Artikelen

De magie van de essentie in de toegepaste kunst

Al twintig jaar werk ik als interieurarchitect aan uiteenlopende projecten van diverse schaalgrootte. Mijn vak is een dienstbaar vak dat de eigen identiteit van een organisatie naar buiten toe kan uitdrukken en naar binnen toe een afspiegeling kan geven van de visie over de mensen die op een plek wonen of werken. Mijn werk begeeft zich soms op het snijvlak van architectuur omdat ik vind dat een goed ontworpen gebouw van binnen naar buiten ontworpen zou moeten zijn. Zoals Le Corbusier al zei: “The exterior is a result of the interior.”

Met mij zijn er vele vakbroeders en -zusters vanuit verschillende, toegepaste kunstdisciplines op zoek naar het verhaal, de essentie of de vertaling van hun liefde voor het eigen vakgebied. We werken vaak in opdracht: de uitdaging in ons beroep bestaat er volgens mij uit ons niet voornamelijk te laten leiden door het zakelijke aspect. We bewegen mee op een steeds zakelijker wordende markt, waarin het zachte of subtiele verhaal snel overstemd wordt. Opdrachtgevers en managers rekenen af op cijfers en meetbare gegevens. Zij lijken hierbij volledig doof voor de boventonen in de muziek, in plaats van de extra laag die we naast de kracht van ons functionele vakmanschap aanbrengen, te waarderen. Het is in mijn visie belangrijk om de kracht van experiment en onderzoek niet uit het oog te verliezen.

Verhalen als fundament

In mijn werk vertel ik kleine verhalen. Ik zoek tijdens een opdracht naar de kapstok waar ik het ontwerp aan kan ophangen. Voor mij is het van belang dat het verhaal een fundament heeft waar het op kan rusten, anders wordt een ontwerp een verhaal zonder ziel. Het zijn subtiele verhalen die juist die extra gevoelslaag toevoegen en deze laag is niet meetbaar, maar subtiel voelbaar: als een soort trilling. Daarin rust mijn liefde voor het vak. In de kern ben ik altijd op zoek naar het verhaal dat in essentie een ontwerp zijn geloofwaardigheid of fundament geeft.

“Het is bijzonder dat sommige schrijvers in staat zijn om met 26 letters woorden te vormen en deze op een zodanige wijze kunnen rangschikken dat ze een emotie oproepen.”

Als we aan verhalen denken, denken we vaak het eerst aan een boek. Schrijven is in de basis ook ontstaan vanuit functionele kennisoverdracht, het optekenen van oude verhalen die eerder mondeling werden overgebracht of het kopiëren en vertalen van bestaande werken. Schrijven heeft in de kern dus ook een functioneel nut. Nadat runen, spijkerschrift en kleitabletten toch niet houdbaar bleken, vonden we de boekdrukkunst uit en kreeg het geschreven woord vleugels. Schrijven heeft mettertijd naast de dienstbaarheid ook ruimte gegeven aan de diepere gelaagdheid in het verhaal. Schrijvers zoeken naar een uitdrukkingsvorm waarin ze de essentie van hun verhaal kunnen vangen: dat gevoel dat je tussen de regels door kunt lezen. Het is bijzonder dat sommige schrijvers in staat zijn om met 26 letters woorden te vormen en deze op een zodanige wijze kunnen rangschikken dat ze een emotie oproepen. Dat is de vertaling van gevoel en daarin schuilt de liefde van de schrijver voor het verhaal. Dit principe is terug te vinden in alle toegepaste kunsten.

Pioniers van de essentie

Ook een topkok heeft zijn verhaal dat je tussen de gangen door kunt proeven. Eten bereiden is natuurlijk een functionele bezigheid die zorgt dat we niet sterven van de honger. In de oertijd renden we massaal achter ons eten aan en met de ontdekking van de landbouw groeide ons eten naast ons bord. De zoektocht naar de verfijning van voedsel is er een van letterlijk proefondervindelijke ervaringen: net zo lang combineren en experimenteren tot er een tongstrelend gerecht tot stand komt.

Hierin kun je nog een stap verder gaan, zoals de chefkok Ferran Adrià, van El Bulli. In dit beste restaurant van de wereld gaat het niet meer over eten maar over het vertellen van een verhaal, en reis naar de essentie van je smaakpapillen. Het restaurant is sinds 2014 een culinair onderzoekscentrum van de Elbulli-foundation, waarmee het aangeeft eigenlijk alleen nog maar te zoeken naar de essentie van smaak en dat overstijgt het eten.

Deze zoektocht naar essentie vinden we ook bij een pionier in de meubelgeschiedenis, Michael Thonet. De geschiedenis van het zitten begint op de grond, de boomstam of een steen. De stoel zoals wij die kennen, vindt zijn oorsprong 5000 jaar voor Christus en ontwikkelt zich langs keizers en de elite om zo rond de 16e eeuw meer poot aan de grond te krijgen. De stoel was aanvankelijk alleen voor de man beschikbaar, vrouwen zaten op een kruk en kinderen aten staand. Michael Thonet bracht in zijn zoektocht naar de essentie van een industrieel te vervaardigen stoel een revolutie teweeg met zijn stoel Nr 14 uit 1859. Hiervan zouden er 50 miljoen gemaakt zouden worden. In zijn eenvoudigste versie bestond deze stoel uit slechts 6 houten stukken gebogen beukenhout, zes schroeven en twee moeren. Zijn verhaal is het verhaal van materiaal en stoom om beukenhout te vormen naar zijn idee.

De juiste viool bouwen was voor Antonio Stradivari  (1644-1737) ook een zoektocht in materiaal, techniek en klank. In dit toegepaste vak van houtsnijder / instrumentmaker zocht hij ook zijn eigen weg of liever: zijn eigen klank. Door een uitgebalanceerd gebruik van esdoorn, vurenhout en ebbenhout, volgens een geheim procedé geconserveerd, vond hij het geluid dat hij zocht. In deze beginfase van het vioolbouwen stond zelfs de vorm nog niet vast zoals wij die nu kennen. Stradivari vond de essentie van klank, vibratie grond- en boventonen door het experiment aan te gaan in materiaal en vorm. De precieze reden waarom de Stradivarius zo’n subliem geluid produceert, is nog altijd een mysterie. Musici die een Stradivarius bespelen, zeggen vaak dat elke viool een eigen persoonlijkheid heeft. Je zou dus kunnen stellen dat Stradivari een beetje van zijn essentie in het instrument heeft achter gelaten: de klanken vertellen het verhaal van deze bijzondere vakman.

“Als vakman in de toegepaste kunst zeg ik: het is aan ons om een taal te vinden die het zachte weer meer onder de aandacht brengt. Het is aan ons deze taal helder en duidelijk te verwoorden richting onze opdrachtgevers, als een duidelijke, toegevoegde waarde aan ons vak. Laten we blijven zoeken naar de essentie.”

Ik heb niet gekozen voor het vrij kunstenaarschap, maar gun mezelf in mijn toegepaste werk steeds meer de mogelijkheid om die extra smaak toe te voegen, die tussen de regels door te lezen is of met stoom en kokend water is te buigen in een vernieuwende vorm. In mijn werk maak ik steeds meer ruimte voor de kleine verhalen en kom zo steeds dichter bij mijn eigen essentie. In deze smalle ruimte ontstaat er een subtiele toon die hoorbaar is voor wie echt luistert.

Als vakman in de toegepaste kunst zeg ik: het is aan ons om een taal te vinden die het zachte weer meer onder de aandacht brengt. Het is aan ons deze taal helder en duidelijk te verwoorden richting onze opdrachtgevers, als een duidelijke, toegevoegde waarde aan ons vak. Laten we blijven zoeken naar de essentie.

Steven Krol

Steven Krol schreef enige tijd voor Pioniers Magazine. Hij werkt als interieurarchitect, vormgever en frisdenker vanuit zijn bedrijf ‘Zinniger Vormgeving’. De naam ‘Zinniger’ is een samenvoeging van ‘eigenzinnig’ en ‘zinvoller’. Dit zijn twee componenten die voor hem aanwezig moeten zijn in zijn werk en waarde toevoegen. Steven ontwerpt totaalconcepten en producten voor uiteenlopende opdrachtgevers. Meestal zijn dit opdrachtgevers die met hun producten of diensten van waarde willen zijn in de maatschappij en/ of duurzaamheid op de agenda hebben staan. Biobased economie, circulaire economie, healing environment, holistische visie en materiaal innovaties zijn sterke thema’s in het werk van Steven. Daarnaast is hij ontwerper en eigenaar van ‘Climop’. Dit is een eigentijds, verstelbaar schoolmeubel van duurzaam biokunststof dat speciaal ontworpen is voor het basis- en voortgezet onderwijs: een stoel en een tafeltje die een hele schoolcarrière mee kunnen. info: www.climop.nl