Artikelen

Kunnen we de belastingbranche ook leuker maken?

“Beste Kaj, kun je van een fiscalistenbedrijf een maatschappelijk leuker iets maken?” Deze vraag krijg ik van een Joost, 36 jaar, met de volgende korte toelichting: “Ik ben naar eigen zeggen een ondernemende creatieve vent die zijn geld verdient als zelfstandig fiscalist, maar daar heel veel rijke armoede tegenkom. Ik zou die wereld wel eens op de kop willen zetten, zonder dat het per sé heel groot moet worden.”

“Hoe zit het met de balans tussen eigenbelang en algemeen belang wanneer de dienaar van het algemeen belang, de Belastingdienst, meestal gezien wordt als de grote boze vijand van het eigenbelang?”

Mijn interesse is gewekt. Iemand die zijn eigen beroepspraktijk op de kop wil zetten om deze leuker (lees: betekenisvoller) te maken heeft mijn volle aandacht. In gedachten ga ik elk van de tien uitgangspunten van de betekenisecomomie langs: wat betekent het principe van dikke waarde in een wereld waarin het belangrijkste streven is om zo min mogelijk belasting te betalen? Hoe zit het met de balans tussen eigenbelang en algemeen belang wanneer de dienaar van het algemeen belang, de Belastingdienst, meestal gezien wordt als de grote boze vijand van het eigenbelang?

Joost en ik besluiten elkaar te ontmoeten om dit thema verder uit te pluizen. Na de koffie vuur ik gelijk de wezensvraag af: “Welke betekenis hebben fiscalisten voor onze samenleving?” Zijn antwoord volgt al voordat ik mijn zin heb afgemaakt: “Als ik eerlijk ben: die is er niet echt.”

Zo min mogelijk belasting betalen

Zoals marketeers hun geld verdienen door ervoor te zorgen dat wij spullen blijven kopen die we niet nodig hebben, niet willen hebben en ons niet kunnen veroorloven, zo verdienen fiscalisten hun geld door mensen te helpen om zo min mogelijk belasting te betalen. Als dit is wat fiscalisten doen -daarover spoedig meer- roept dat verschillende ethische vragen op. Waarom zouden we ernaar moeten streven om zo min mogelijk belasting te betalen?

“Als het belastingsysteem niet deugt, is het dan niet juist onze morele plicht om zo weinig mogelijk af te dragen? Als het systeem wel deugt, waarom doen we dan zo ons best om het te omzeilen?”

Hoe rechtvaardig is ons huidige belastingsysteem? Is het erger om te veel belasting te betalen dan om te weinig belasting te betalen? Als het belastingsysteem niet deugt, is het dan niet juist onze morele plicht om zo weinig mogelijk af te dragen? Als het systeem wel deugt, waarom doen we dan zo ons best om het te omzeilen? Kortom: zijn we slechte mensen wanneer we zo min mogelijk geld willen afdragen aan de staat of juist goede mensen omdat we die staat al veel te veel betalen? Wat is teveel als we weten dat met ons belastinggeld allerhande voorzieningen betaald worden die we belangrijk vinden, zoals onderwijs, gezondheidszorg, openbaar vervoer, wegennet, defensie, theaters, musea en bibliotheken?

Precies genoeg?

Om beter te begrijpen wat fiscalisten precies betekenen voor de samenleving, vraag ik Joost wat zij eigenlijk doen. “Fiscalisten zorgen ervoor dat burgers en bedrijven niet meer belasting betalen dan ze horen te doen, maar ook niet minder. Een voorbeeld: iedereen betaalt over onroerende zaken die hij in eigendom heeft onroerendzaakbelasting. Je hebt daarbij tarieven voor woningen en niet-woningen en zaken die vrijgesteld zijn. Een interessante vraag is dan: wanneer is iets een woning en wanneer niet? Neem bijvoorbeeld een gesloten jeugdinrichting die geheel aangeslagen is als niet-woning terwijl er allemaal woondelen inzitten. Voor deze woondelen mag geen gebruikersbelasting worden aangeslagen, maar dat gebeurt vaak wel. Een fiscalist zoekt uit wat in dit geval wel en niet mag om te voorkomen dat er ten onrechte belasting geheven wordt of juist niet.”

Een ander voorbeeld betreft onderwijsinstellingen die in principe geen btw hoeven te betalen over hun inkomsten. Voor bepaalde commerciële nevenactiviteiten, zoals het verhuren van kluisjes, het runnen van een kantine in eigen beheer of de verhuur van sportzalen, moeten scholen wel btw betalen. Op het moment dat een school btw moet betalen, mag zij ook een bepaalde aftrek claimen op haar gebouw die vele malen groter is dan de te betalen btw. Een fiscalist adviseert scholen, zodat deze enerzijds de btw betalen die ze horen te betalen en anderzijds de aftrek claimen waarop zij recht hebben, waarbij btw-heffing onderaan de streep zeer voordelig uitpakt.

Eigenbelang en algemeen belang in balans

Het klopt dus dat fiscalisten personen, instellingen en (zelfs) overheden helpen om zich aan de belastingwetten te houden en tegelijkertijd geen onnodige belasting te betalen. Dat is iets anders dan zo min mogelijk belasting betalen, hoewel dit wel vaak de drijfveer is van particulieren en ondernemers en de reden voor hen om een fiscalist in te schakelen. Dit lijkt wellicht puur eigenbelang, maar het ligt genuanceerder. Als fiscalisten er namelijk niet zouden zijn, dan krijgt de Belastingdienst, de uitvoerende macht, min of meer vrij spel om belastingen te innen, zonder dat er een onafhankelijke partij is die nagaat of dit wel terecht is. Omdat de belastingwetten en regels zeer complex zijn, heb je als privépersoon of bedrijf geen manier om te weten of de belasting die je betaalt redelijk en volgens de regels is. Om te voorkomen dat de belasting altijd in het voordeel van de staat uitvalt, wat niet rechtvaardig is, bestaan fiscalisten. Zij beschermen het belang van de particuliere partij tegen de macht van de staat en zorgen ervoor dat er van beide kanten geen misbruik gemaakt kan worden. Zo ontstaat een goede balans tussen eigen belang en algemeen belang.

Waarom de wereld der fiscalisten toch op de schop moet

Nu we vastgesteld hebben dat fiscalisten wel degelijk een belangrijke en wezenlijke positieve betekenis voor de samenleving hebben, vraag ik Joost waarom hij de wereld van de fiscalisten op de kop wil zetten. Wat is er mis dan? Hij legt uit: “Fiscalisten zijn ook gewoon mensen. Ze willen naar een kantoor met een mooi logo, daar zijn ook de mooie klanten. Startende fiscalisten worden gouden bergen beloofd, maar dat valt behoorlijk tegen. Uiteindelijk hoor ik iedereen klagen. Over werkdruk, over achter-de-ellebogen-gedrag, over het feit dat partners tot wel één miljoen verdienen en zij zelf 70 duizend, over collega’s die onderling werk van elkaar jatten en elkaar geen werk gunnen, over het feit dat je altijd “Ja, maar” te horen krijgt tijdens je beoordelingsgesprek en nooit eens “Wat heb je het goed gedaan.” Ik denk niet dat de meeste fiscalisten werktechnisch heel gelukkig zijn, als ze in de spiegel kijken. Het is heel simpel: de partners willen geld verdienen en dat trekt alles omver. Het is bovendien dom, want mensen die het naar hun zin hebben, leveren ook meer op. Een positieve trend is overigens wel dat steeds meer hoogopgeleide fiscalisten een eigen praktijk beginnen en merken dat je tegenwoordig niet meer groot hoeft te zijn.”

Pleidooi voor een betekenisvolle branche

Volgens Joost moeten we afscheid nemen van de huidige partnerstructuur die gericht is op eigenbelang en zorgt voor ongelijkheid, gefrustreerde medewerkers en een negatief imago. Hij herkent zich dan ook sterk in de uitgangspunten van de betekeniseconomie en is ervan overtuigd dat ze zullen aanslaan bij zijn fiscalistencollega’s en ook positief zullen doorwerken naar klanten. ”We hebben een branche nodig die denkt vanuit overvloed, want er is echt meer dan genoeg voor iedereen.” Dat vraagt lef, vrijheid en het loslaten van bestaande privileges. Zulke pioniers ziet Joost nog niet, maar hij zou ze wel toejuichen. En hij zou er zelf een willen zijn door het goede voorbeeld te geven: “Als je iets wilt doen wat van betekenis is, heb je andere leiders nodig. Het huidige partnermodel is lastig in beweging te krijgen, maar je kunt wel iets nieuws starten. Mijn insteek zou zijn om de branche eerst leuker te maken, fijner en zinvoller om in te werken. Ik kan in mijn eentje de wereld niet verbeteren, maar al zou ik het leven van tien fiscalisten wat leuker kunnen maken doordat ik dit doe, dan is het voor mij al de moeite waard. Als ik daarmee ook nog een beetje tegen het systeem aanschop, vind ik het helemaal mooi. Misschien worden het wel honderd fiscalisten, misschien wel duizend. Ik weet zeker dat het kan.”

Kaj Morel

Kaj Morel is sociaal psycholoog en auteur voor Pioniers Magazine. Hij is pionier van de betekeniseconomie, identiteitsmarketingexpert en is organisatieadviseur. Met zijn huidige bedrijf De Zaak van Betekenis zet hij zich in om gezamenlijk een samenleving te realiseren – de betekeniseconomie – waarin organisaties zich bewust zijn van hun betekenis voor anderen en actief bezig zijn om deze te vergroten. Hij is medeoprichter en bestuurslid van de Stichting Betekeniseconomie in Twente (2017). Hij promoveerde (1995-2000) aan de Technische Universiteit in Delft op een proefschrift over de wijze waarop consumenten nieuwe, hybride producten leren begrijpen en was jarenlang docent en onderzoeker op het gebied van consumentengedrag en consumentenonderzoek in Delft en Rotterdam (EUR). Als lector Identiteitsmarketing bij Saxion (2009-2016) kreeg hij de kans om zijn geestdrift voor onderwijs, onderzoek en kennisontwikkeling te combineren met het werken in de praktijk aan betekenisvolle organisaties. Kaj heeft een voorliefde voor praktisch toepassen, werkzame hulpmiddelen ontwikkelen en zaken daadwerkelijk voor elkaar krijgen. Hij schreef twee toegankelijke en laagdrempelige boeken: Identiteitsmarketing. Waarom wij bestaan (2010) en Tijd voor de betekeniseconomie. Het verhaal over onze economie dat ze je nooit vertellen (2018).