Winkelmand

Artikelen

Rusten in vrede

Je hebt twee soorten mensen: mensen die houden van wandelen over begraafplaatsen en mensen in wie dat niet vanzelfsprekend op komt. Het zal voor niemand een verrassing zijn dat ik – als begrafenisondernemer – tot die eerste categorie behoor. Struinen over een begraafplaats geeft me rust en bezinning. Ik laad er op en doe er zelfs een zekere levenswijsheid op, alsof de stilte mij steun influistert. Of de dood.

Mijn favoriete stilteplek in de drukke stad is het voormalig begraafplaatsje Huis te Vraag aan de Schinkel. Via een oude poort stap je in een donkergroene oase van rust, waar planten de inmiddels onleesbare graven overwoekeren en de merels er driftig huis houden. De plek heeft een bijzondere geschiedenis. Wat ooit een herberg was voor reizigers naar Amsterdam, werd eind 19e eeuw een particuliere begraafplaats. Toen het in de jaren zestig overvol raakte, werd de begraafplaats gesloten en teruggegeven aan de gemeente. De begraafplaats bleef in eerste instantie intact omwille van de wettelijke grafrust, later vanwege een protestinitiatief van kunstenaar Leon Jozef van der Heiden. Dwars tegen het bouwopportunisme en de oprukkende Zuidas in, is het dure stukje bouwgrond wonderwel een stilteplek gebleven.

“Alles lijkt te draaien om snel, groei, succes, drukte en winnen. Stilstaan doen we amper en er is weinig begrip voor ongeluk en verlies.”

De Zuidas en de stad met haar onverwerkbaar vele prikkels verbeelden voor mij het lawaai van leven in de 21e eeuw. Alles lijkt te draaien om snel, groei, succes, drukte en winnen. Stilstaan doen we amper en er is weinig begrip voor ongeluk en verlies. Vervreemd van onze innerlijke gezondheid, zoeken we telkens weer nieuwe quick fixes en afleidingen op. Alcohol, feesten, drugs, ‘working hard, playing hard’: nog meer prikkels. Het lijken slechts mechanismen zodat we toch om kunnen gaan met onze zieke maatschappij. Niet gek dat we in groten getale kampen met fysieke problemen, stoornissen, stress en burn-outs.

Leren observeren

Stilstaan is een werkwoord. Het vraagt een actieve benadering om stilte en rust te vinden in de hectiek van het alledaagse leven. Af en toe stille plekken opzoeken doet mij al veel goed, voor mij is het wel een bewuste keuze om in de stad te leven. Het was mijn man die me jaren geleden aanstak met het echte harde stiltewerken. Hij introduceerde Vipassana meditatie bij mij. De retraites betekenen tien dagen terugtrekken in absolute stilte, waarbij geen enkele vorm van communicatie, inspanning en afleiding is toegestaan. Zelfs geen oogcontact met medecursisten, zelfs geen yoga-oefeningen, zelfs niet lezen en schrijven. Tien dagen lang enkel mediteren, van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat. De werkelijkheid leren observeren zoals die is en zoals die zich manifesteert in het raamwerk van het lichaam, telkens weer anders – en dat alles onder begeleiding van ervaren meesters. Het is het pad van verlichting, zoals oorspronkelijk onderwezen door Gautama de Boeddha.

“Het bereiken van innerlijke vrede en liefde werd mijn belangrijkste oefening.”

Bij mijn eerste retraite vond ik de stilte oorverdovend. Ik moest hard werken om de kakofonie van gedachten, verlangens en afkeer telkens te corrigeren naar objectief observeren. Tot vermoeidheid aan toe. Het leek qua inspanning wel op een marathon, hoewel ik die nooit heb gelopen. Het regime is spartaans en het was een strijd om me hieraan over te geven, zonder de afleidingen waar ik in het alledaagse zo makkelijk naar grijp. Om in plaats daarvan zo duidelijk in mijn lijf te ervaren hoe verslaafd ik ben aan prikkels, was een openbaring.

Irrationele angsten

Mijn recente retraite was anders. Dezelfde frustrerende overgave aan het regime, dezelfde marathon om mijn gedachten uit te schakelen. Met het verschil dat ik in de tussentijd moeder was geworden. En ik had die kleine achtergelaten, tien dagen zonder enig contact. Uiteraard werd mijn kind het centrale punt van verlangen, gemis en angsten. Terwijl ik het regime vervloekte, en mezelf voor het maken van de keuze om in retraite te gaan, werden mijn gedachten steeds irrationeler. De angst dat mijn kind iets zou zijn overkomen, begon te groeien tot iets enorms. Mijn ziekmakende gedachten bleven zichzelf voeden. Elke keer als ik de leraren fluisterend met elkaar zag overleggen, was ik overtuigd dat er slecht nieuws was gekomen. Op dag vier bereikte ik mijn dieptepunt. Ik barstte in tranen uit en begon een groot verlies te verwerken. Maar bijzonder genoeg maakten de angstige gedachten vanaf dat punt langzaam plaats voor gelijkmoedigheid. Wat als ik het kon accepteren? Hoe krankzinnig het ook lijkt, zou ik vrede kunnen hebben met het idee dat mijn kindje dood zou zijn? In de daaropvolgende zes dagen trainde ik mijn gelijkmoedigheid, dat alles komt zoals het komt, dat ik de dingen moet accepteren zoals ze zijn. Wat er ook gebeurt, ik ben zelf degene die bepaalt hoe ik ermee omga. Niet dat het me koud zou laten, in tegendeel. Maar het bereiken van innerlijke vrede en liefde werd mijn belangrijkste oefening.

Dat stilte ontzettend confronterend kan zijn, werd hiermee wel duidelijk. Maar het bracht me vooral naar een hoger niveau. Sindsdien koester ik stilte en rust nog bewuster in mijn dagelijks leven. Ook samen met mijn kind, waarmee uiteraard niets aan de hand bleek te zijn na de retraite. Ik leer haar hoe fijn het is om af en toe gewoon stil te zijn en dingen te observeren. Soms kunnen we gewoon samen op een bankje zitten, niks doen en stil zijn.

Ongemakkelijke stiltes

In mijn werk probeer ik de stilte voor een familie waar mogelijk te regisseren. De dood brengt uit zichzelf vaak een serene rust met zich mee, met het effect dat mensen stil worden. De meest magische momenten zijn vlak rond een overlijden, met alle aanwezige liefde in de ruimte. Maar soms wordt het te snel verbroken. Uit ongemak bijvoorbeeld. Er hoeft maar één iemand te zijn die niet weet om te gaan met de stilte. Of met de dood. Dat ongemak is interessant, want blijkbaar schuurt er dan iets, raakt het een zenuw of confronteert het teveel. Niks menselijks is ons vreemd. De reactie om dan te gaan praten, of om in de telefoon te duiken, is vergelijkbaar met de vele andere afleidingen in ons leven. De werking is oppervlakkig en van korte duur, een doekje voor het bloeden. Maar de echte heling vinden we dieper in onszelf. De kracht zit in het koesteren van de stilte, dat is waar de magie gebeurt. Ook bij een ceremonie kan stilte een helende werking hebben. Een moment zonder muziek, zonder woorden. Het hoeft niet te worden aangekondigd, het kan ontstaan door een subtiele handeling, een beweging, een ritueel. Bijvoorbeeld met de elementen. Niet alleen brengt het een ceremonie naar een hoger niveau, ook wordt er ruimte geschept voor mensen om goed te kunnen voelen wat ze voelen. En om vrede te vinden.

Heilige momenten, heilige plekken: stilte past er zo logisch bij. Maar zelfs begraafplaatsen en kerken zijn niet meer vanzelfsprekend stil. Dat is op zich niet erg, want van mij mag het daar juist leven. Zo is de Assistens Kirkegard in Kopenhagen zelfs een levendige plek voor locals om te recreëren. Daarmee wordt het vinden van een stilteplek in de stad wel steeds lastiger. Met het onthullen van mijn favoriete begraafplaatsje Huis te Vraag ontstaat ironisch genoeg mogelijk ook daar het gevaar van drukte. Maar ondanks drukte kan stilte gerespecteerd blijven. Het stoelt namelijk op duidelijkheid en onderling commitment. Wat mij betreft pleit dit voor een actief stiltebeleid, juist in een stad.

Susanne Duijvestein

Susanne Duijvestein (1986) werkt als onafhankelijk begrafenisondernemer. Als pionier in de conservatieve en geldgedreven uitvaartwereld heeft zij de missie om onze cultuur van afscheid nemen en de dood weer dichter bij onszelf te brengen. Ons hele leven zijn we bezig om onszelf uit te drukken: in ons werk, hoe we eruit zien, wat we doen in onze vrije tijd. Maar dat lijkt te stoppen bij onze uitvaart, terwijl dit de ultieme viering van het leven is en een uniek portret. En bovendien een belangrijk helend ritueel voor als we afscheid moeten nemen. De dood staat in onze westerse cultuur op grote afstand, we lijken in death denial ondanks dat de dood onze onvermijdelijke natuur is. Gedreven door transities op alle niveaus (zelf maakte zij een grote switch na een veelbelovende carrière bij de Rabobank, Slow Food en de Amsterdam Economic Board en een achtergrond als organisatiekundige) laat Susanne zien hoe we dit anders kunnen doen.