Artikelen

Een overstijgend perspectief op de ‘zwarte pieten discussie’

Het Sinterklaasfeest is voorbij en veel mensen kijken al weer vooruit naar de Kerstdagen. De angel in de discussie rond zwarte piet zit er nog steeds, die is niet voorbij. De afgelopen maanden is er weer enorm gedebatteerd, actie gevoerd en geschreven over het wel of niet racistische karakter van zwarte piet. Wij zijn geschrokken van de felheid waarmee dit gebeurde, van de (gelukkig incidentele) haatgevoelens en van de onwetendheid. Gelukkig waren er ook mensen die probeerden er een redelijke en rationele discussie van te maken. Het boek De identiteitscrisis van zwarte piet (Jop Euwijk en Frank Rensen, De identiteitscrisis van zwarte piet, oktober 2017) is hiervan een goed voorbeeld. Er is zoveel waar we ons als Nederlander niet bewust van zijn, binnen en buiten de grachtengordel.

In dit artikel vind je een zoektocht naar een overstijgend perspectief op de polarisatie in de discussie. Is het mogelijk om over zwarte piet te praten en daarmee mensen dichter bij elkaar te brengen? Om dat te onderzoeken besteden we eerst aandacht aan de twee polen/posities: de traditie en de zwarte pijn.

  1. Traditie

“Ik ben opgegroeid in een wit, rijk gezin van vijf, uit Noord-Brabant. Het Sinterklaas feest werd bij ons dan ook in volle glorie gevierd. Meer volgens het plaatje kan haast niet. Ruim voor 5 december begonnen we onze schoen te zetten, voor de schouw van de open haard. Ik herinner me dat het in mijn geval jarenlang zelfs mijn klompen waren die ik als kind had. Waarbij onze schoenen of klompen zorgvuldig werden voorzien van een bakje water, wortels en de meeste schattige tekeningen. Op 5 december was het dan zover. De open haard brandde, de warme chocomel en pepernoten vloeiden al rijkelijk en opgewonden schuifelden we door het huis. Tot er met een enorm kabaal op de voordeur werd gebonsd. We wisten niet hoe snel we naar buiten moesten rennen, waar niemand meer te bekennen was. Alleen een aantal enorme juten zakken vol met cadeaus! Hoe is het toch mogelijk? Het onwetende kind in mij, geniet nog steeds van de herinnering aan dit warme feest en van de magie dat ik nu eigenlijk nog steeds niet weet wie er nou ieder jaar zo hard op de deuren en ramen bonkte.”

Het Sinterklaasfeest is voorlopig niet weg te denken uit Nederland. Sinterklaasliedjes, pepernoten, cadeautjes, surprises en gedichten. Intiem, magisch, verwachtingsvolle spanning en spel. Maar ook angstig, moraliserend en commercieel. Fijne en soms vervelende ervaringen. Beelden over sinterklaas en zwarte piet die indringend zijn omdat je nog zo klein was.

Sinterklaas is een echt familiefeest, waar veel (witte) Nederlanders goede herinneringen aan hebben, en dat verklaart veel van de diepe emoties die loskomen als gesproken wordt over het ‘afschaffen’ van zwarte piet. Men voelt zich in zijn diepste wortels aangetast. Familie, geborgenheid, rituelen en magisch denken: het ligt voor ieder van ons – wit, zwart of  bruin – aan de basis van ons bestaan. Als we klein zijn, lijkt het alsof het altijd zo was en altijd zo zal blijven. Dat geeft ons een gevoel van veiligheid.

Tegelijkertijd komt dit beschermende gevoel vaak niet overeen met de externe werkelijkheid. Als je opgroeit, verandert de verhouding tot het gezin waar je uit voortkomt. De levensomstandigheden veranderen, of je wilt of niet, en daarmee veranderen tradities en gewoonten. Veel autochtonen zijn zich niet bewust van deze historische context waarin we leven. Zij zien vooral het eigen vroege perspectief: zo was het, zo is het en zo zal het altijd zijn, of misschien wensen ze dat het zo is. Het is interessant om dit idee van de ‘eeuwige traditie’ eens tegen het licht te houden met behulp van zwarte piet.

Waar komt zwarte piet vandaan?

Sint Nikolaas, bisschop van Myra en beschermer van kinderen, prostituees, zeelieden en kooplui, werd in de 7e eeuw heilig verklaard. Door de kruistochten verspreidde zijn legende zich van Oost naar West Europa en vanaf de 11e eeuw kwamen er in Nederland steeds meer ‘Nikolaaskerken’. Zijn viering was een kinderfeest, maar groeide in meerdere steden uit tot een soort braderie of festival. Na de Reformatie ging de viering echter ‘ondergronds’ en werd daardoor steeds meer lokaal en persoonlijk ingevuld. Verschillende tradities lijken invloed op deze invulling gehad te hebben. Men ziet voorchristelijke Germaanse invloeden terug, door sommigen wordt de Sint als morsige boeman uitgebeeld, bij anderen heeft hij een duivelse helper bij zich. Er gingen stemmen op om het feest te fatsoeneren.

Onderwijzer Jan Schenkman maakte in 1850 in zijn boek een statig figuur van de Sint met een zwarte knecht. Het beeld van deze zwarte piet bleek afgeleid te zijn van een 13-jarig jongetje dat prinses Marianne van Oranje-Nassau had gekocht op een slavenmarkt in Alexandrië. Nu kon Sint het straffen aan zijn knecht overlaten. Deze ontwikkeling lijkt redelijk duidelijk aan te geven dat zwarte piet afgeleid is van het beeld van een slaaf. Sint Nikolaas wordt ook nergens anders in Europa met deze helper gezien. Vóór de Tweede Wereldoorlog werd zwarte piet in dagbladen “moor, neger, nikker, kleurling” en ook weleens “zwartkop” en “roetmop” genoemd. Bijvoorbeeld in de Leeuwarder Courant (1937): “Met diepe bewondering, zoals het een goede knecht betaamt, zag de nikker op naar zijn heer en meester.”

Is zwarte piet racisme?

De ‘discriminatiekwestie’ rond zwarte piet begint in 1927. Er zijn incidentele protesten in 1939 en 1956. In de jaren ’60 komen verschillende witte mensen in actie die deze traditie als slecht voor het imago van zwarte mensen zien. In de jaren ’80 beginnen Surinaamse en Antilliaanse mensen zich aan het feest te storen vanwege de opmerkingen die ze krijgen. In 1988 schijft Rahina Hassankhan het eerste kritische boek over zwarte piet: Al is hij zo zwart als roet. In de jaren ’90 wordt de beweging ‘Zwarte Piet is Zwart Verdriet’ opgericht. Er wordt een bundel door verschillende auteurs samengesteld: Sinterklaasje kom maar binnen zonder knecht). Al deze bewegingen bleven klein en riepen veel weerstand op.

2011 wordt als een kanteljaar gezien met de arrestatie van kunstenaars Jerry Afriyie en Quinsy Gario tijdens de landelijke Sinterklaasintocht. Zij droegen kleding met daarop “Zwarte Piet is racisme”. Beelden van deze arrestatie maakten veel los, vooral online. Hierna begon de discussie aan een opmars die nog niet gestuit is. Voorstanders van zwarte piet deden pogingen om het sinterklaasfeest als cultureel erfgoed erkend te krijgen (o.a. PVV). De commotie bereikte een werkgroep van de VN die de regering van Nederland in 2013 onder druk zette om een standpunt in te nemen. Sindsdien concludeerden het College van de Rechten van de Mens (2014 en 2016), de rechtbank van Amsterdam en de Kinderombudsman (2016) dat er racistische elementen kleven aan de Sinterklaastraditie.

De zwarte piet ‘traditie’ is dus in 1850 bedacht en intussen ingehaald door maatschappelijke veranderingen en nieuwe denkbeelden. Niemand zal terug willen naar de samenleving zoals die in 1850 was. In 1850 had Nederland nog niet eens de slavernij afgeschaft, dat gebeurde pas in 1863. Het leven en denken in Nederland is enorm veranderd sinds die tijd. We gaan nu uit van respect voor en gelijkwaardigheid van alle mensen. Iedereen heeft recht op gezondheidszorg en opleiding. Nederland is een van de tien rijkste landen ter wereld. Ook de Nederlandse tradities, gewoonten en cultuur zijn sterk veranderd. Dit is een proces dat alsmaar doorgaat o.a. onder invloed van maatschappelijke gebeurtenissen en discussies zoals de zwarte pietendiscussie. Uit een peiling van Een Vandaag (november 2017) blijkt dat het draagvlak voor zwarte piet terugloopt. In 2013 wilde 89 procent de traditionele zwarte piet behouden. Dit percentage is inmiddels gezakt tot 68 procent nu. Van een kwart van de ondervraagden (26%) mogen er wel aanpassingen worden gedaan.

Toen ik een aantal jaren geleden voor het eerst over de ‘zwarte pieten discussie’ hoorde, was mijn eerste onbewuste reactie er een van angst en boosheid dat deze mooie herinnering werd bedreigd. Maar al snel viel het me op hoezeer veel volwassenen geen begrip of interesse leken te hebben voor de andere kant van het verhaal, zich alleen aangevallen voelden en in onwetendheid bleven hangen. Er ging een belletje rinkelen bij mij: “hoe kan dit?” Vervolgens moest ik op reis in West-Afrika leren over het slavernijverleden van mijn eigen land. Iets waarover ik nooit iets had geleerd, noch op school, noch in de media of van mijn ouders. Toen gingen alle alarmbellen af! Wat is hier in hemelsnaam aan de hand?”

  1. Zwarte pijn

Het verzet tegen het beeld van zwarte piet komt van diep. Sinterklaas is wit en de baas, zwarte piet is zijn knecht  Beide figuren staan symbool voor eeuwenlange historische verhoudingen: de witte kolonisator en veroveraar die inheemse volkeren uitmoordde en slavenhandel als een lucratieve onderneming zag. De geschiedenis van Nederland en andere westerse landen als ‘roofstaten” Ewald Vanvugt: “Roofstaat. Wat iedere Nederlander moet weten.” Amsterdam 2016) is bijzonder pijnlijk en veel is nog onbekend. Zie bijvoorbeeld hoe lang de wandaden in voormalig Nederlands Indië in de doofpot zijn gestopt. Duitsland heeft na de Tweede Wereldoorlog bewust gekozen voor in het reine komen met de holocaust. Hier is veel minder bewustzijn over de schaduwkanten van onze geschiedenis.

Witte mensen zeggen soms: ja dat was toen, wij leven nu. Maar dan besef je je niet hoe lang pijn doorwerkt. Iemand vertelde me hoe hij pas later in zijn leven zijn familieleven is gaan onderzoeken. Zijn betovergrootouders waren slaven. “De ontkenning van mijn wortels en van de pijn rond ras was deels een manier om mee te komen met de samenleving alsof er geen verschil was tussen mij en de gemiddelde Nederlander. Ik wou mijn gelijkwaardigheid voelen en niet hoe ik verschilde. Ik wou me nadrukkelijk geen slachtoffer voelen. In deze fase van mijn leven zie ik dat het belangrijk is om mezelf in de volledigheid van wie ik ben te kunnen omarmen, ook al betekent dit dat ik mijn achterstand in de Nederlandse samenleving onder ogen moet zien. Ik heb voorheen de lat voor mijzelf op een plek gelegd die onvoldoende rekening hield met mijn afkomst en de trauma’s in mijn familie. Ik ben lid van een groep die onderzoek doet naar de schaduwzijde van het koloniale verleden, en werd uitgenodigd om te spreken vanuit de collectieve pijn die er is rond dit thema. Ik hoorde mezelf op een gegeven moment zeggen: “Voordat ik iets voor mezelf zeg, wil ik eerst voor mijn opa spreken en daarna voor mijn vader.” Ik moest huilen omdat ik merkte dat zij nooit echt gehoord zijn over dit onderwerp en voelde verdriet voor de eenzaamheid en isolatie die zij gevoeld hebben. Toen ik voor mijn opa sprak, merkte ik zijn verbazing en ongeloof dat een wit persoon ooit zijn verhaal zou willen horen en zou willen weten hoe hij zich gevoeld heeft. Ik heb me kort daarna gevoeld alsof een verborgen deel van mijzelf in de wereld geboren is omdat het ontvangen wou worden.

Voor veel gekleurde mensen in Nederland is discriminatie een alledaags fenomeen. Witte mensen kunnen het gevoelsmatig eigenlijk alleen begrijpen en geraakt worden via de persoonlijke ervaringen en verhalen van mensen die dichtbij je staan: vrienden, gekleurde familieleden of collega’s.

“Ik schaam me tegenover mijn zwarte landgenoten, voor de onwetendheid en het beperkte inlevingsvermogen van mijn witte soortgenoten. Ik schaam me voor onze journalisten die de discussie slechts op cognitief niveau benaderen en niet bij machte lijken om onderling begrip te faciliteren. Ik schaam me voor onze regering die nog steeds trots verwijst naar onze ‘VOC mentaliteit’. Ik schaam me voor de vele micro-agressies waar veel gekleurde mensen dagelijks mee te maken hebben. Ik schaam me tegenover mijn zwarte vriendin, voor hoe mijn voorouders haar voorouders als slaven hebben vervoerd. En ik schaam me tegenover mijn nog ongeboren gekleurde kind, dat op zal groeien met vriendjes en vriendinnetjes die een feest vieren dat niet het zijne of hare zal zijn.”

Daarnaast raken (televisie)beelden. Maar de verwerking van wat via de media tot je komt, wordt al snel cognitief (analyseren en praten over). Gevoelsmatig raakt vooral ook de snaar van schuldgevoel en dat is niet automatisch ‘productief’. De interne worsteling met persoonlijke en collectieve schuldgevoelens is actueel en een noodzakelijke stap. Misschien staat het ook meer identificatie met zwarte pijn in de weg.

  1. Werk aan de winkel in het omgaan met paradoxen

“Mijn kind zal respect leren voor dit feest, maar het zal ook de waarheid leren, waarmee het snel bewust wordt van een (volwassen) wereld van onwetendheid.”

De zwarte pietendiscussie lijkt onoplosbaar als we aan de oppervlakte blijven. Je kunt niet tegelijkertijd voor en tegen een zwart geschminkte piet zijn. Je kunt eindeloos doorgaan met oplossingen voor de kleur van piet. Maar eigenlijk zijn dit afgeleide discussies. De essentie zit daaronder. In wezen gaat het om veel diepere lagen en dáár zou het gesprek over moeten gaan. Het raakt bij iedereen aan de familie en aan waar je vandaan komt. Dat is heel gevoelig en je wilt er in gezien en gehoord worden. Pas als we in staat zijn om deze persoonlijke gesprekken met elkaar te voeren, zullen we verder kunnen komen. We geven een aantal aandachtspunten om dit dieper gaande gesprek met elkaar te kunnen voeren.

  1. Onwetendheid verminderen. Het is nodig om geïnformeerd te zijn over de mooie en pijnlijke kanten van de geschiedenis van je eigen land/volk. Onze kennis schiet vaak te kort. Geschiedenislessen en overleveringsverhalen zijn erg belangrijk.
  2. Het is ook belangrijk dat mensen zich meer bewust worden van de invloed van hun eigen historie, de vanzelfsprekendheden van hun cultuur en van de media op hun denken.
  3. Erkenning op politiek niveau. Het erkennen van aangedaan onrecht zoals Trudeau, de president van Canada, dat heel expliciet heeft gedaan naar de oorspronkelijke bevolking in zijn land. Daarin heeft hij ook een groot deel van de Canadese bevolking mee gekregen. Politieke leiders hebben wat dat betreft echt een voorbeeldfunctie.
  4. Bewust leren omgaan met ongemakkelijke en tegenstrijdige gevoelens in je zelf. Hoe ga jij om met paradoxen die je diep raken? Aan de ene kant bijvoorbeeld (oude) emoties rondom het sinterklaasfeest, aan de andere kant ervaren dat anderen zich gekwetst voelen door met name de figuur van zwarte piet. Hoe ga jij om met deze twee posities: jouw traditie/verlies/pijn over je eigen wortels aan de ene kant en de pijn van de ander over (het verlies van) diens wortels aan de andere kant. Ook het omgaan met schuldgevoelens kan daarbij horen. Hoe verzoen je al die gevoelens in je zelf? Deze vraag geldt voor iedereen!
  5. Leren omgaan met collectief schuldgevoel over de schaduwzijden uit onze geschiedenis. Het is geen persoonlijke schuld (“Ik wil niet de collectieve schuld van de hele natie op mijn schouders nemen. Wat mijn voorouders hebben gedaan, kan ik niets aan doen”) maar als je er weet van hebt, wordt het toch een last die je als witte met je mee draagt.
  6. Onderzoek naar de schaduwzijden in je zelf: waar schuurt het en waar zitten je blinde vlekken? Waar ga je de confrontatie niet aan? Waar blijf je in je comfortzone zitten?
  7. Contacten tussen de verschillende groepen autochtonen: traditionele denkers, ondernemende types en de harmoniedenkers. In dat hele complexe veld: hoe kunnen we dit echt openleggen en elkaar werkelijk ontmoeten, in het bewustzijn dat we zelf allemaal iets te dragen hebben aan verleden en pijn, persoonlijk en collectief.
  8. Ontmoetingen organiseren waar je over en weer met respect kunt luisteren naar elkaars verhaal. Het creëren van een veilige entourage waar mensen van verschillende kleuren en achtergronden bereid zijn om samen te komen. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij de Keti Koti tafels (zie www.ketikotitafel.nl).

Polarisatie wordt anders op het moment dat je echt naar elkaar gaat luisteren. Een voorwaarde daarvoor is dat je beiden een open mind hebt en bereid bent naar jezelf en je eigen achtergrond te kijken. Het gaat verder en dieper dan een dialoog. Waarschijnlijk werkt het zo dat de energie van sociologische en collectieve narratieven (derde persoon) en persoonlijke narratieven (eerste persoon) alleen actief verbonden kunnen worden door een “wie ben jij?” gesprek/onderzoek (tweede persoon) waarbij er ruimte is voor gedachten en gevoelens en de ruimte waarbinnen ze plaatsvinden. Dit lijkt een veel groter goed te zijn dan het woord ‘dialoog’ momenteel nog uitstraalt.

Interculturele ontmoetingen – en zeker die waarin we echt met elkaar in gesprek gaan – komen zelden vanzelf tot stand. Het is dus erg belangrijk om entourages en gelegenheden te scheppen waarin dit kan gebeuren. De Keti Kotitafels, de stichting Dialoog en andere soortgelijke initiatieven doen hierin geweldig werk!

Auteurs: Leida Schuringa in samenwerking met Rob van Drunen, Roma Long en een aantal andere mensen van het CHE (Center for Human Emergence).

Leida Schuringa

Leida Schuringa schrijft voor Pioniers Magazine. Zij is bestuurslid van het Center for Human Emergence dat - evenals het gelieerde bedrijf Synnervate – werkt op basis van het Integrale model van Ken Wilber en Spiral Dynamics Integral (SDi) (zie www.spiraldynamicsintegral.nl). Leida is auteur van verschillende boeken o.a. Omgaan met diversiteit; Projectmatig werken voor de non-profit sector en Community Empowerment in a developing country. Haar ervaring ligt in de non-profit sector en ontwikkelingssamenwerking. Op dit moment is zij met name actief in Tsjechië en Malawi. Leida is socioloog, gecertificeerd (leer)supervisor, integral coach (ICC), trainer en adviseur. Zij is geïnteresseerd in de toepassing van SDi op maatschappelijke vraagstukken. Haar specifieke expertise ligt vooral op het terrein van community empowerment en haar passie is een bijdrage te leveren aan samenwerking tussen mensen met allerlei verschillende achtergronden.