telkens weer het nieuwe – en eigenlijk oude - leren uit. Een leren dat uitgaat van de natuurlijke nieuwsgierigheid van mensen, jong en oud. Een leren dat uitgaat van het hart, en van verbondenheid. Maria’s grote kracht is dienend leiderschap.