Artikelen

Hoe een 300 jaar oude fabel onze economie vormgaf. En hoe een nieuw verhaal dat opnieuw kan doen.

Een goed verhaal kan de wereld veranderen. Zelfs als dat verhaal in eerste instantie volkomen absurd lijkt. Denk aan Copernicus en Galilei die betoogden dat de zon en niet de aarde het middelpunt van ons heelal vormde en daarmee de toorn van de katholieke kerk over zich afriepen. Denk aan Freud wiens controversiële theorieën over psychoanalyse door zijn tijdgenoten belachelijk werden gemaakt. Zelfs Albert Einstein werd in eerste instantie voor gek verklaard. Zelf moest hij ook wennen aan zijn eigen inzichten en durfde hij aanvankelijk zijn eigen ideeën over het inkrimpen en uitdijen van het heelal niet serieus te nemen. Inmiddels hebben de ideeën van Copernicus, Galilei, Freud en Einstein onze opvattingen over het heelal, de psychologie en de (natuur)wetenschap verregaand beïnvloed en onze moderne leefwereld mee vormgegeven.

“Economische overtuigingen, waarden en aannames bepalen hoe we denken, voelen en handelen. Het economische verhaal is het grote verhaal van onze tijd.”

Ook onze opvattingen over economie zijn in belangrijke mate bepaald door verhalen. In haar boek Doughnut Economics vertelt Kate Raworth bijvoorbeeld hoe groot de invloed is geweest van Paul Samuelson’s tekstboek Economics. Dit boek uit 1948, grotendeels bestaand uit grafieken, tabellen en diagrammen, maakte van de tot dan toe ontoegankelijke economische wetenschap in een klap een verhaal voor de massa. Veel van de modellen uit dit boek, zoals het Circulair Flow Diagram, vormen nog altijd het hoofdbestanddeel van de economieboeken op scholen en universiteiten.

Alles is economie en economie is alles

Het is niet toevallig dat ik hier het verhaal over economie centraal stel. Ik doe daarmee niets anders dan wat we in onze samenleving dagelijks doen: economie centraal stellen. Alles is economie en economie is alles. In de woorden van Kate Raworth: “Economics is the mother tongue of public policy, the language of public life, and the mindset that shapes society.” Economische overtuigingen, waarden en aannames bepalen hoe we denken, voelen en handelen. Het economische verhaal is het grote verhaal van onze tijd.

Als het economische verhaal zo bepalend is in ons leven, is het dan niet belangrijk om te weten waar dit verhaal vandaan komt en waarop het gebaseerd is? Ik vind van wel en dus heb ik mij in mijn recente boek ‘Tijd voor de betekeniseconomie. Het verhaal over onze economie dat ze je nooit vertellen’ (een recensie is verschenen in het laatste nummer van Pioniers Magazine) verdiept in ons huidige economische verhaal door drie simpele vragen te stellen: (1) Wat is de essentie van het verhaal; (2) Waar komt het verhaal vandaan? (3) Vinden we het een goed verhaal? Ik ontdekte dat het grote verhaal van onze economie een samensmelting is van vele kleine verhalen. Een van die verhalen springt er voor mij uit, omdat het verklaart hoe de moderne economie gekomen is tot de centrale overtuiging dat individuele hebzucht goed is voor ons allemaal en daarom aangemoedigd dient te worden. Dit is het verhaal van Bernard Mandeville, een Nederlandse arts en filosoof die leefde van 1670 tot 1733. Het gaat als volgt:

Hebzucht is goed

In de tijd dat Mandeville leeft kenmerkt de (Engelse) samenleving zich door fraude, omkoping en corruptie. Overal ziet hij mensen zich egoïstisch en hebzuchtig gedragen. Tegelijkertijd ziet Mandeville dat de welvaart stijgt en dat de samenleving vooruitgaat. Het handelen vanuit egoïstische motieven zorgt voor onbedoelde positieve economische effecten. Mandeville komt zo tot de conclusie dat maatschappelijke vooruitgang en economische voorspoed alleen mogelijk zijn wanneer mensen zich egoïstisch gedragen.

“Als de kern van ons huidige economische verhaal gebaseerd blijkt op een fabeltje, wat moeten we dan doen?”

Deze stelling komt hem op veel kritiek te staan van zijn veelal vrome tijdgenoten. Het aanmoedigen van mensen om uitsluitend zichzelf te dienen in plaats van God en hun medemensen is letterlijk vloeken in de kerk. Mandeville wordt dan ook bestempeld als de antichrist, zijn ideeënworden veroordeeld in rechtbanken en in Frankrijk worden zijn boeken publiekelijk verbrand op straat.

Kijk maar naar de bijenkorf

Maar Mandeville is slim en hij begrijpt de kracht van een goed verhaal. Hij verwerkt zijn ideeënin een fabel over een bijenkorf (De complete tekst van de fabel vind je hier). Net als de echte wereld kenmerkt de bloeiende bijengemeenschap zich door fraude, omkoping en corruptie. Maar de bijen klagen en geloven dat het beter zou zijn om in een eerlijke en rechtvaardige samenleving te leven. De bijengod Jove hoort hun verzoek en maakt van alle bijen rechtschapen wezens.

En dan gaat het mis.

In plaats van een beter leven, krijgen de bijen een slechter leven in de bijenkorf. Talloze bijen verliezen hun baan (beveiligers, politieagenten, rechters, advocaten, officieren van justitie) omdat er niet meer gestolen wordt en er geen misdaden meer plaatsvinden. Omdat luxe en begeerte verdwijnen, is er vrijwel geen vraag meer naar andere producten dan producten die voorzien in de eerste levensbehoeften. De middenstand verdwijnt vrijwel geheel. Ook leger en wapens zijn niet langer nodig, want de bijen zijn vredelievend. Je raadt het al: het loopt slecht af met het bijenvolk. De meeste bijen komen om doordat ze niet in staat zijn in hun levensonderhoud te voorzien. De weinige bijen die overblijven, worden uit hun korf verjaagd door een ander bijenvolk en verschuilen zich in een holle boom.

Een briljant verhaal

Het briljante van het verhaal van Mandeville is de intuïtieve overtuigingskracht ervan. Elke keer als ik het verhaal lees, betrap ik mezelf op de gedachte dat het klopt wat hij zegt: er is geen speld tussen te krijgen. Met eerlijke en rechtvaardige bijen loopt het slecht af omdat een economie zonder vraag ten dode opgeschreven is. Na de eerste kritieken slaat de stemming dan ook om. Mandeville heeft toch wel een punt, dat kan zelfs de grootste criticaster niet ontkennen. Langzaamaan raken meer en meer mensen ervan overtuigd dat het lot van het bijenvolk alleen te ontlopen valt door mensen aan te zetten om te doen wat in hun aard zit: maximaal hun individuele egoïstische begeerte najagen door zoveel mogelijk te consumeren en daarmee de bijenkorf (lees: economie) draaiende te houden. Dit uitgangspunt vormt nog altijd de kern van ons huidige economische denken en handelen. Zo heeft een 300 jaar oude fabel onze economie gevormd.

Er is alleen een probleem: de fabel is een fabeltje.

Schijn bedriegt

Mandevilles voorstelling van de bijengemeenschap is namelijk die van een alles-of-niets-wereld. Er wordt niets meer gestolen, misdaden vinden niet langer plaats, vrede is overal, en luxe en begeerte bestaan niet meer.

Oh ja. En Elvis leeft.

Kortom, de bijenwereld van Mandeville is een fantasiewereld; hij bestaat niet en kan ook niet bestaan. Maar een wereld waarin minder gestolen wordt, minder misdaden plaatsvinden, minder oorlog is en die minder luxe en begeerte kent, is geen sprookje. Die wereld bestaat echt en zien we om ons heen. Alleen niet overal en minder dan we zouden willen.

“Een economie die draait op een productaanbod dat veel kleiner is dan nu het geval is en dat bestaat uit producten die meer of minder noodzakelijk zijn en meer of minder belastend voor ons ecosysteem is volstrekt realistisch.”

In Mandevilles alles-of-niets-wereld gelden bovendien allerhande aannames die aanvechtbaar zijn, zoals de aanname dat je geen leger en politie meer nodig hebt als er geen oorlogen en misdaden meer zijn. Dit klinkt logisch, maar gaat voorbij aan het feit dat leger en politie een preventief effect hebben: ze voorkomen dat oorlogen uitbreken en dat misdaden plaatsvinden.

Een andere truc die Mandeville toepast is dat hij doet alsof er slechts twee soorten producten bestaan, namelijk eerste levensbehoeften en luxeproducten, en dat een economie die enkel draait op eerste levensbehoeften niet levensvatbaar is. Dit is natuurlijk een kunstmatig onderscheid en flauwekul. Een economie die draait op een productaanbod dat veel kleiner is dan nu het geval is en dat bestaat uit producten die meer of minder noodzakelijk zijn en meer of minder belastend voor ons ecosysteem is volstrekt realistisch. Het idee dat er steeds meer producten moeten komen om de economie gezond te houden en rampspoed te voorkomen, lijkt misschien vanzelfsprekend, maar is dat natuurlijk niet.

Tijd voor een nieuw verhaal

Als de kern van ons huidige economische verhaal gebaseerd blijkt op een fabeltje, wat moeten we dan doen? De Engelse ecoloog George Monbiot heeft het antwoord: vertel een nieuw verhaal. In de recente Tegenlicht-uitzending ‘Compassie als oplossing’ legt hij dit uit:

“Mensen denken in verhalen. Zo interpreteren we de wereld. Als iemand een pakkend verhaal vertelt, luisteren we. We willen altijd een verhaal horen. En nu moeten we echt een nieuw verhaal vertellen. Ik noem het het verhaal van saamhorigheid.”

We willen altijd een verhaal horen, aldus Monbiot. Om daarmee de wereld te begrijpen en vorm te geven. En dus vertelt hij ons zijn verhaal van saamhorigheid (politics of belonging) in de hoop daarmee a world of belonging te bewerkstelligen. Ik vertel een soortgelijk verhaal, dat van de betekeniseconomie, waarmee ik een wereld vol betekenis nastreef waarin de gemeenschap voorop staat, gewetensvol handelen vanzelfsprekend is en economische afwegingen (lees: geld) niet altijd de doorslag geven.

Natuurlijk zijn we er daarmee nog niet. Een verhaal maakt nog geen zomer. We moeten ons gedrag veranderen. Om ons daarmee te helpen heb ik de betekeniseconomie uitgewerkt in tien uitgangspunten die praktische handvatten bieden voor iedereen die er werk van wil maken. Talloze mensen wereldwijd doen dit overigens al met veel overtuiging, volharding en succes. Als ik één wens mag doen, is het dat het verhaal over de betekeniseconomie net zo krachtig blijkt als de bijenkorffabel van Mandeville en het verhaal wordt over onze economie dat we elkaar over driehonderd jaar nog vertellen. Omdat het veel beter dan eenfabel is.

Kaj Morel

Kaj Morel is sociaal psycholoog en auteur voor Pioniers Magazine. Hij is pionier van de betekeniseconomie, identiteitsmarketingexpert en is organisatieadviseur. Met zijn huidige bedrijf De Zaak van Betekenis zet hij zich in om gezamenlijk een samenleving te realiseren – de betekeniseconomie – waarin organisaties zich bewust zijn van hun betekenis voor anderen en actief bezig zijn om deze te vergroten. Hij is medeoprichter en bestuurslid van de Stichting Betekeniseconomie in Twente (2017). Hij promoveerde (1995-2000) aan de Technische Universiteit in Delft op een proefschrift over de wijze waarop consumenten nieuwe, hybride producten leren begrijpen en was jarenlang docent en onderzoeker op het gebied van consumentengedrag en consumentenonderzoek in Delft en Rotterdam (EUR). Als lector Identiteitsmarketing bij Saxion (2009-2016) kreeg hij de kans om zijn geestdrift voor onderwijs, onderzoek en kennisontwikkeling te combineren met het werken in de praktijk aan betekenisvolle organisaties. Kaj heeft een voorliefde voor praktisch toepassen, werkzame hulpmiddelen ontwikkelen en zaken daadwerkelijk voor elkaar krijgen. Hij schreef twee toegankelijke en laagdrempelige boeken: Identiteitsmarketing. Waarom wij bestaan (2010) en Tijd voor de betekeniseconomie. Het verhaal over onze economie dat ze je nooit vertellen (2018).