Winkelmand

Artikelen

Mijn naam is: Derek Chauvin

We hebben het allemaal meegekregen: de massale protestacties naar aanleiding van de dood van George Floyd op 25 mei 2020 in Minneapolis. Het gebeurde in een ander continent en tegelijk bij mij voor op straat of bij jou in de buurt of bij ons in Nederland. De oorzaak van zijn dood is bekend: minachting van de ander, racisme, onderdrukking of welke term je daar ook aan wilt geven. Als je het breder trekt, en dat doet de hele wereldgemeenschap nu getuige alle protesten, dan was het niet een enkele actie van de agent Derek Chauvin en zijn medeplichtigen Thomas Lane, Alexander Kueng en Tou Thao maar was het net zo goed mijn actie of die van ons allemaal. Natuurlijk ben ik voor gelijkheid en fel gekant tegen racisme, maar ik moet daaraan toevoegen dat dit een intelligente benadering is. Want mijn onderbuik geeft me regelmatig signalen van afwijzing van ‘de ander’. Of ik uit me op een afwijzende manier door mee te gaan in generalistische opmerkingen dat Marokkanen dieven zijn, Surinamers lui, Antilianen profiteurs, Amerikanen dom, etc. etc.

“Als ik roep dat ik de multiculturele samenleving omarm terwijl ik mijn hoofd en hart afwend van het vluchtelingenprobleem, asielzoekers die bij mij in de buurt in een centrum wonen mijd, mijn poort niet opendoe voor de Marokkaanse koerier, dan ben ik racistisch bezig.”

Racisme is het idee dat menselijke rassen gerangschikt kunnen worden als beter of slechter ten opzichte van elkaar. Hieruit komt discriminatie voort omdat we het ene ras andere maatstaven opleggen dan het andere. Voor alle helderheid: ik heb het hier niet over gedrag. Als gedrag afwijkt van de wettelijke kaders of van de norm die we hebben omarmd, dan kan ik dat afwijzen. Maar het afwijzen van gedrag geeft me niet het recht om dan impliciet een ras af te wijzen.

Eerlijk antwoord
Als ik roep dat ik de multiculturele samenleving omarm terwijl ik mijn hoofd en hart afwend van het vluchtelingenprobleem, asielzoekers die bij mij in de buurt in een centrum wonen mijd, mijn poort niet opendoe voor de Marokkaanse koerier, dan ben ik racistisch bezig. Want het gedrag dat ik vertoon komt niet voort uit het gedrag van die ander maar uit mijn impliciete afwijzing van die ander. En natuurlijk sta ik direct klaar, net als jij, om aan te tonen waarom ik me zo gedraag door bijvoorbeeld de statistieken erbij te pakken die mij zeggen dat bepaalde bevolkingsgroepen vaker in de fout gaan dan de gemiddelde Nederlander. Wat ik me zou moeten afvragen is waarom dat gebeurt. Hoeveel kansen heb ik gekregen en zij niet op grond van hun herkomst, afkomst, kleur, sociale achtergrond etc.? Durf jij je die vraag te stellen en daar een eerlijk antwoord op te geven?

“Iedereen die waar dan ook op deze wereld heeft geprotesteerd tegen wat er is gebeurd in Minneapolis, heeft boter op zijn hoofd.”

Ik schrok van mijn antwoord omdat ik onvoldoende stil heb gestaan bij die vraag en bij de gedachte hoe het had kunnen zijn als we allemaal gelijke kansen hadden gehad. Het was zoals het was en het is zoals het is, toch? Nee! Zo is het niet want juist die simpele benadering maakt mij tot een Derek Chauvin en al die anderen die ik afwijs tot een George Floyd. Als ik de inspanning niet kan opbrengen de ander te accepteren, in te sluiten en voor hen op te komen en zonder enige vorm van bijgedachte kan observeren, dan ben ik niet veel beter dan Derek Chauvin.

Wassen neus
Het is niet George Floyd die mij de spiegel voorhoudt maar juist Derek Chauvin, met daarin de levensgrote vraag: ‘En jij dan?’ Als ik me, of wij allemaal, ons blijvend laten leiden door onze vooroordelen, onze conditionering, onze afwijzingen, door onze stereotyperingen van de ander die allemaal ingegeven worden door onze angst, dan zal er niet veel veranderen. Dan is al ons geprotesteer tegen racisme een wassen neus. Iedereen die waar dan ook op deze wereld heeft geprotesteerd tegen wat er is gebeurd in Minneapolis, heeft boter op zijn hoofd. En wel op grond van datgene wat ik hierboven beschrijf.

Dus?

Dus zal ik bij mezelf moeten beginnen. Mijn onnodige angsten onder ogen moeten zien en deze aan de kant moeten zetten of ermee in het reine zien te komen. Veel van mijn angsten zijn geconditioneerd net zoals Derek Chauvin geconditioneerd is door achtergrond, opvoeding, culturele omgeving. Ergens in mijn en zijn leven. Omdat mijn ouders de Tweede wereldoorlog hadden meegemaakt, hadden zij een afkeer van Duitsers. Hoe vaak heb ik als kind het woord ‘moffen’ niet na gepapegaaid omdat mijn vader dat altijd zei? Totdat ik tot inzicht kwam dat ik geen reden had zo over hen te denken. Zij hadden mij niets aangedaan. Ik had geen reden om angstig te zijn. Zo kan het ook met al die andere conditioneringen. Als ik bedenk wat wij als maatschappij, mezelf incluis, anderen toedichten, terwijl ik nooit enige negatieve ervaring heb meegemaakt die deze gedachten rechtvaardigen, dan heb ik, hebben we, een lange weg te gaan.

Het begint bij mij
We hebben in de discussie over racisme de neiging naar onze overheid te kijken. Zij moeten…. en dan volgt een lange lijst van wat zij moeten doen om iedereen gelijke kansen te bieden en gelijkwaardig te behandelen. En ja, dat klopt allemaal en dat moet ook allemaal gebeuren.

“Tolerantie, acceptatie en insluiting begint bij mij.”

Toch begint het bij mij, bij ons. Wij moeten dat inzien en afdwingen. Geen genoegen nemen met halve maatregelen en zoete broodjes bakkerij maar concrete acties afdwingen en onze overheid ter verantwoording roepen. Tegelijkertijd kunnen we in onze eigen omgeving ook veel doen. Als het daar begint, breidt het zich vanzelf uit. Het wordt een kwestie van lange adem en volhouden. Het heeft geen zin nu te protesteren als we geen consequenties kunnen of willen verbinden aan ons protest.

Het kan al heel simpel beginnen door elkaar bewust te maken van onze vooroordelen en als ik me schuldig maak aan een generalistische en totaal ongegronde mening over de ander, dan hoop ik dat mijn omgeving me daar attent op maakt door me eenvoudig de vraag te stellen op welke feiten ik mijn mening geef en me ook, als ik me schuldig maak aan het me verschuilen achter de mening van een ander, een krant of welk medium dan ook, me daar op wijst: niet papagaaien!

Tolerantie, acceptatie en insluiting begint bij mij. En vanuit die grondhouding kies ik straks een politieke partij die dat ook als beginsel hanteert en omzet in daden. Alleen op die manier scheppen wij een maatschappij waarin het ras of welk onderscheid dan ook, geen rol meer speelt. Pas dan is er sprake van inclusiviteit! Dan heeft ons protest naar aanleiding van de dood van George Floyd zin gehad. Pas dan heb ik het Derek Chauvin masker afgelegd.

Daan Fousert

Daan Fousert (1947) is redactielid en auteur voor Pioniers Magazine. In de redactie is 'leiderschap' zijn aandachtsgebied. Daan wordt algemeen beschouwd als de grondlegger van Servant-Leadership in Nederland. Hij schreef diverse boeken over Management, Human Resources en Dienend-Leiderschap. Zijn professionele focus is gericht op de volle breedte van leiderschap en de ontwikkeling van mensen. “Het oude leiderschap is dood, en om het nieuwe aan te duiden hebben we allerlei woorden nodig die de aandacht in feite alleen maar afleiden van waar het werkelijk om gaat. Al die adjectieven verhullen dat we bij leiderschap geen eigen, grootse connotatie meer hebben. Ik heb me verbonden met dienend leiderschap, maar die term omvat niets wat met het woord leiderschap alleen niet ook te duiden valt. Echt leiderschap ís dienend. Al het andere is geen slecht leiderschap, het is géén leiderschap. Hou het simpel.” Daarnaast is Daan beeldhouwer en auteur van inmiddels al weer 6 romans.