Winkelmand

Artikelen

Racisme toen en nu en 4 aanbevelingen voor de overheid

Black lives matter, demonstraties, wereldwijde protesten, een voorzichtige erkenning in Nederland dat institutioneel en alledaags racisme bestaan, Rutte die zich uitspreekt over zwarte piet. Is er iets aan het veranderen? Of valt het bewustzijn over discriminatie in Nederland weer terug zoals dat gebeurde in de jaren negentig na de eerste emancipatiegolf van mensen met kleur. In dit artikel  probeer ik te ontdekken wat de verschillen zijn tussen toen en nu. Eerst schets ik – vanuit het perspectief van mijn toenmalige betrokkenheid – een beeld van het antiracisme in Nederland in de jaren 70-90 wat ik de eerste golf van antiracisme protesten genoemd heb. Vervolgens beschrijf ik een aantal verschillen tussen toen en nu. Ik put daaruit de hoop dat het bewustzijn van ons koloniale verleden deze keer weer iets groter is geworden en eindig met een aantal aanbevelingen voor ons overheidsbeleid die daar in mijn ogen heel logisch uit voortvloeien.

De eerste antiracisme golf
Na de tweede wereldoorlog kwamen de mensen uit Indonesië als eerste grote groep immigranten. Zij zochten stilletjes een plekje in de Nederlandse samenleving, maar werden veelal met een neerbuigende houding ontvangen[1]. Het eerste zichtbare protest kwam van de Zuid-Molukkers in 1977 die zich verraden voelden omdat de regering haar belofte voor een eigen Molukse staat niet nakwam.

In de jaren 60, 70 en 80 werden grote groepen gastarbeiders naar Nederland gehaald vanwege de aantrekkende economie, eerst uit Joegoslavië, Griekenland, Italië en Spanje. Later uit Marokko en Turkije. Men zag hen als tijdelijke arbeidskrachten en de woon- en werkomstandigheden waren erg slecht (zoals nu ook nog met de seizoenarbeiders uit Oost-Europa). Maar ze bleven en gingen zich langzamerhand organiseren om hun leefomstandigheden te verbeteren, zoals een hongerstaking van Marokkaanse arbeiders (1975). Er werden vele zelforganisaties opgericht om hun belangen te kunnen behartigen. In de jaren ’80 werd steeds meer onderzoek gedaan naar o.a. dediscriminatie op de arbeidsmarkt en te lage schooladviezen voor de tweede generatie. En er werden allerlei projecten gestart om hier iets tegen te doen.

Sinds het begin van de 20e eeuw kwamen er al af en toe mensen uit de voormalige koloniën om hier te studeren of te werken. Maar toen Suriname onafhankelijk werd in 1975 en de bewoners moesten kiezen welke nationaliteit ze wilden hebben, verhuisden in korte tijd ruim 300.000 mensen naar Nederland. Ons land was daar niet op voorbereid. Er was te weinig opvang en huisvesting. Velen kwamen terecht in de Bijlmer. Ook deze groep bewoners kreeg te maken met allerlei vormen van discriminatie en racisme.

In 1982 werd Janmaat met zijn Centrumpartij in de Tweede Kamer gekozen, de eerste partij die zich expliciet tegen buitenlanders keerde. Naast gastarbeiders en de mensen uit onze vroegere koloniën betrof dat ook de eerste vluchtelingen (o.a. uit Chili en Iran). In mijn herinnering begon de eerste emancipatiegolf van mensen van kleur eind jaren zeventig, begin jaren tachtig. Ik herinner me vrouwenbijeenkomsten waarin we uiteen gingen in aparte ‘witte’ en ‘zwarte’ groepen om je eigen ervaringen te delen. Voor ons witten ging het om de beelden over zwart die je had meegekregen tijdens je opvoeding en op school, en die je tegenkomt in boeken, tijdschriften, films, TV. En hoe dat je handelen onbewust beïnvloedt. Ik herinner me counselsessies waarin we heel diep het eigen racisme in ons zelf onderzochten. De zwarte vrouwen voelde zich onvoldoende gehoord door de witte vrouwen en begonnen de Zwarte Migranten- Vluchtelingen-Vrouwen (ZMV) beweging met een eigen autonome visie en perspectief[2]. Er verschenen verhelderende boeken zoals ‘Alledaags racisme’ van Philomena Essed. Zwarte piet stond ter discussie en er werden nieuwe teksten voor sinterklaasliedjes gemaakt.

Het lokale welzijnswerk was al snel geconfronteerd met de verandering van de bevolkingssamenstelling en de spanningen die dat met zich meebracht. In wijken werd gewerkt aan ‘relatieverbetering’ tussen Nederlanders en ‘buitenlanders’, er werden antiracisme trainingen gegeven voor welzijnswerkers: hoe te reageren op racistische opmerkingen van witte buurtbewoners. We benadrukten het belang van het aannemen van welzijnswerkers met een gevarieerde achtergrond, omdat de doelgroep aan het veranderen was en het essentieel was om persoonlijk contact te leggen. Jongerenwerkers schonken veel aandacht aan het begeleiden van migrantenjongeren. Op sociale academies zoals Hogeschool De Horst waar een aparte interculturele leerroute was ontwikkeld, was veel ruimte en belangstelling voor wat de zwarte docenten en studenten te melden hadden. We deden aan positieve actie om voldoende kleur in de teams te krijgen en ontwikkelden lessen over omgaan met verschillen en interculturele (communicatie) vaardigheden. De toegankelijkheid van het onderwijs voor migranten werd sterk vergroot door extra (taal)lessen en voorbereidingscursussen op het toelatingsexamen. Ook werd in allerlei organisaties hard gewerkt aan toegankelijkheid van ons gezondheidssysteem o.a. door voorlichting in eigen taal.

Helaas is veel van die opgebouwde expertise intussen wegbezuinigd in de neoliberale periode 1990-2010. Veel openlijk protest verstomde maar er werd binnenskamers verder gediscussieerd, onderzoek gedaan en kleine veranderingen vonden plaats. Ook ikzelf was eigenlijk vooral heel hard bezig in mijn eigen kleine interculturele bubbel met vluchtelingvrouwen.

Verschillen met de huidige tweede golf
Na 9/11 (Twin Towers) bleek de houding naar met name islamitische bewoners maar eigenlijk naar alle mensen van kleur weer erg negatief te worden en stereotypen vulden de kranten, TV-programma’s en de politieke arena. ‘Politieke correctheid’ werd gediskwalificeerd. Intellect bleek sowieso geen aanbeveling te zijn… Langzamerhand begon ik me moedeloos te voelen en wanhopig over de kortzichtigheid van de fun-shoppende medemens. Des te blijer werd ik van een Greta Thunberg, de daaropvolgende klimaatprotesten en dit voorjaar ook van de wereldwijde antiracisme demonstraties ook al is de aanleiding vreselijk.

Ik vroeg me af: hoe komt het dat nu wel de antiracisme boodschap door lijkt te dringen? Iets wat na de eerste golf toch niet echt gelukt leek te zijn. Soms had ik het gevoel: we zijn weer terug bij af. Dit wéten we toch allemaal al. Maar er leek in feite weinig vooruitgang geboekt. Kick-out zwarte piet heeft gezorgd voor veel ophef en media-aandacht. Blijkbaar was dat nodig om de gemoederen op te schudden. Een veroordeling van onze zwarte piet folklore door internationale instellingen kwam in ieder geval niet aan. Het extreme politiegeweld dat de dood van George Floyd veroorzaakte, fungeerde als lont in het kruitvat, al waren er zeer vele soortgelijke incidenten aan voorafgegaan.

Ik zie op dit moment vijf verschillen met de eerste golf: het bestaan van social media, de emancipatie van gekleurde mensen, de vergroting van het zelforganiserend vermogen, nieuwe coalities die mogelijk worden en een vergroot historisch besef. Deze worden hierna toegelicht.

Social media
Wat nu anders is dan in de jaren tachtig en negentig is de invloed van social media (ten goede en ten kwade). Hadden we de knie op de nek van George niet gezien, waren we misschien minder wakker geworden? Natuurlijk de zwarte mensen kenden dit, ze waarschuwen hun kinderen om zich gedeisd te houden, teneinde uit handen van de politie te blijven. Maar ook vele vooral jonge witte mensen waren geschokt en de demonstraties werden veelkleurig.

Emancipatie gekleurde mensen
Een andere verklaring is dat toch veel gekleurde mensen intussen een redelijk goede positie in de samenleving hebben opgebouwd. In een artikel van Nesrine Malik[3] wordt beschreven hoe de sociaaleconomische situatie van zwarte mensen in de VS heel erg verbeterd is vergeleken met vijftig jaar geleden evenals hun representatie in overheidsinstanties en in de politiek. Juist doordat er veel meer zwarte journalisten, burgemeesters, politici, juristen en bekende artiesten zijn, kan de huidige protestbeweging zo krachtig zijn. Vooral ook de rol van de tweede generatie nieuwe zwarte en gekleurde immigranten is van groot belang. Met name vanwege hun uitgebreide interculturele netwerken. Natuurlijk is er nog steeds een grote kloof tussen zwart en wit wat betreft opleiding, inkomen, veiligheid en gezondheid, maar er is grote vooruitgang. Ik denk dat de situatie in Nederland vergelijkbaar is. Er is vooruitgang maar we zijn nog lang niet waar we willen zijn: een land waarin diversiteit gewoon is en externe kenmerken zoals kleur, religie, gender of je naam, geen rol spelen in hoe je behandeld wordt.

Zelforganiserend vermogen
Domenica Ghidei zegt[4] over de ZWV-beweging van de jaren tachtig: “De onzichtbaarheid was hetgeen waar wij het meest tegen aanliepen en het waardevolste wat we kunnen leren van toen is dat je zelf verandering kan brengen. Dat je zelf je eigen organisaties kan oprichten, naar instituten kan gaan en onderwerpen op de agenda kan zetten. Het is belangrijk om te beseffen dat je gebruik kan maken van de structuren die er nu al zijn en je strategisch kan organiseren. Wij hebben dit benut en hebben destijds veel bereikt. Dit resultaat is, óf verwaterd, of het is mainstream geworden waardoor het lijkt alsof het altijd al zo geweest is. Daardoor is er weinig bewustzijn van deze geschiedenis.”Maar iedere generatie bouwt wel voort op de vorige. De drie vrouwen dankzij wie Black Lives Matter vorm heeft gekregen – Alicia Garza, Opal Tometi, Patrisse Cullors[5] – hebben alle drie een academische graad en hadden al een groot aantal artikelen in vooraanstaande mediakanalen op hun naam staan. Daarnaast vragen ze regelmatig op radio en tv aandacht voor politiegeweld tegen zwarte Amerikanen. De emancipatie die door de vorige generaties is bevochten, heeft geleid tot een volgende stap op weg naar een gelijkwaardige wereld.

Nieuwe coalities
Het valt socioloog Willem Schinkel op dat veel mensen en politici niet beseffen dat de huidige antiracisme beweging heel radicaal is[6]. Er wordt een duidelijke koppeling gemaakt tussen het kapitalisme en racisme, en het veranderen van het huidige liberale economisch systeem is nodig om tot echte verandering te komen. Daarmee komen ook nieuwe coalities in beeld zoals samen optrekken met de klimaatbeweging en met voorlopers van de nieuwe economie zoals Kate Raworth[7].  Bijzonder is dat Harcourt Klinefelter, de toenmalige perschef van Martin Luther King, benadrukt dat deze toen ook al zag dat antiracisme onderdeel is van een grotere strijd: “Voor ons was de strijd tegen armoede en tegen militarisme onlosmakelijk verbonden met de strijd tegen segregatie en racisme. Als hij nu zou leven, dan zou de strijd tegen de opwarming van de aarde daar zeker bij horen”[8]. Harcourt heeft de indruk dat de huidige antiracismebeweging juist wat te eenzijdig is.

Ik heb zelf de indruk dat er steeds meer aandacht komt voor de onderlinge samenhang tussen al deze (uitingen van) problemen. En dat het besef groeit dat om de complexe uitdagingen van onze wereld aan te kunnen pakken brede en holistische oplossingen en aanpakken nodig zijn. Er verschijnen veel onderzoeken, boeken, films, documentaires en ander beeldmateriaal. In de conferentie Humanity Rising georganiseerd door Ubiquity University[9] kun je iedere dag van 17.00 – 19.00 uur horen over de vele nieuwe theorieën, benaderingen en wereldwijde initiatieven om de wereld anders in te richten.

Historisch besef
In de constellatie dekolonisatie van het CHE[10] onderzoeken we op verschillende manieren het dekolonisatieproces van Nederland. Het is heel duidelijk hoe de Oranje[11] graaimentaliteit ten grondslag lag aan de systematische onderdrukkings- en onmenselijke uitbuitingspraktijken die Nederland in Indonesië en Suriname heeft ingevoerd en toegepast. Max Havelaar was al een overtuigende aanklacht over dit systeem in Indonesië, maar ‘Wij slaven van Suriname’ geschreven door Anton de Kom laat niets meer aan je verbeeldingsmacht over. Nederland werd beschouwd als de meest wrede Europese staat, erger dan de Fransen en de Engelsen. Ik wist wel over het leven van de tot slaaf gemaakten, maar ik was me minder bewust van de innige samenwerking tussen slavenhandelaren, plantagehouders, de rechtsspraak en het bestuursapparaat in Suriname. Een van de bekende manifestaties hiervan is dat de slavernij in Nederland pas heel laat afgeschaft is en bovendien dat de plantagehouders een tegemoetkoming kregen van de staat voor het ‘verlies van hun arbeidskrachten’, ze kregen 300 gulden per slaaf. Een enorm bedrag in die tijd en de vrijgekomen slaven kregen zelf helemaal niets. De Nederlanders waren zo geldbelust dat ze zelfs Marrons uit het oerwoud wilden halen om maar die 300 gulden per persoon te kunnen opstrijken.

Kijkend naar deze vijf factoren wordt het voor mij duidelijk dat het echt hoog tijd wordt om radicale wijzigingen in het Nederlandse overheidsbeleid door te voeren en ook dat de tijd daarvoor rijp is.

Schoonmaak
In de vorige eeuw lag het accent in de antiracisme beweging op bejegening, beeldvorming, bewustwording van hoe racistische denkbeelden ons gevormd hadden, op samenwerking en meedenken hoe de positie van etnische minderheden in deze samenleving verbeterd kon worden. Het leek te gaan om een emancipatie beweging: gelijke kansen en gelijke rechten. Deze emanciperende lijn blijft van belang en heeft ook concrete resultaten opgeleverd, maar de angel zit er nog steeds in. We proberen de wond te verbinden en te verzachten, maar het ettert daaronder door. Door opnieuw te kijken, te lezen, te luisteren, ervaringen uit te wisselen, kunnen we als witten langzamerhand een vernieuwd en aangescherpt historisch besef ontwikkelen. De wortels van racisme en discriminatie zitten diep verankerd in ons systeem. En voor mij is het duidelijk: er is een grondige schoonmaak nodig, waarin wij als nazaten en nog steeds uitvoerders van een onderdrukkend kapitalistisch systeem radicale veranderingen doorvoeren. Dat kan misschien helpen als een soort helingsproces, maar eerst en vooral is het ons aller belang om een rechtvaardiger samenleving en wereld te bouwen. Heel concreet kan het gaan om:

  1. Steun aan Suriname. Het is gemakkelijk uit te rekenen hoeveel geld Nederland heeft verdiend aan de handel in suiker, katoen en andere gewassen die op de plantages in Suriname verbouwd werden en aan de slavenhandel. Het is bloedgeld. Als je leest hoe we daar hebben huisgehouden, is het niet meer dan fatsoenlijk dat we daar nu een soort ‘herstelbetalingen’ tegenover zetten. Laten we dat doen in ruimhartige financiële en andere steun aan Chan Santokhi, de nieuwe president van Suriname. Bouterse heeft lege kantoren en een lege staatskas achtergelaten. Laat Nederland investeren in goede gezondheidszorg, woningen, onderwijs, werkgelegenheid en andere sociale voorzieningen zodat alle bewoners daar hun leven kunnen opbouwen. En investeren betekent hier geld brengen. Niet investeren om winst te maken.
  2. Doe hetzelfde met Curaçao. Help de gewone mensen in plaats van het bestuur de duimschroeven aan te draaien. En laten we kijken wat we kunnen bijdragen in Indonesië. Laten we op ons nemen om een grote bijdrage te leveren aan het realiseren van de SDG’s in onze oude koloniale gebieden. Zij hebben in het verleden ook een grote en helaas voor henzelf een bijzonder pijnlijke bijdrage geleverd aan de opbouw van de welvaart in Nederland.
  3. Dan de schoonmaak hier. Allereerst in de instituties (politie, belasting, sociale dienst, scholen, media, het openbaar bestuur en al die andere): laat iedere organisatie via extern onderzoek in samenwerking met mensen van kleur vaststellen waar het beleid scheef zit en discriminerend is en verander dat.
  4. Maar op een veel dieper niveau gaat het om de herkenning en erkenning hoe commercieel gewin onze relatie met andere mensen vergiftigd heeft. Het gaat om bewustzijn: we kunnen de geschiedenis niet overdoen, maar er wel van leren. Laten we bouwen aan een nieuwe economische orde, waarin geld niet meer de eerste prioriteit is, maar waarin het gaat om samen een maatschappij op te bouwen voor iedereen. Stop met het belastingparadijs Nederland, laat grote bedrijven en de rijkste mensen geld betalen aan de overheidskas waaruit voorzieningen voor iedereen betaald kunnen worden. Op weg naar een ‘economie van het leven’ zoals Martin Luther King het noemde. Hij wilde“van de ‘economie van de dood’ naar een ‘economie van het leven’. De liefde voor geld was volgens hem de wortel van alle kwaad. Hoe kon het, stelde hij bijvoorbeeld, dat we miljarden uitgaven om naar de maan te kunnen, terwijl miljoenen nog altijd in armoede leven? Slavernij was natuurlijk een duidelijk voorbeeld van die ‘economie van de dood’. Maar ook in oorlogen – en in de economie die daar profijt van heeft- worden financiële belangen boven de waarde van een mensenleven gesteld. Het meest vurig was hij misschien nog wel over de strijd voor een basisinkomen. Deze thema’s konden zwart en wit met elkaar verenigen.”[12]

Noten:

[1] Lees bijvoorbeeld Eveline Stoel: Asta’s ogen, de levenskracht van een Indische familie

[2] Zie o.a. https://dezwijger.nl/magazine/wij-staan-op-hun-schouders/ interview met Domenica Ghidei Biidu, mensenrechten juriste en member of European Commission against Racism and Intolerance.

[3] https://decorrespondent.nl/11447/protest-tegen-racisme-groeit-ook-omdat-het-juist-beter-gaat-met-mensen-van-kleur/2502793153927-daba04fe?pk_campaign=daily&mc_cid=0f94cc9e34&mc_eid=2f45fcc791

[4] Zie noot 1

[5] Vera Mulder interviewde haar.

[6] https://www.nieuwwij.nl/interview/alles-in-onze-samenleving-is-geordend-rondom-de-suprematie-van-witheid-en-mannelijkheid/

[7] https://www.vpro.nl/programmas/tegenlicht/lees/artikelen/2020/amsterdam-donutstad-interview.html

[8] Interview in de NRC dinsdag 28 juli 2020.

[9] https://humanityrising.solutions/

[10] www.humanemergence.nl

[11] Zie voor de kleurencode: www.spiraldynamicsintegral.nl

[12] Zie interview met Harcourt Klinefelter, NRC

Leida Schuringa

Leida Schuringa schrijft voor Pioniers Magazine. Zij is bestuurslid van het Center for Human Emergence dat - evenals het gelieerde bedrijf Synnervate – werkt op basis van het Integrale model van Ken Wilber en Spiral Dynamics Integral (SDi) (zie www.spiraldynamicsintegral.nl). Leida is auteur van verschillende boeken o.a. Omgaan met diversiteit; Projectmatig werken voor de non-profit sector en Community Empowerment in a developing country. Haar ervaring ligt in de non-profit sector en ontwikkelingssamenwerking. Op dit moment is zij met name actief in Tsjechië en Malawi. Leida is socioloog, gecertificeerd (leer)supervisor, integral coach (ICC), trainer en adviseur. Zij is geïnteresseerd in de toepassing van SDi op maatschappelijke vraagstukken. Haar specifieke expertise ligt vooral op het terrein van community empowerment en haar passie is een bijdrage te leveren aan samenwerking tussen mensen met allerlei verschillende achtergronden.