Artikelen

Dat is pas mannelijk

In mijn vorige artikel voor Pioniers Magazine: ‘Waarom mannen boos worden op mannen die kwetsbaar zijn’ onderzocht ik het ‘broflake’ fenomeen: mannen die ondanks hun (witte en heteroseksuele) privilege overgevoelig zijn voor kritiek op mannen. Dit kwam voort uit de negatieve reacties die wij kregen naar aanleiding van de promotie-video van ons Mannenfestival. “Lekker gay stoeien met stoere mannen onder elkaar,” “De wanhoop is nabij” en “Mannen die hieraan meedoen, zijn geen echte mannen, verschrikkelijk”, luidde het commentaar.

“Hoe fijn ook om te horen, voor mijn Gekwetste Ik mocht dat niet baten. De schrik zat in mijn lijf.”

Dit bleek enige tijd later nog helemaal niets voor te stellen. Op het platform GeenStijl stroomde honderden reacties aan ons adres binnen. Nu moeten wij er vooral om lachen, om gepersifleerd te worden als ‘testosteron missende biodanza zuid-as types met een vader complex’ (to name a few). Als er hoogstpersoonlijk medelijden wordt uitgesproken over mijn pasgeboren zoon komt het echter wel erg dichtbij. Ik was er twee dagen behoorlijk door van slag. Mijn Volwassen Ik kon het prima rationaliseren en mijn Professionele Ik zag het als een kans. Want negatieve publiciteit is ook publiciteit toch? Yeah right. Nadat ik hier (online en offline) wat over had gedeeld met mensen, kwam er tegenover al die kwetsende bagger net zo veel bemoedigende lofzang te staan. Soms in het openbaar, het meeste privé. De kern liet zich in de meeste gevallen samenvatten als: “trek het je niet aan, ze zijn gewoon onzeker en het zegt meer over hun dan over jou” en overtreffende trappen van wat voor ‘belangrijk werk’ wij doen. Hoe fijn ook om te horen, voor mijn Gekwetste Ik mocht dat niet baten. De schrik zat in mijn lijf.

“Is het leven echt zo zwart wit of zit daar nog iets tussen?”

Nu ervaar je terwijl je dit leest waarschijnlijk hoe ik de afgelopen tijd zelf heb ervaren. Nogal zwart-wit. Het ene kamp draagt je op handen. Het andere gebruikt diezelfde handen het liefst om je de grond in te beuken. Is het leven echt zo zwart wit of zit daar nog iets tussen? Het antwoord kwam uit een clubje middelbare schoolvrienden. Vrienden die ik iedere man gun. Jongens die niet alles te serieus nemen wat je zegt, regelmatig de nodige vraagtekens zetten bij wat je doet en er ook niet voor terugdeinzen om je af en toe flink in de zeik te nemen. Niet altijd leuk en daarom ook not done in de meeste spirituele kringen. Maar persoonlijk leer ik hier meer, over mezelf en ‘the real World,’dan de schizofrene digitale realiteit die mijn werkelijkheid lijkt in te kleuren. Rechts op de tekening zie ik een anonieme wedstrijd om wie ons het hardst kan afzeiken. Links zie ik mijn eigen facebook tijdlijn met mannen die elkaar met hartjes, namasté emoji’s en spiriwiri taal bejubelen bij iedere ‘kwetsbare openbaring’. Over een off-day of twijfel over wat hun doel is in het leven. Leiden aan een gelukkige jeugd noemt mijn vriendin dat.

“Ik wil geen werkelijkheid creëren waarin mensen voor of tegen mij zijn, mij geweldig vinden of haten.”

Deze laksmoesproef leerde mij een waardevolle les. Mijn middelbare schoolvrienden, voor wie dit ook smakelijk leedvermaak had kunnen zijn, voelden dondersgoed aan dit mij pijn deed. Zo bleek uit de zorgvuldig gekozen woorden: ‘Jezus Rob.’ Een van de andere mannen wist zelfs uit de honderden reacties die éne te vissen, waarmee hij voor mij – waarschijnlijk volledig onbedoeld – een belangrijk punt raakte: “Laat deze gasten lekker doen waar ze zin in hebben, zolang ze niemand doodsteken op straat. Is het je smaak niet, gewoon doorlopen. Dat is pas mannelijk.”Hoe meer ik hierover nadenk, hoe meer ik – hoe omstreden het wellicht ook klinkt – het uitgangspunt van deze man waardeer. Nu kan ik allerlei aannames doen over deze man die waar of niet waar zullen zijn, maar het gaat om hoe ik zijn opmerking lees.

Want ik wil geen werkelijkheid creëren waarin mensen voor of tegen mij zijn, mij geweldig vinden of haten. Wat ik wil is dat ik niet terugdeins als ik word aangevallen maar ook niet in de tegenaanval ga. Ik wil mijn eigen oordeel uitstellen en oordelen over mij begrijpen. Ik wil ‘mijn ding’ doen zonder mezelf daarvoor te hoeven verantwoorden, anderen daar ook toe overtuigen en ik wil anderen in hun waarde laten. Dat alles is precies wat deze man mij liet zien. Dus één ding is zeker: hij is geen broflake. En ook wat mij betreft, is dat pas echt mannelijk.

NB: wil je een indruk van hoe ons weekend met 65 mannen is verlopen, kijk dan hier voor een sfeerimpressie

*fotocredit: Bartjan de Bruijn.

Rob van Drunen

Rob van Drunen (1985) is een van de jongste redacteuren van Pioniers Magazine. Rob is medeoprichter van Mannenkracht - een plek waar mannen (opnieuw) kunnen ontdekken wat man-zijn voor hun betekent. Zij organiseren en begeleiden verschillende evenementen, waar mannen bij elkaar komen, zoals mannencirkels, zweethut-ceremonies en een mannenfestival. Ook bloggen en vloggen zij over hun eigen pad van persoonlijke groei als man en spreekt Rob regelmatig op podia, zowel voor vrouwen als mannen.