Artikelen

Houd je van me?

Waarom zijn we zo bang voor afwijzing? Ik begeleid een supervisiegroepje met relatie professionals. De therapeut die deze vraag stelt brengt een veel voorkomend relatie-issue in. Ze vertelt hoe de conflicten van de partners die zij nu begeleid kunnen escaleren. Beide partners verwachten gezien en gehoord te worden door de ander. Als de verwijten over en weer schieten, is het alsof hun leven ervan afhangt. Angst voor afwijzing trilt mee in de onderstroom. Ze hebben werkelijke onderwerpen met elkaar te bespreken, maar de inhoud van hun geschil is zelden de werkelijke oorzaak van de heftigheid. Ze vraagt zich af hoe ze hun eisende houding naar elkaar tegemoet kan treden en hun onderliggende angst voor afwijzing bij de wortel kan aanpakken. Collega’s in de supervisiegroep delen hun ervaringen en vertellen hoe ze in zulke situaties de partners leren om beter naar elkaar te luisteren, waardering naar elkaar uit te spreken, eventueel te kijken naar projecties en andere methoden om het begrip naar elkaar te bevorderen. Ook werken ze met hechtingsthema’s als dat nodig is. Alles is van waarde en dit brengt tot op zekere hoogte de rust terug in de relatie.

“Hoe help je partners om zich te bevrijden uit een wederzijdse verharding?”

Toch komt hierbij een aantal fundamentele vragen niet op tafel, namelijk: wat ligt er  ten grondslag aan de eis van partners om gezien en gehoord te worden? Wie of wat wil eigenlijk gehoord worden? En hoe help je partners om zich te bevrijden uit deze wederzijdse verharding?

Ik heb je nodig, ik heb je niet nodig

Evolutionair gezien verkeren de meeste volwassenen momenteel emotioneel in een fase. Dit laat zich zien door een wisseling van behoefte aan afhankelijkheid en onafhankelijkheid. Vanuit deze adolescente levenshouding reageren we vaak vanuit onze emoties op situaties. Het romantische ideaal, het idee dat onze levenspartner ons gelukkig moet maken, zit diep verankerd in onze collectieve psyche. We proberen de ander verantwoordelijk te maken voor ons geluk en leven vanuit de overtuiging dat de ander in onze emotionele en seksuele behoeften moet voorzien.

“De wond van je alleen voelen en niet geliefd, zit diep in ieder van ons.”

Het stel dat de therapeut uit het groepje beschrijft, is al wat langer bezig met bewustzijn en ontwikkeling. Ze zijn zich ervan bewust dat ze vanuit een tekort reageren en dat iets anders mogelijk is. Desalniettemin hebben ze dit besef op veel momenten niet tot hun beschikking. Ruzies ontstaan bij hen rond hun seksualiteit en de opvoeding van hun kinderen. Ze verwijten elkaar de fouten die de ander in hun ogen maakt. Al snel wordt duidelijk dat ze elkaar in wezen een tekort aan aandacht en toewijding verwijten, zowel naar de kinderen als naar elkaar toe. Op stressvolle momenten zijn ze niet in staat om hier om te vragen, zich kwetsbaar op te stellen en onder woorden te brengen wat ze eigenlijk graag willen. En dat is waar het steeds mis gaat. Hun werkelijke wens is dat ze samen kunnen stralen, maar op zulke momenten duwen ze elkaar juist weg. Hier speelt het dilemma zich af van de adolescent: ik heb je nodig, ik doe het wel alleen.

Het hart laten breken

De wond van je alleen voelen en niet geliefd, zit diep in ieder van ons. Het verlangen naar eenheid en verbinding is evenredig. De therapeut die deze casus inbrengt heeft zelf vaak een glimp opgevangen van eenheidsbewustzijn en de vreugde van Zijn, en ze wil haar vermogen om van hier uit partners te begeleiden verfijnen. Als ze haar cliënten wil helpen om de beweging te maken naar volwassenheid, werkt het niet om dit zoeken naar contact te accommoderen of het wegduwen te corrigeren. Hiermee bevestigt ze de aanname van een afgescheiden individu. Haar focus tijdens de begeleiding kan dan juist zijn om ze te helpen kwetsbaar te zijn en de harten te laten breken. Als het hart breekt, als ze haar cliënten werkelijk in contact brengt met hun onvervulde hart, kan deze existentiële liefdeswond voelbaar worden. Het hart kent geen muren en er is dan ook geen strategie nodig om muren af te breken. In het hart is immers alles één.

Hoe ontstaat angst voor afwijzing?

De menselijke ontwikkeling laat zich zien in levensfasen van 7 jaar. De eerste twee levensfasen, in de leeftijd van 0 tot 14 jaar betreffen de processen van individuatie en socialisatie. Hier wordt de kiem gelegd voor het gevoel van isolement en het zoeken naar liefde.

De ontwikkelingsfase van de eerste zeven jaar van eenkind betreft het proces van de emotioneel-fysieke individuatie. Na de geboorte valt het kind uit de eenheid met de moeder. Het begint zich te identificeren met het grofstoffelijke fysieke lichaam en het moet als afgescheiden vorm zien te overleven. Het dilemma in deze fase is de afhankelijkheid van de voeding van iemand buiten zichzelf; de moeder of verzorger. Tegelijkertijd is er verzet om deze volledige afhankelijkheid van de moeder (en als volwassene van de aarde) te accepteren. Dat maakt immers zo kwetsbaar. Bovendien wordt het besef van afgescheidenheid en daarmee de angst voor de dood, wordt instinctief ervaren.

Ieder mens draagt dit met zich mee, ongeacht wat er in deze fase gebeurt met betrekking tot voeden en verzorging. Het afgescheiden zijn van het lichaam van de moeder die ons droeg lijkt ook de afgescheidenheid van de ultieme Bron van Liefde en steun te impliceren. Deze twijfel aan liefde en steun van de Goddelijke Bron wordt doorgetrokken naar de bron in menselijke vorm van wie het kind zich afhankelijk voelt voor liefde. Iedere relatie, en later ook de seksuele relatie, worden geïnterpreteerd vanuit dit perspectief van afhankelijkheid en onafhankelijkheid. Wat hiermee samen gaat is de aarzeling om het bestaan als individu ten volle te accepteren. Dit zien we dan terug in de 3elevensfase.

De tweede ontwikkelingsfase, zo tussen het zevende en veertiende levensjaar, is de fase van socialisatie. Het kind is nog steeds afhankelijk van de ouders, maar heeft al een min of meer functioneel en zelfstandige identiteit ontwikkeld. Het begint nu te worstelen met relaties, eerst in kleine setting en later in een grotere actieradius, buiten de context van het gezin. Het kind ondergaat de ervaring van voorkeur en afwijzing in deze relaties. In het kind ontstaat nu twijfel in hoeverre het is gewild en daarmee aan de onvoorwaardelijke liefde van anderen. Het pijnlijke gevoel van afwijzing en de daarmee samengaande impuls om de ander ook af te wijzen of te straffen voor hun gebrek aan liefde komt naar voren in deze fase.

De leeftijd van veertien tot eenentwintig is de derde fase, de fase van de integratie.  De adolescent die in de eerste twee fasen niet volledig tot ontwikkeling is gekomen, wat meestal het geval is, laat in deze fase vaak enerzijds een kinderlijke passiviteit zien en een gebrek aan mentale kracht. Anderzijds probeert het de eigen wil door te drukken. Het is vaak een eenzame worsteling, omdat de meeste adolescenten geen toegang hebben tot inherente vrijheid, liefde en geluk.

De ik-kramp in relatie

De impuls die het ego aanstuurt is om enerzijds de eenzaamheid op te heffen en te zorgen dat je erbij hoort. Anderzijds proberen we om dermate onafhankelijk te blijven dat krenking of verlating geen al te grote bedreiging vormt. Het ego is dus de verkrampte beweging waarmee ieder mens de relatie met de Bron weg duwt en vervolgens liefde zoekt en afwijzing vermijdt. Het verlangen naar liefde is sterk. We lopen immers allemaal rond met onzichtbare bordjes op ons voorhoofd met de dringende oproep: Zie mij! Erken mij! Houd van mij!

Als een begeleider dit zoeken en vermijden niet onderkent, blijven de partners  gevangen in hun isolement. Het is niet zozeer fout of slecht dat ze bevestiging zoeken bij elkaar en elkaar ook afweren. Hier laat zich immers de adolescente fase zien, die de meeste mensen nog niet zijn ontgroeid. Gaat de begeleider hier echter onbewust in mee en ze sust ze hen met de geruststellende woorden dat ze oké zijn en mogen bestaan, dan blijft de mogelijkheid om door te groeien naar volwassenheid buiten beeld.

Volwassen worden, een quantum sprong

De therapeut beschrijft hoe dit stel worstelt en gebukt gaat onder hun eigen beperkingen. Het vertrouwde zoeken en vermijden, waar ze een groot deel van hun leven in hebben geïnvesteerd, staat hen nu in de weg. Ze voelen wel dat ze zich dieper hebben te openen, maar springen durven ze niet. Pijn en angst voor vernietiging houdt hen op hun plek. De therapeut kan hen uitnodigen om met open hart alle pijn toe te laten, zonder troost te zoeken. Als ze dit aan durven, kunnen ze uit de dualiteit vallen in de eenheid van Zijn. Het zoeken is dan opgelost in de volle kracht van liefde die door hen heen kan stromen; spontaan, zonder doel en zonder terughoudendheid. Hun grondhouding in de relatie wordt dan: ik ben liefde en ik houd van je.

De volgende stap van de therapeut

Als de therapeut haar cliënten hierin mee wil nemen, kan ze zelf niet achter blijven. Als zij weigert om haar eigen angst te voelen, kan ze niet verwachten dat dit stel geïnspireerd raakt om het vertrouwde overlevingspatroon op te geven. De eerste stap is dat zij zelf de sleutel kent tot deze liefdevolle staat van Zijn. Als zij zich hier zelf in opent, maakt ze de inspiratie al voelbaar in de sessie ruimte. De tweede stap is dat ze zelf bereid is om afwijzing van haar cliënten te riskeren. Als ze het verkrampte patroon inzichtelijk maakt en er tegelijkertijd niet in mee te gaat, kan ze namelijk stuiten op weerstand. De kracht van de vertrouwde herhaling, hoe ongelukkig dat ook voelt, kan groot zijn.

Als ik haar in deze supervisie context ter plekke uitnodig om in het onbekende te stappen, kan ook ik natuurlijk niet achterblijven. Door beiden open te zijn, ontdekt ze waar ze zelf nog subtiel houvast probeert te vinden in het bewaren van de harmonie met haar cliënten. De pijn van mogelijke afwijzing wordt in haar eigen systeem voelbaar als ze zich voorstelt hoe haar cliënten zich verzetten tegen haar appél om ruimer te zijn dan de angst voor afwijzing en de pijn toe te laten. Zij ziet dat ze alleen moet durven staan om hen werkelijk te kunnen dienen. Zodra ze dit doet, voelt ze zich stevig en opent ze in niet-weten. Het idee dat ze iets moet doen of ergens aan moet werken, is verdwenen. Ze ervaart dat ze niet bestaat, maar wel Is. Met een klaterlach toont ze haar lichtheid en bevrijding. Ze ervaart diepe vreugde en liefde. Tegelijkertijd is ze glashelder en ze weet nu dat ze met grote precisie kan begeleiden.

Bron: The first three stages of life. Adi Da Samraj

Meer informatie over de HOLONS Jaaropleiding Integrale Relaties

 

Domi Lambregts

Domi Lambregts is oprichter en eigenaar van HOLONS en leidt mensen op tot Integrale Relatie Coach. Ze begeleidt zelf ook paren en singles en inspireert ze om hun aangeleerde ego-oriëntatie los te laten en zich door het Grote Hart te laten leiden. Als zeer ervaren relatiecoach heeft ze de kern van inter-persoonlijke issues snel op tafel en weet deze in te zetten als hefboom voor transformatie. Organisaties weten haar te vinden voor trainingen en coaching op het gebied van samenwerking en communicatie. Ze kent de kracht van Bewust Zijn en geeft dit ook door. Vanuit haar integrale visie op mens en cultuur biedt ze wenkende perspectieven op persoonlijke en collectieve ontwikkeling. Het zelforganiserende principe is tevens een belangrijke leidraad in haar werk, vanuit de wetenschap dat ieder sociaal systeem (holon) zich van nature (her)organiseert tot een geheel van een hogere orde.