Boekrecensies

Hoe raak je ze kwijt? Over ontspoorde leiders en slechte managers – Joep Schrijvers

In 2002 kwam Joep Schrijvers met zijn boek ‘Hoe word ik een rat?’ Een bestseller met de volgende inhoud (ik citeer bol.com):

Konkelen, streken uithalen en samenzweren zijn in een organisatie een alledaagse bezigheid. Wie spant met wie samen? Wie zijn er ‘twee handen op één buik’? Wie manipuleert wie, waartoe en hoe? Mensen die vertrouwen op de formele verhoudingen, op het ‘nette’ spel, komen bedrogen uit. Beslissingen komen niet alleen tot stand door rationele afwegingen van voor- en tegenargumenten. Nee, het andere spel, het ondergrondse politieke machtsspel, is minstens even belangrijk. 
In dit boek geeft de auteur inzicht in het politieke gedoe in bedrijven. Hij beschrijft op ironische en zeer toegankelijke wijze de meest voorkomende gore streken. Hij spoort de lezer aan om ‘politieker’ te worden. Welke belangen streven mensen na? Over welke machtsbronnen kun je eenvoudig beschikken? Wat is je eigen niveau van ‘rattigheid’? Hoe vind je de psychologische zwakheden van je tegenstrevers? Hoe speel je hoog spel?”

In die tijd was ik drukdoende met zelfsturende teams en met de promotie van meer autonomie op de werkvloer en meer verantwoordelijk gedrag van leidinggevenden. Het soort gedrag dat haaks stond op de ‘verkondiging’ van Joep. Bij lezingen stonden wij regelmatig tegenover elkaar en ik kan me zijn ‘honende’ uitlatingen nog herinneren met als strekking dat mijn ideologie waarschijnlijk nooit praktijk zou worden. Wie schetst mijn verbazing nu deze zelfde Joep Schrijver met het boek ‘Hoe raak ik ze kwijt’ komt, waarin hij schrijft over de fraude, de corruptie, het machtsmisbruik en het gesjoemel van leidinggevenden en over de vraag hoe daarvan af te komen.

“Bij het lezen van dit boek, dat overigens goed geschreven is, kon ik maar niet loskomen van zijn boek uit 2002 waarin hij al de leiders die hij nu hekelt, aanspoort en leert hoe tot rattig gedrag te komen, terwijl hij zich nu afvraagt hoe wij onze bedrijven en maatschappij kunnen verlossen van deze ‘ratten’.”

Op de cover van dit boek lees ik: “Waarom slikken wij ons commentaar in als we de baas, de leider verkeerde dingen zien doen.” Vervolgens deelt hij een sneer uit aan de toezichthouders die mede schuldig zijn aan de ontsporing van leiders en managers. Ze hebben te veel bijbaantjes, beslist geen verstand van zaken, sterker nog: ze zijn ‘inteelt’ en dragen dubbele petten.

Bij het lezen van dit boek, dat overigens goed geschreven is, kon ik maar niet loskomen van zijn boek uit 2002 waarin hij al de leiders die hij nu hekelt, aanspoort en leert hoe tot rattig gedrag te komen, terwijl hij zich nu afvraagt hoe wij onze bedrijven en maatschappij kunnen verlossen van deze ‘ratten’. Natuurlijk ben ik blij te zien dat Joep tot ‘inzicht’ is gekomen, alhoewel hij eerst verdiend heeft aan het fokken van de ratten en nu verdient aan het bestrijdingsmiddel.

In zijn voorwoord schrijft hij, en ik zou dat beslist niet serieus nemen: “Laat mij u troosten. Vertrouw mij in wat ik schrijf. Ik ben eerlijk en meen het goed met u. Ik ben anders dan die praatjesmakers. Luister niet naar ze, mijd hun gesuikerde babbeltjes over dienend leiderschap, respect en authenticiteit.” Ik zal daar geen waardeoordeel over geven, maar adviseer je wel je goed te realiseren wie dit schrijft en wat hij in 2002 heeft geschreven.

Hij schrijft ook over goererende leiderschapspulp en leiderschapskitsch en verwijt schrijvers als Covey, Blanchard, Cruijff, enz., zij het verschil niet hebben kunnen maken in het voorkomen van slecht leiderschap. Dat lijkt me een makkelijk en goedkoop statement, waarbij hij in wezen aan hetzelfde lijdt als wat hij slechte leiders verwijt: succesverslaving.

Joep Schrijver is een vlotte schrijver wat niet wegneemt dat naarmate het boek vordert, ik toch wel moe werd van zijn geschop. En zijn geschop dekt hij af met tips en adviezen hoe je slechte leiders tegemoet moet treden en kunt ontmaskeren. Hij steekt de toezichthouders ook nog een hart onder de riem waarbij ik me er dan weer over verbaas dat hij de toezichthouders niet over dezelfde kam scheert als de leiders. Veel van alles wat hij als bagger wegschrijft, had hij naar mijn mening ook tegen kunnen komen onder de toezichthouders als hij die groep ook wat beter onder de loep had genomen. Hij heeft wel enkele kritische kanttekeningen aan het adres van deze groep, maar is toch beduidend milder, zeker als ze voldoen aan de cisterciënzer aanpak van het hebben van normen.

“Het is alsof ik Trump over Poetin hoor praten of andersom en als ik een van beiden niet zou kennen dan zou ik sterk geneigd zijn de spreker te geloven en serieus te nemen.”

Als ik de hele voorgeschiedenis niet zou kennen, dan zou ik zijn boek met plezier gelezen hebben, temeer omdat hij types beschrijft die daadwerkelijk bestaan. Zijn taalgebruik is opzwepend en neemt je mee in de quasi boosheid die hij probeert neer te zetten. Het is alsof ik Trump over Poetin hoor praten of andersom en als ik een van beiden niet zou kennen dan zou ik sterk geneigd zijn de spreker te geloven en serieus te nemen. Het lukt me helaas niet Joep Schrijver serieus te nemen, ongeacht de hoeveelheid schrijvers en literatuur die hij aanhaalt of waar hij zich achter verschuilt. Hij noemt slecht leiderschap te gemakkelijk een beroepsziekte, waarvan zelfoverschatting, hebzucht en wellust, risicoblindheid en paranoia de symptomen zijn, terwijl de volgers van dit soort leiders als dociele groepsdieren worden afgeschilderd.

Ik ben het niet met hem eens als hij ‘de leiderschapsindustrie’ een collectieve suikerziekte toedicht. Het klopt dat er veel ontspoorde leiders zijn, maar de leiders die een voorbeeld zijn van het tegenovergestelde van wat Joep beschrijft, zijn mensen die hun leiderschap serieus nemen. Niet om er zelf beter van te worden maar ze zijn juist gericht op de ontwikkeling van de mensen aan wie zij leiding geven en op een betere wereld.

Beste Joep Schrijvers, toen jij in 2002 het rattengedrag aanmoedigde, was er ook een groep mensen actief met dienend leiderschap, een stijl van leidinggeven die jij nu wegzet als ’gesuikerde babbels’. Gelukkig kom ik heel veel leidinggevenden tegen die zich juist afkeren van het gedrag dat jij beschrijft en neem van mij aan dat dit niet slechts ‘enkele witte raven’ zijn, maar een groeiende groep die nog voordat jij hen over deze kam schoor van ‘hoe kom ik eraf’ ook al tot het inzicht kwamen dat jij in dit boek beschrijft.

Gelukkig sluit hij zijn boek af met wat hij noemt ‘anti-verloederingsprincipes’ waarbij hij de aanbevelingen van de afgelopen eeuwen (zijn woorden) even op een rij zet. Na de vrij ophitsende taal van zijn eerste hoofdstukken, heb je als lezer hier de gelegenheid om even ‘tot rust’ te komen. Goede tips die me sterk deden denken aan de dienend-leiderschap filosofie van Robert Greenleaf. Dat deed me uiteindelijk dan toch een plezier.

Ik kijk nu al uit naar zijn volgende boek alhoewel ik bang ben dat ik daar dan ook weer 15 jaar op zal moeten wachten. Ik kan niet wachten op de titel!

Daan Fousert

Daan Fousert (1947) is redactielid en auteur voor Pioniers Magazine. In de redactie is 'leiderschap' zijn aandachtsgebied. Daan wordt algemeen beschouwd als de grondlegger van Servant Leadership in Nederland. Hij schreef diverse boeken over Management, Human Resources en Dienend-Leiderschap. Zijn professionele focus is gericht op de volle breedte van leiderschap en de ontwikkeling van mensen. Momenteel is hij algemeen directeur van Servant-Leadership Solutions. “Het oude leiderschap is dood, en om het nieuwe aan te duiden hebben we allerlei woorden nodig die de aandacht in feite alleen maar afleiden van waar het werkelijk om gaat. Al die adjectieven verhullen dat we bij leiderschap geen eigen, grootse connotatie meer hebben. Ik heb me verbonden met dienend leiderschap, maar die term omvat niets wat met het woord leiderschap alleen niet ook te duiden valt. Echt leiderschap ís dienend. Al het andere is geen slecht leiderschap, het is géén leiderschap. Hou het simpel.” Daarnaast is Daan beeldhouwer en auteur van inmiddels al weer 6 romans.