Winkelmand

Artikelen

Wat is ware liefde?

We waren spirituele maatjes, hij en ik. We deden dezelfde taoïstische opleiding en gingen samen naar de satsang van Philip, een Advaita Vedanta leraar. Advaita Vedanta wordt ook wel ‘Jnana Yoga’ genoemd: kennis yoga. Het is de filosofische tak van de yoga-traditie, een leer die met name wordt overgebracht middels satsang: leerlingen verzamelen rond de goeroe, de leraar, die vervolgens zijn wijsheid overbrengt, met name via het woord. Hij praat over yoga, het leven, de waarheid, non-dualisme, vaak in antwoord op vragen van de leerlingen. Dus geen yoga-oefeningen, geen matten op de grond en spierpijn de volgende dag, maar vooral luisteren en begrijpen. En natuurlijk kan de leraar ook een vrouw zijn.

Hond

We vonden elkaar heel leuk, mijn spirituele maatje en ik, maar hij was getrouwd. Romantiek tussen ons was uitgesloten. In plaats daarvan gingen we wandelen en hadden we het over onze spirituele ontwikkeling, de opleiding en Advaita. Soms vond ik het lastig, wilde ik dichterbij hem zijn en moest ik me inhouden om hem niet te zoenen of zijn hand te pakken. We deelden zoveel op andere niveaus en ik vond het moeilijk dat te scheiden van romantische gevoelens. Hij wist zulke momenten altijd ter plekke te neutraliseren met een spirituele wijsheid uit de Vedanta.‘Oh, speelt je ego je weer parten?’ of: ‘Wanneer stap je nou eens uit de illusie van afgescheidenheid?’ Dat werkte altijd – als een koude douche.

“Ik hou net zoveel van jou als van die hond.” Tot dan toe had ik geboeid naar hem zitten luisteren. Hij was acteur van beroep en speelde de rol van goeroe met verve. Maar op die laatste zin knapte ik volkomen af.”

Hij vond het heel leuk om de rol van goeroe op zich te nemen. Op een terrasje op een mooie zondagmiddag, toen ik het weer eens moeilijk had met de afstand tussen ons, zei hij: “we zijn allemaal een expressie van het goddelijke. De werkelijkheid is bewustzijn zelf, die zichzelf op alle mogelijke manieren wil ervaren. Kijk naar deze hond”, zei hij en wees naar een hondje dat op het terras lag te slapen. “Deze hond is ook een expressie van het goddelijke. Ik herken het goddelijke, de ware natuur in alles. In essentie zijn we allemaal hetzelfde. Ik hou net zoveel van jou als van die hond.” Tot dan toe had ik geboeid naar hem zitten luisteren. Hij was acteur van beroep en speelde de rol van goeroe met verve. Maar op die laatste zin knapte ik volkomen af. “Als jij geen onderscheid kunt maken tussen je gevoelens voor mij en je gevoelens voor die hond is er iets mis met jou, niet met mij”, zei ik zo rustig mogelijk, pakte mijn tas en stapte op.

Mede-mens

Jaren later. Hij was een van mijn grote liefdes. Na een jaar waarin we dolverliefd waren, iedere nacht in elkaars armen doorbrachten, samen de wereld over reisden en elkaar eeuwige trouw beloofden maakte hij het uit. ‘Ik heb ruimte nodig’, zei hij. ‘Ik moet mijn spirituele pad volgen.’ Hij pakte zijn spullen en vertrok. Een paar dagen voordat hij naar de andere kant van de wereld ging verhuizen kwam hij afscheid nemen. Het was een maand of zes nadat hij het uitgemaakt had. Ik hoopte op verzoening, op een opnieuw ontwaken van de liefde in zijn hart – in het mijne was het nog steeds hevig brandend – maar zijn lichaamstaal sprak boekdelen. Hij omhelsde me voorovergebogen, met zo min mogelijk lichaamscontact. Hij zoende me vluchtig, met samengeknepen lippen. Hij vermeed oogcontact en probeerde het over koetjes en kalfjes te hebben, tot hij zag dat ik huilde. Hij zweeg en ik probeerde uit te leggen hoe verloren ik me voelde, hoe ik onze liefde miste en hoe onverwacht de breuk voor mij kwam. ‘Maar ik hou nog wel van je’, zei hij, in een halfslachtige poging me op te beuren. ‘Ik hou van je als mede-mens.’ Ik moest ineens weer aan die hond van destijds denken. Dit was bijna nog erger.

Wie ben ik?

In de Advaita Vedanta wordt ‘de persoon’, dat wat we doorgaans ervaren als ‘ik’, gezien als een misvatting, een illusie. Je ware zelf, dat wat je werkelijk bent, is hetgeen dat alles waarneemt. ‘Dat wat waarneemt’ wordt ook wel ‘de getuige’, ‘alomtegenwoordig bewustzijn’ of gewoon ‘bewustzijn’ genoemd. Net zoals de zon zonder onderscheid haar licht schijnt op alles hier op aarde, zo schijnt het licht van ons bewustzijn op alles wat we hier ervaren – in dit lichaam, in dit moment, op deze plek. Wij zijn de ruimte waarbinnen alles verschijnt en verdwijnt, dat wat niet verandert. Wij zijn ‘gewaarzijn’. Het is een mooi perspectief, vind ik. Er is vrijheid in het je niet identificeren met je identiteit: je naam, je leeftijd, je achtergrond, je religie, je status… alle informatie die je over jezelf verzameld hebt in de loop van je leven… dat hele verhaal waarvan je nu denkt dat jij het bent.

“Ik wil speciaal zijn voor mijn geliefde – en hij voor mij. Wat maakt het anders uit of hij naast mij in bed ligt of naast willekeurig wie? Ik wil niet inwisselbaar zijn!”

Ik herken zeker de beperktheid daarvan. Ik weet dat ik meer ben dan de som der delen. En toch verontrust dit perspectief me. Als ik de ruimte ben waarbinnen alles plaatsvindt, wat valt er dan nog lief te hebben? Hoe kan de geliefde mij vinden, in deze eindeloze ruimte vol willekeurige objecten en wildvreemde mensen? Als ik van iemand houd is dat juist omdat hij uniek is, anders dan alle anderen. Er is een exclusiviteit in de liefde tussen twee mensen die de liefde mooier maakt, niet beperkter, vind ik. Ik wil speciaal zijn voor mijn geliefde – en hij voor mij. Wat maakt het anders uit of hij naast mij in bed ligt of naast willekeurig wie? Ik wil niet inwisselbaar zijn!

Polyamorie

Een vriend van me woonde voorheen in New York. Hij was polyamoreus, zoals iedereen in New York tegenwoordig. Het ideaal van polyamorie is dat je de vrijheid hebt om van meerdere mensen te houden en dat zonder terughoudendheid tot uitdrukking te brengen. De realiteit van polyamorie is dat je naar seksfeesten gaat en vrijblijvende seks hebt met wie je maar wilt. ‘Monogame relaties zijn zo 20e eeuw’, zei die vriend altijd. ‘Waarom zou je je liefde beperken tot maar één persoon? Ik hou van alles en iedereen!’ Toen werd hij verliefd.

“Zijn hart brak, maar omdat dat binnen de polyamoreuze gemeenschap gezien wordt als verraad deed hij alsof hij genoot en had hij seks met iemand van wie hij de naam niet eens wist. Sinds die nacht is hij niet meer polyamoreus. Hij leeft nu als celibataire monnik in een boeddhistisch klooster in de Himalayas.”

Op zijn verjaardag organiseerde ze een seksfeest voor hem. Ze dansten en zoenden. ‘Wat is het toch geweldig dat we allemaal zo van elkaar houden’, fluisterde ze in zijn oor en voor een moment voelde hij zich zielsgelukkig. Toen maakte ze zich los uit hun innige omhelzing en vertrok met zijn beste vriend naar de slaapkamer. Zijn hart brak, maar omdat dat binnen de polyamoreuze gemeenschap gezien wordt als verraad deed hij alsof hij genoot en had hij seks met iemand van wie hij de naam niet eens wist. Sinds die nacht is hij niet meer polyamoreus. Hij leeft nu als celibataire monnik in een boeddhistisch klooster in de Himalayas.

Waar te beginnen?

Barry Long, een inmiddels overleden spiritueel leraar uit Australië, sprak veel over de liefde tussen man en vrouw. Voor hem was het de meest heilige verbinding die je op aarde kon aangaan, mits je het als zodanig respecteerde. ‘Het is prachtig om van iedereen te houden’, zei hij. ‘Ik ben helemaal voor onvoorwaardelijke liefde voor alles en iedereen, maar zullen we beginnen met onze partner?’ Tijdens een seminar – eigenlijk een satsang, maar Barry Long identificeerde zich met geen enkele spirituele traditie – kreeg hij de vraag: ‘Is het okee om meerdere liefdesrelaties te hebben?’ ‘Natuurlijk’, antwoordde hij, ‘maar er is één voorwaarde. Je kunt alleen meerdere liefdesrelaties hebben als alle betrokkenen gelukkig zijn. Dat is jouw verantwoordelijkheid. Weet je zeker dat je dat wilt? Het is al moeilijk genoeg om binnen een één-op-één relatie gelukkig te zijn. Waarom zou je jezelf nog meer verantwoordelijkheid geven?’

Ik hou van je

Ieder mens brengt de essentie van het leven, universeel bewustzijn, zijn of haar goddelijkheid – hoe je het ook noemen wilt – op geheel eigen wijze tot uitdrukking. We hebben allemaal een eigen stijl – een geur, een klank, een kleur – die specifiek is voor ons en voor niemand anders. Noem het eigenheid, of ziel. Noem het karakter, of magie. Nee, het is niet mijn persoon, maar het is mij.

Ik hou van je omdat je uniek bent. De manier waarop je beweegt, hoe je praat, hoe je handen eruit zien… het resoneert met mijn unieke hart. Je bent speciaal voor mij. Ik hou niet van je omdat je een uitdrukking van het goddelijke bent. Ik hou van je omdat jij het bent.

*Dit is deel 4 in de serie van liefde en seksualiteit.

Sanne Burger (1966) is auteur voor Pioniers Magazine en schrijft over liefde, relaties en seksualiteit. Zij is schrijfster, healer en lerares. Ze geeft les in Tao Training, Qigong en Ancient Thai Massage. Daarnaast geeft ze individuele coaching. Momenteel woont en werkt ze in Peru.