Winkelmand

Artikelen

Heb jij al een quotum vrouw?

Sinds 3 december 2019 hebben we een nieuwe uitdrukking: de quotum-vrouw. Dat is de vrouw die op wettelijke gronden een plaats krijgt in het bestuur van één van de achtentachtig beursgenoteerde bedrijven in Nederland. Over het algemeen werd er euforisch gereageerd op de aanname van deze wet. De minister van onderwijs noemde het zelfs een historisch hoogtepunt.

Voordat ik je op het verkeerde been zet: ik ben een zeer groot voorstander van meer vrouwen in leidinggevende posities. Niet alleen op bestuursniveau of binnen de beursgenoteerde bedrijven. Nee, in alle organisaties en op alle niveaus. Vrouwen hebben eigenschapen die mannen niet hebben. Zij zorgen voor harmonie, verbinding, meer empathie en minder competitiedrang. Dus die achtentachtig bedrijven vormen slechts een druppel op een gloeiende plaat. Als we dan toch met wetgeving dingen willen forceren doe het dan voor alle bedrijven en instellingen, ook voor de overheid.

Toch kan ik niet zeggen heel erg blij te zijn met deze wet, omdat er nu een geforceerde situatie ontstaat waardoor meer vrouwen in dergelijke topposities komen. ‘Oh, je bent zo’n quotum-vrouw?’ Ik hoor het al en die vrouwen zullen zich daarna afvragen of zij nu gekozen zijn op hun kwaliteiten of op hun sekse omdat er een wet is die dat voorschrijft. Toegegeven, als er geen weg is, kan er altijd nog een wet zijn en laat ik die wet dan maar het voordeel van de twijfel geven, vanuit de hoop dat we straks lachen om dergelijke wetgeving omdat het dan niet meer dan normaal is dat vrouwen net zo makkelijk benoemd worden als mannen en ook nog eens gelijk beloond worden, want dat gat is met deze wet niet gedicht.

‘Old boys’ netwerk
Het probleem van de wet is dat het misschien een ogenschijnlijk probleem oplost, namelijk de onwil van het ‘old boys’ netwerk om vrouwen op ‘hun’ posities te benoemen. De eerlijkheid gebied echter ook te zeggen dat we moeten onderkennen dat deze wet het echte probleem niet oplost, namelijk het culturele probleem dat onder het ‘old boys’ netwerk schuilgaat.

De basis van dit probleem gaat heel ver terug. Daar zal ik je niet mee vermoeien. De oorzaak van het bestaan van het ‘old boys’ netwerk ligt o.a. bij de universitaire wereld. Zo lang de corporale situatie, zoals die in vele universiteiten nog bestaat, blijft bestaan, zullen jonge jongens versterkt worden in het beeld dat mannen superieur zijn en ook al denken ze dat niet, dan nog wordt de basis van alle ‘old boys’ netwerksystemen wel in die tijd gelegd. De oud-senaatledendiners, waarin voorgaande senatoren de nieuwe senatoren toebrallen, zodat zij dat straks ook weer kunnen doen, zijn nog steeds orde van de dag. Als we beginnen dit soort ‘mannen en vrouwen gescheiden’ mechanismen op te heffen, dan verdwijnt het ‘old boys’ netwerk vanzelf.

Voed jonge mensen al van jongs af aan en consequent op met de gedachte dat iedereen gelijk is. Kwaliteit kent geen vrouwelijk of mannelijk vorm. Als ze dan ook nog eens worden opgeleid vanuit de inclusiviteit gedachte, dat iedereen meedoet en de diversiteitsgedachte, waarbij ze leren dat etnische achtergrond ook irrelevant is, dan leggen we een belangrijk begin van een culturele basis voor toekomstige generaties en maakt het wetgeving overbodig.

‘Band of brothers’
Danielle Braun (corporate antropologe) stelt in een artikel in Management Impact dat het helemaal niet gaat over een strijd der seksen maar dat dit ‘gedoe’ alles te maken heeft met het feit dat wij mensen tribale wezens zijn. Dat mannen een ‘band of brothers’ ervaren, van waaruit stammen beschermd moesten worden en dat vrouwen de basis van de gezinnen en opvoedsters van de kinderen zijn. Ze schrijft:

‘Door je zussen een beetje in toom te houden heb je tribaal gezien het meeste succes, kinderen, veiligheid, besjes en noten. Vanuit deze antropologische blik is het maken van vrouwenquota -door hoog-op-de-apenrots mannelijke bestuurders en politici- niks anders dan een moderne vorm van uitruil van zusters. ‘Hoeveel vrouwen heb jij binnengehaald op jouw universiteit’. Eigenlijk nogal primitief. Tribale broedercompetitie in een verlicht jasje.’

Ik denk dat daar een kern van waarheid in schuilt. Toch hoort mijns inziens de ‘band of brothers’ thuis in een ander cultureel tijdperk en dat we die zijn ontgroeid en plaats heeft gemaakt voor het tijdperk van superioriteit denken van mannen.

Religie
De handhaving of verdediging van de voedingsbodem van het ‘old boys’ netwerk kent ook een religieuze grondslag. Daarbij wil ik niet wijzen op de islam maar vooral naar het christelijk fundamentalisme dat je nog steeds en fanatiek terugvindt in de Biblebelt gebieden. In die omgeving zijn vrouwen inferieur aan mannen, mogen vrouwen zich niet eens verkiesbaar stellen voor een politieke partij en als ze dat al wel mogen, kunnen ze niet plaats hebben in het bestuur van die partijen.

Christelijke partijen zijn verantwoordelijk voor de moederschapscultus die de Nederlandse vrouw tot ver in de vorige eeuw afhankelijk maakte van haar echtgenoot, die haar verbood buitenshuis te werken’, schrijft historicus, journalist en auteur Alles Pegel op 16 juni 2018 in een column in Trouw. Sporen daarvan bestaan nog steeds, en heel hardnekkig, in onze maatschappij.

Hoe anders?
Dus liever dan een wet had ik gezien dat de elementen (universitaire conditionering, religieuze denkbeelden, uitsluiten van bepaalde groepen, etnische scheiding) die ten grondslag liggen aan het inferieure vrouwbeeld, worden bestreden of teniet worden gedaan. Volledige gelijkheid wordt pas echt bereikt als de mechanismen die deze ongelijkheid in de hand werken uit onze maatschappij verdwijnen. Mijn angst is dat we ons nu gaan ‘verschuilen’ achter deze wet en ondertussen ‘verworven rechten’ blijven verdedigen en gedogen. Dat is dweilen met de kraan open. Alles wat de moeite waard is, kost ook moeite en meer moeite dan alleen maar het aannemen van een wet. Een wet doorgeven aan de generaties die na ons komen is een opdracht die door veel politici misschien wel gepreekt wordt, maar zeker niet gepraktiseerd in eigen geledingen. En dat is wat ontbreekt aan het ‘leiderschap’ dat nu door de politiek op dit punt wordt getoond. Leiderschap is inspireren vanuit het vermogen om samenhang aan dingen te geven en in perspectief te verbinden. Kortom: zingeving en bezieling. En dat ontbreekt bij de quotum-vrouw die dan meer een doekje voor het bloeden wordt dan een echte culturele verschuiving.

Daan Fousert

Daan Fousert (1947) is redactielid en auteur voor Pioniers Magazine. In de redactie is 'leiderschap' zijn aandachtsgebied. Daan wordt algemeen beschouwd als de grondlegger van Servant Leadership in Nederland. Hij schreef diverse boeken over Management, Human Resources en Dienend-Leiderschap. Zijn professionele focus is gericht op de volle breedte van leiderschap en de ontwikkeling van mensen. Momenteel is hij algemeen directeur van Servant-Leadership Solutions. “Het oude leiderschap is dood, en om het nieuwe aan te duiden hebben we allerlei woorden nodig die de aandacht in feite alleen maar afleiden van waar het werkelijk om gaat. Al die adjectieven verhullen dat we bij leiderschap geen eigen, grootse connotatie meer hebben. Ik heb me verbonden met dienend leiderschap, maar die term omvat niets wat met het woord leiderschap alleen niet ook te duiden valt. Echt leiderschap ís dienend. Al het andere is geen slecht leiderschap, het is géén leiderschap. Hou het simpel.” Daarnaast is Daan beeldhouwer en auteur van inmiddels al weer 6 romans.