Artikelen

Holistische visie komt de maatschappelijke vooruitgang ten goede

Twee voorbeelden uit de praktijk van een advocaat die anders te werk gaat.

Vanaf het begin van mijn loopbaan als advocaat in 1993 houdt de vraag mij bezig hoe het rechtssysteem en zijn regels meer duurzaamheid in menselijke en zakelijke relaties kunnen bevorderen, gericht op maatschappelijke vooruitgang. Hoe kan ik zelf in mijn werk als advocaat, binnen mijn directe beïnvloedingssfeer, in mijn doen en laten, meer stoelen op de holistische visie die ik graag als levensfilosofie hanteer?

“Er is altijd wel ruimte om aanvullend op je cliënt in andere bewoordingen proberen samen te vatten waar het je cliënt omgaat, maar ook het afsteken van een pleidooi vind ik eigenlijk primair toevallen aan de cliënt zelf.”

Zo kan ik me nog altijd verbazen over de traditie waarin de advocaat het woord voert voor de cliënt, in besprekingen en in de zittingszaal. Ik vind dat als uitgangspunt volstrekt verkeerd: het doet de eigen kracht van de cliënt tekort en vergroot de kans op ruis in de communicatie. Als woordvoerder gebruik je onwillekeurig andere woorden en leg je andere accenten. Uiteraard zijn er uitzonderingen op deze regel: een cliënt kan fysiek of emotioneel niet in staat zijn (goed) het woord te voeren of de materie is te inhoudelijk, technisch juridisch. Er is altijd wel ruimte om aanvullend op je cliënt in andere bewoordingen proberen samen te vatten waar het je cliënt omgaat, maar ook het afsteken van een pleidooi vind ik eigenlijk primair toevallen aan de cliënt zelf. Liever dan iemand de kans te ontnemen de confrontatie aan te gaan met zijn eigen ‘demonen’, stel ik diegene in de gelegenheid zélf, in eigen woorden, op te schrijven wat er voor hem speelt.

Een arbeidsconflict of een oud patroon?

Ik begeleidde bijvoorbeeld een werknemer van een transportbedrijf die een arbeidsconflict met zijn werkgever had. In ons gesprek over wat het conflict met hem persoonlijk deed, kwam naar voren dat hij de neiging had zijn emoties op te kroppen en zich niet uit te spreken. Het bleek een patroon van hem dat al van jongs af aan in ook zijn privéleven speelde. Het kwam ter sprake wat het voor hem zou betekenen als hij dit arbeidsconflict zou aangrijpen als een kans om dat patroon te doorbreken. Ook bij een volgende werkgever zou dit patroon hem immers weer in de weg kunnen gaan zitten,  om naar maar te zwijgen van het effect ervan op zijn relatie en zijn vriendschappen. Door de bijzonderheden van zijn arbeidsgeschil, kwamen we er in dit geval op uit dat het schrijven van een brief meer geschikt leek dan het opnieuw aangaan van een gesprek, al dan niet begeleid door een mediator.

“Hij was opgelucht alles geuit en opgeschreven te hebben en trots op zichzelf dat het zijn eigen brief was die hij langsbracht bij zijn baas.”

Ik bereidde hem erop voor dat schrijfproces wel eens zig-zag zou kunnen verlopen: worstelen met opkomende emoties, iets opschrijven, het geschrevene weer weg leggen om het te laten bezinken en het daarna weer oppakken met frisse moed en een nieuwe invalshoek. Na zo’n twee weken was de brief klaar en keek ik met hem mee of alles erin stond wat er vanuit de juridische invalshoek aan relevante informatie in zou moeten staan. Hierbij deed ik tekstsuggesties in lijn met zijn eigen bewoordingen. Hij was opgelucht alles geuit en opgeschreven te hebben en trots op zichzelf dat het zijn eigen brief was die hij langsbracht bij zijn baas.

Uiteindelijk kwam het na de zitting bij de kantonrechter tot een beëindiging van zijn dienstverband zonder dat hij zich goed begrepen voelde, niet door zijn werkgever en niet door de rechter, met ook een vrij laag uitvallende ontslagvergoeding. Een jaar later belde hij me op. Die vrij lage ontslagvergoeding was hij alweer vergeten. Hij benoemde de dag waarop hij zijn zelfgeschreven brief, waarin hij alles wat voor hem belangrijk was had verwoord, als een keerpunt in zijn leven.  Hierna heeft hij zowel in zijn privéleven als bij zijn nieuwe baas een duurzaam nieuw patroon van zich tijdig uitspreken weten te creëren. Hij bedankte mij voor de rol die ik hierin had gespeeld.

Ruimte voor groeikansen in zakelijk contact creëren.

In een proces zoals ik dat hierboven beschrijf, is in mijn visie een eerste, belangrijk ingrediënt: niet over de cliënt praten, maar met de cliënt. Vanuit het idee dat ontmoetingen het meest waardevol zijn als je heel de mens ziet en inbrengt, vind ik dat je niet te voorzichtig moet zijn in het bespreekbaar maken van de kleine en grote zinsgevingsvragen in je zakelijke relaties. Met het bij het eerste teken van discomfort meteen doorverwijzen naar een andere ‘professional’ doe je de heelheid van die primair inhoudelijk zakelijke relatie tekort.

Vaststellen dat de persoonlijke groeikant van de kwestie waarin je om advies of begeleiding wordt gevraagd aandacht verdient, wil echter niet zeggen dat het gehele proces dat parallel loopt aan de meer zakelijke kant van je begeleiding door jou persoonlijk begeleid moet worden. Een therapeut, coach of healer kan daarin heel mooi werk doen, naast aandacht en advies vanuit een partner en familie of vrienden. Het combineren van de meer zakelijk-inhoudelijke en meer psychologische begeleidingsrol kan net iets te lastig voor jezelf of de ander zijn, ook in die situaties waarin je jezelf door levenservaring of professionele achtergrond wel toegerust acht tot die combinatie van rollen.

Ik verwijs in zo’n geval dan altijd naar iemand die parallel aan het meer zakelijke traject dat ik begeleid ondersteuning biedt. Het is dan wel mooi als de ondersteuners in elkaars verlengde werken:  ik vraag in zo’n geval altijd wat er uit bijvoorbeeld het coachingstraject voor mijn cliënt als speerpunt is gekomen. Zo kan de verbinding worden gemaakt tussen beide trajecten, zodat op elkaars ondersteuningswerk kan worden voortgebouwd. Hiermee ligt de regie bij de cliënt, waarbij ik zoveel mogelijk probeer te vermijden dat het met collega adviseurs of -begeleiders een praten over de cliënt wordt.

Door de koppeling te maken naar wat de persoonlijke of professionele ‘groeikans’ zou kunnen zijn voor de cliënt, wordt duidelijk wat de beste aanpak is. Voor de één, zoals in het voorbeeld van de werknemer van het transportbedrijf hierboven, lijkt het goed om de confrontatie of het conflict wél aan te gaan. Voor de ander, voor iemand die geneigd is voor alles de barricaden op te gaan, kan het goed zijn ruimte te bieden voor het doorvoelen van de vraag, met als aandachtspunt wat dit hem of haar zou kunnen opleveren. Het kan goed zijn om eens diep adem te halen en innerlijk wel de confrontatie aan te gaan, maar het conflict niet daadwerkelijk ‘uit te spelen’ en de daardoor vrijkomende energie op iets anders te richten. De enige die werkelijk kan weten welke respons het beste past, is de persoon zelf.

Toegevoegde waarde?

Een tweede voorbeeld van de kracht van eigen regie betreft een situatie waarin ik een cliënt in een arbeidszaak over de beëindiging van zijn dienstverband, waarbij hij intimiderend gedrag van de werkgever ervoer, bewust alleen naar een zitting van de kantonrechter heb laten gaan.

“Na afloop van deze zitting kreeg ik een telefoontje van de cliënt. Hij zei: “Ik dacht niet dat ik dat zou zeggen, maar ik ben heel blij dat je er niet was en dat ik zonder steun mezelf gemotiveerd heb om geheel op mijn eigen manier, met tentoonspreiding van alle emoties mijn verhaal te doen.”

Het hele feitencomplex en de juridische beoordeling stond al prima in de door de cliënt zelf opgestelde en ingediende stukken. Het belangrijkste waar een kantonrechter dan in geïnteresseerd is, is: hoe komen de hoofdrolspelers over en waar haperen ze in hun verhaal? Kortom: welke ‘kleur’ komt er aan de zaak en de hoofdrolspelers? Daar is de toegevoegde waarde van mijn aanwezigheid niet groot, ook al afgezet tegen de kosten daarvan voor de cliënt. In dit geval moest van Amsterdam naar de Achterhoek reizen en was eigenlijk ook nog eens verhinderd doordat ik les moest geven aan beginnende advocaten.

Na afloop van deze zitting kreeg ik een telefoontje van de cliënt. Hij zei: “Ik dacht niet dat ik dat zou zeggen, maar ik ben heel blij dat je er niet was en dat ik zonder steun mezelf gemotiveerd heb om geheel op mijn eigen manier, met tentoonspreiding van alle emoties mijn verhaal te doen.”

Zoals ik ook uitlegde aan de jonge advocaten die ik aan het lesgeven was toen dit telefoontje kwam: het feit dat deze werknemer het alleen opnam tegen de werkgever, leverde bonuspunten op. Uiteindelijk kreeg hij vanwege het door de rechter als ernstig verwijtbaar veroordeelde gedrag van de werkgever twee keer de gebruikelijke ontslagvergoeding, die toen aanmerkelijk hoger lag dan onder het huidige arbeidsrecht.

Twee voorbeelden van situaties waarin ik me door een meer holistische visie heb laten leiden. Ze laten zien waarom het zo belangrijk is anders te kijken naar de rol van een advocaat. Vanuit mijn visie opent dit anders kijken vele nieuwe mogelijkheden. Daarnaast draagt een meer holistische visie bij aan een meer complete aanpak en aan tevredenheid van de cliënt.

Arthur Hol

Arthur Hol is auteur voor Pioniers Magazine. Hij is partner bij De Koning Vergouwen Advocaten, directeur van HRM-college, programmadirecteur bij Governance University en organisatieadviseur, partner van Nieuw Organiseren. Hij werkt met creatieve aanpakken om zijn ‘Mens boven Systeem’ –filosofie vorm te geven en stelt zich ten doel om op die manier bij te dragen aan transformatie van mensen en organisaties. Co-creatie is daarbinnen het principe waarmee hij mensen en ideeën met elkaar weet te verbinden.