Artikelen

Gezocht: huis met verhaal

Ik zoek een eigen huis dat ten eerste binnen mijn budget past en ten tweede voldoet aan mijn idee over schoonheid. Natuurlijk is het verstandig om vanuit ratio en budget je zoektocht te beginnen. Ook zaken als je eigen gezinssituatie, volume en ligging neem je hier in mee. Voor mij kan het echter niet zo zijn dat ik mijzelf moet aanpassen aan een huis. Het moet een huis zijn met een verhaal en een ziel dat ook nog mogelijkheid biedt voor eigen inbreng. De huidige tendens is dat huizen zo strak en inwisselbaar zijn dat er geen smaak meer aan zit en daar kan ik dus niet in wonen, dat past niet bij mij.

Karakter

De meest logische gedachte is dat je dan een huis laat bouwen maar dat is voor weinigen weggelegd en dus ook niet voor mij. Bovendien is het uiterlijk van een huis op een bouwkavel vaak gebonden aan welstandscommissies en andere gemeentelijke bemoeiallen. Dat resulteert in de meeste gevallen in een doorsnee en smakeloos huis en in het slechtste geval in een cataloguswoning of boerderette. De meeste huizen zijn namelijk bloedsaai en hebben geen enkele eigen identiteit. Als je een dergelijke wijk binnen rijdt, moet je steeds zoeken naar je eigen huis. Bij mij past een huis met een eigen karakter net zoals ook ik een eigen karakter heb.

[wcm_nonmember]
Wil je de rest van dit artikel lezen? word dan lid!
[/wcm_nonmember]
[wcm_restrict]

Ik ben zelf geboren op het Hogeland van Groningen en heb mijn jeugd doorgebracht in verschillende dorpen. Mijn ouders sleepten ons in die tijd van het ene naar het andere paleis.

“Bij mij past een huis met een eigen karakter net zoals ook ik een eigen karakter heb.”

In de jaren ‘70 en ‘80 wilde er geen hond wonen in die statige rentenierswoningen. Plafonds van vijf meter hoog en marmeren schouwen, sierplafonds met engelen en eierlijsten in overvloed. Marmeren gangen en statige bordestrappen en zolders zo groot dat je er wel kon brommer rijden. De keerzijde was ijsbloemen op het enkel glas, poepen op een ton en wassen in de zinken teil. Het was er soms zo koud dat mijn neus aan de dekens vast vroor.

Onder een hoog plafond kun je groter denken

Het werk hield nooit op. Dan weer een badkamer timmeren, dan weer groot onderhoud, dan weer hout hakken voor de allesbrander. In tuinen zo groot om in te verdwalen werd biologisch dynamisch getuinierd en groente en fruit groeide rijk op de Groninger klei. Je leefde met de seizoenen en genoot van het veranderend uitzicht, waar de wolken nog de ruimte hebben de grond te raken. Het was niet makkelijk en comfort was vaak ver te zoeken, maar wat een avontuur was het en wat een ruimte voor nieuwe ideeën gaf het. Net alsof je groter kan denken onder een hoog plafond.

Nu ik zelf ouder word en voornamelijk in steden in heel Nederland heb gewoond, zou ik wel weer op het Hogeland willen wonen en daar zoeken mijn partner Josje en ik nu een huis dat bij ons past.

Over het algemeen worden huizen uit de romantische periode, van rond 1900, als mooi beschouwd. Rijk aan versiering en detaillering met hoge plafonds. Een bouwperiode waarin architecten hun heimwee naar het verleden verwerkten in hun bouwstijlen. Zo ontstonden het neoclassicisme en de neogotische bouwstijlen. Een zoektocht naar de puurheid van de klassieke kunststromingen van de Grieken en de Romeinen. Architecten zoeken steeds naar een nieuwe taal en verschillende stromingen volgen elkaar sindsdien op. Moderne architectuur vertaalt de tijdsgeest en het  wereldbeeld van het heden. Dit komt het best tot uitdrukking in grote publieke of commerciële bedrijven die hiermee een visitekaartje willen afgeven. In dit artikel beperk ik mij tot de publieke woningbouw die ontstaan is vanuit de woningwet uit 1901. Als reactie op de erbarmelijke omstandigheden in de grote steden.

Witte schimmel

Het primaire doel van woningbouwverenigingen was het bieden van betaalbare woningen voor mensen met een kleine beurs. Tussen 1900 en 1940 werden 1 miljoen zogenaamde woningwetwoningen gebouwd door woningbouwverenigingen en gemeenten.

Na de oorlog heerste er een grote woningnood die geleid heeft tot het bouwen van goedkope en compacte huizen in meerdere woonlagen. In de jaren ’60 en ’70 werd dit gevolgd door huizen die steeds groter werden met de doorzonwoning in een rijtje als kenmerk voor die periode. Dertig procent van de 7,5 miljoen eengezinshuizen in Nederland is gebouwd tussen 1965 en 1985 waarin het gas oneindig leek en isolatie weinig aandacht kreeg. Voor gewone woningbouw geldt dat er  meer marktgericht en binnen de economische context gebouwd wordt. Dit heeft in de jaren ‘80 en ‘90 geleid tot nieuwe wijken rondom oude dorpskernen om aan de vraag naar woningen te voldoen. Deze meestal uit witte of lichte steen opgetrokken huizen missen de verbinding met de oude dorpskernen door architectonische vormtaal en het materiaalgebruik. Architecten spreken dan ook over deze wijken als “witte schimmel”.

Kortom: als je een huis wilt kopen, heb je dertig procent kans dat dit gebouwd is tussen de jaren ‘60 en ‘80. De andere optie is om in de witte schimmel te gaan wonen, maar deze woningen staan zo dicht op elkaar dat je je buurman hoort snurken. Ook huidige nieuwbouw zou een optie kunnen zijn, maar deze woningen worden voor de verkoop gebouwd en dat drijft de prijs sterk op.

In ruimte is wel te wezen

Onze zoektocht richtte zich dan ook op huizen uit de romantische periode en we hebben er intussen al heel veel bekeken. Of eigenlijk kun je beter zeggen: gevoeld. Het is wonderlijk om te ontdekken dat je een huis voor een groot gedeelte met je hart koopt. Elk oud huis heeft een eigen verhaal en de oude bewoners hebben er hun leven in doorgebracht. Hun kinderen zijn er groot geworden en er is lief en leed met elkaar gedeeld.

“De andere optie is om in de witte schimmel te gaan wonen, maar deze woningen staan zo dicht op elkaar dat je je buurman hoort snurken.”

Het huis is gaan leven en vertelt een verhaal. Dit is zo duidelijk voelbaar, dat geeft een huis een ziel. Die moet je voelen en deze is niet met ratio te vangen.  Je hoeft er ook niet bang voor te zijn, je overschrijft met je eigen leven delen van de geschiedenis. Alles is tenslotte tijdelijk en in sommige karakteristieke huizen mag je een tijdje wonen.

Net zolang tot ook wij weer zijn opgelost in de tijd en de geschiedenis zich weer herhaalt.

Het zal mij benieuwen waar we terecht komen. Maar één ding is zeker: het wordt een huis met een verhaal en in ruimte is wel te wezen, zei mijn grootvader altijd

[/wcm_restrict]

Steven Krol

Steven Krol schreef enige tijd voor Pioniers Magazine. Hij werkt als interieurarchitect, vormgever en frisdenker vanuit zijn bedrijf ‘Zinniger Vormgeving’. De naam ‘Zinniger’ is een samenvoeging van ‘eigenzinnig’ en ‘zinvoller’. Dit zijn twee componenten die voor hem aanwezig moeten zijn in zijn werk en waarde toevoegen. Steven ontwerpt totaalconcepten en producten voor uiteenlopende opdrachtgevers. Meestal zijn dit opdrachtgevers die met hun producten of diensten van waarde willen zijn in de maatschappij en/ of duurzaamheid op de agenda hebben staan. Biobased economie, circulaire economie, healing environment, holistische visie en materiaal innovaties zijn sterke thema’s in het werk van Steven. Daarnaast is hij ontwerper en eigenaar van ‘Climop’. Dit is een eigentijds, verstelbaar schoolmeubel van duurzaam biokunststof dat speciaal ontworpen is voor het basis- en voortgezet onderwijs: een stoel en een tafeltje die een hele schoolcarrière mee kunnen. info: www.climop.nl