Winkelmand

Artikelen

Het misleidende van misleiding en hoe voorkom je het?

Rond en over de maatregelen omtrent de coronacrisis en het verschijnsel 5G bestaan veel uiteenlopende meningen. Velen voelen zich geroepen hun mening, wel of niet onderbouwd met ‘bewijzen en feiten’, publiekelijk te spuien. Daarin schuilt een gevaar dat misschien nog erger is dan het coronavirus of 5G zelf, namelijk misleidende beeld- en oordeelsvorming.

Eén van onze belangrijkste grondwettelijke rechten is vrijheid van meningsuiting en ik wil iedereen aanmoedigen zijn of haar mening te uiten. Ik pleit voor een mate van discipline in het verspreiden van je mening of het verspreiden van berichten van anderen. Neem verantwoordelijkheid bij het delen van je eigen of (deels geadopteerde) andermans mening en lees hieronder hoe je zelf mogelijke misleiding kunt voorkomen.

Wat is juist en wat niet?
De 19e-eeuwse Deens filosoof Kierkegard zei ooit dat we het leven vooruit moeten leven terwijl we het pas achteraf zullen begrijpen. En dat komt omdat we vaak pas achteraf kunnen beoordelen of acties of besluiten goed, minder goed of onjuist waren. Soms moeten we het doen met de informatie die we hebben en incidenteel zullen we zelfs onze besluiten moeten herroepen of aanpassen omdat we aan inzicht winnen. Naarmate we meer feiten winnen en kennis krijgen over bijvoorbeeld het coronavirus, zullen we in staat zijn ons handelen daaromheen op juistheid te beoordelen. Zolang we niet alle feiten kennen zullen we het moeten doen met de informatie die wij hebben, die zullen we moeten beoordelen en op basis daarvan besluiten nemen. Belangrijk is wel dat alle relevante informatie daarin meegenomen wordt en we niet vast blijven zitten in een eenmaal ingenomen standpunt. Dat neigt naar vooringenomenheid en afsluiting voor andere informatie.

Kan het anders?
Het is logisch dat mensen zich afvragen waarom Zweden andere besluiten heeft genomen dan Italië, of Nederland of welk land dan ook. Vaak zie je mensen verwijzen naar andere landen en wat daar allemaal gedaan wordt, terwijl we vergeten dat die landen op basis van hún opgedane kennis en feiten en demografische samenstelling van hun volk besluiten hebben genomen.

Ieder land is anders, qua samenstelling, qua cultuur, qua discipline en dat impliceert dat die landen op basis van hun feiten en kennis besluiten moeten nemen die zij verantwoordelijk achten voor hun land. Het is geen kwestie van goed of fout, het is een kwestie van roeien met de riemen die je hebt. Kan het beter? Ja, het kan beter. Kan het anders? Ja, het kan anders. Is het volmaakt? Nee, het is zeker niet volmaakt. Maar nogmaals, ieder land zal het moeten doen met de inzichten die zij hebben en de kennis die ze ingewonnen hebben. Natuurlijk pleit ik ervoor dat zij die besluiten moeten nemen, ook heel veel informatie tot zich nemen en serieus nemen.

Een onderdeel van onze vrijheid van meningsuiting is dat wij alle besluiten mogen/moeten bevragen, al was het maar om degenen die besluiten nemen, scherp te houden.

Bevragen
Mogen we twijfelen aan de informatie die tot ons komt? Altijd! Sterker nog: we mogen alles bevragen. Zelfs de besluiten die onze regering neemt. Dat houdt hen scherp en helpt ons in onze behoefte zaken te begrijpen, te accepteren. Maar dat laat onverlet het feit dat we voorzichtig moeten zijn met en verantwoordelijkheid hebben in het maar doorzetten van informatie waarvan we de oorsprong niet goed kennen, de bewezen waarde niet en we het niet kunnen toetsen. Mogen we iemand attent maken op een mening die mogelijk interessant kan zijn en ons in ons beeldvormingsproces kan helpen? Daar is niets op tegen als we dat op vragende wijze doen en het niet als ‘bewijs’ aanvoeren.

Mezelf die opdracht geven is geen sinecure omdat we allen onderdeel zijn van de crisis waarin we thans verkeren en allen hopen dat alles weer snel normaal is. Als ik dus iets hoor wat mij bevalt en mij brengt bij iets dat ik zou kunnen gebruiken, ligt het voor de hand zo’n mening of stellingname te volgen. Dagelijks moeten we allemaal die afweging meerdere malen maken. Als iemand mij vraagt: ‘Vind jij ook niet dat.…?’ en die vraag past in mijn straatje, dan zal ik snel positief reageren, zonder dat ik enig bewijs heb, zonder dat de ander enig bewijs heeft. Door mijn positieve reactie versterk ik dan weer de mening van de vraagsteller en degenen die mijn mening serieus nemen. Eerlijker is het in zo’n geval te reageren met ‘ik weet het niet’ en me te onthouden van commentaar of een eigen mening.

Hoe voorkom je misleiding?
Relevante vraag is hoe we de valkuil van misleiding kunnen voorkomen, immers, we hebben er allemaal mee te maken. Een paar grondbeginselen kunnen helpen:

  1. Check de bron. Is die betrouwbaar? Is het wetenschappelijk? Zijn er bewijzen?
  2. Wat is de reputatie van de bron?
  3. Uit de hoeveelste hand komt de informatie? Zingt het rond en wordt het maar doorgedeeld of is het informatie uit eerste hand en dus betrouwbaar?
  4. Wat wil ik bereiken met het ‘delen’ van een mening van een ander? Wat zijn mijn motieven? Zoek ik bevestiging van wat ik ook geloof maar niet weet? Overschreeuw ik mijn angst? Het helpt om jezelf te bevragen op de motieven die jij hanteert en je zult zien dat als je dat gaat doen, je al snel de dwang verliest naar verder delen.
  5. Ten slotte: heb ik recht van spreken? Is mijn mening voldoende onderbouwd dat ik stelling kan nemen of wil ik de vraagstelling achter zo’n mening ventileren? In dat geval is het goed je eigen twijfel uit te spreken maar wel te zeggen dat de vraag achter die mening verder onderzoek behoeft, waarmee je mogelijk anderen stimuleert tot nader onderzoek.
  6. Blijf vragen stellen. Informatie die tot je komt, kan leiden tot vragen. Daarom is het juist te blijven vragen, want onze vragen leiden mogelijk tot meer onderzoek.

Voor mij hebben deze ‘grondbeginselen’ bewezen waarde. Mogelijk heb je eigen regels voordat je iets overneemt en doorzet. Waar het om gaat is dat we nadenken voordat we iets roepen of kopiëren. De wereld is al diffuus genoeg en allen kunnen we helpen de valkuil van de misleiding te voorkomen door (verdere) misleiding, want dat draagt niet bij tot duidelijkheid, waar we allen behoefte aan hebben.

Daan Fousert

Daan Fousert (1947) is redactielid en auteur voor Pioniers Magazine. In de redactie is 'leiderschap' zijn aandachtsgebied. Daan wordt algemeen beschouwd als de grondlegger van Servant Leadership in Nederland. Hij schreef diverse boeken over Management, Human Resources en Dienend-Leiderschap. Zijn professionele focus is gericht op de volle breedte van leiderschap en de ontwikkeling van mensen. Momenteel is hij algemeen directeur van Servant-Leadership Solutions. “Het oude leiderschap is dood, en om het nieuwe aan te duiden hebben we allerlei woorden nodig die de aandacht in feite alleen maar afleiden van waar het werkelijk om gaat. Al die adjectieven verhullen dat we bij leiderschap geen eigen, grootse connotatie meer hebben. Ik heb me verbonden met dienend leiderschap, maar die term omvat niets wat met het woord leiderschap alleen niet ook te duiden valt. Echt leiderschap ís dienend. Al het andere is geen slecht leiderschap, het is géén leiderschap. Hou het simpel.” Daarnaast is Daan beeldhouwer en auteur van inmiddels al weer 6 romans.