Artikelen

Compassie begint al in de keuken

Als kind mocht ik op dierendag een dierenknuffel meenemen naar school. De poes kreeg op deze dag een extra lekker snoepje en het konijn een schoon hok en een wortel. Later toen ik honden kreeg, maakte ik soms een soort smeerworst taart voor ze: wit brood met smeerworst, zalig vonden ze dat. Overal in Nederland worden op 4 oktober diertjes verwend, geknuffeld en geëerd.

Tegelijkertijd worden er overal dieren gedood en gegeten. Toen ik mijzelf onlangs op dierendag afvroeg welk verhaal er verteld wilde worden, besloot ik dat het ditmaal het verhaal moest zijn van het carnisme.

De term carnisme is in het leven is geroepen door de psychologe Melanie Joy en ik zal dit begrip zo verder toelichten. De vraag die ik jou nu eerst wil stellen is: wat moet jij doen om vlees te kunnen eten? Nu denk je misschien: “Nou gewoon, bakken, wat kruiden erover en klaar,” maar dat bedoel ik natuurlijk niet. Ik ben zelf opgegroeid met vlees en vis en dan bedoel ik: véél vlees en vis. Mijn Spaanse opa was slager en maakte de lekkerste gegrilde kip en de lekkerste chorizo worsten van het dorp. Ik stond als vierjarige bekend als de snelste gamba pelster van de familie. Ik ben een smulpaap, altijd al geweest. Achteraf gezien is het heel logisch dat ik iets met eten ben gaan doen want ja, ik houd ervan. Ik ben dus nooit gestopt met vlees eten omdat ik het niet lekker vond en ik ben al helemaal niet opgevoed met geen vlees eten.

Aangeleerd gedrag

Ik ben gestopt omdat ik het systeem ging doorzien dat ervoor zorgt dat wij vlees kunnen eten. Toen ik dat eenmaal zag, was er geen weg meer terug. Of beter gezegd: ik wilde niet meer terug, want de staat van bewustzijn die je kunt bereiken door het niet eten van dieren is zoveel aangenamer. Ik ben er van overtuigd geraakt dat het je geest opener maakt en dat het de sleutel kan zijn tot het beter horen van je innerlijke stem.

“Ik moet het eerste kind nog tegenkomen dat instinctief zijn tanden in een konijn zet en met een appel gaat spelen wanneer het deze keuze krijgt.”

Waar ik achter kwam, is dat vlees eten aangeleerd gedrag is. Wij zijn van nature geen vleeseters. Ik moet het eerste kind nog tegenkomen dat instinctief zijn tanden in een konijn zet en met een appel gaat spelen wanneer het deze keuze krijgt. Ik heb ook nog nooit iemand zien watertanden bij het aangezicht van een aangereden kat, konijn of vogel. Eerder nog kijken mensen weg, in afschuw. De dood, het karkas, ze hebben geen enkele aantrekkingskracht op ons. Wanneer iemand hier wel een voorkeur heeft, bestempelen we dit als morbide. Fruit bijvoorbeeld heeft wel aantrekkingskracht op ons. Denk aan een heerlijke rijpe mango, aan een meloen of aan vers geplukte aardbeien. Zowel de geur, de kleur als de smaak spreken ons meteen aan en doen ons denken aan voedsel.

Carnisme

Melanie Joy gebruikt nog een ander voorbeeld, hiervan heeft ze ook een filmpje gemaakt dat je kunt bekijken op haar website www.carnism.org. In dit filmpje is te zien hoe een stel vrienden geniet van een heerlijke maaltijd. Wanneer de gasten verrukt vragen om het recept van de schotel die de gastvrouw bereid heeft, begint zij enthousiast te vertellen. Bij iedereen die te horen krijgt  dat het geheime ingrediënt Golden Retriever vlees is, vergaat de lust echter onmiddellijk. Dit voorbeeld laat de kern van carnisme zien. Carnisme is ons aangeleerde gedrag om onderscheid te maken tussen dieren die we eten en dieren die we niet eten. Dieren die we opsluiten, vetmesten, doden en opeten. Dieren aan wie we ons gevoel voor empathie laten zien, overstelpen met liefde en die we misschien zelfs wel zien als een familielid.

Deurtje open, deurtje dicht

Om dieren te kunnen eten en tegelijkertijd ruimte te kunnen geven aan je liefde en empathie voor dieren moet je dus in staat zijn dit onderscheid te maken. Aan de ene kant zet je een deurtje open, aan de andere kant doe je een deurtje dicht. Hoe moeilijk dit kan zijn, leerde ik van een boer in mijn vorige woonplaats in de kop van Noord-Holland. Ooit was hij traditioneel veehouder, tot hij meer ruimte ging geven aan zijn bewustzijn en besloot biologisch dynamisch te gaan boeren. Het deurtje ging echter te ver open en hij was niet langer in staat zijn dieren te doden en op te eten. Hij veranderde zijn bedrijf: hij ging bloemen en groente verbouwen die hij verkoopt in zijn eigen boerderij winkel en hij levert biologische groentepakketten die je kunt bestellen. Ook verhuurt hij een deel van zijn bedrijf voor cursussen en workshops. Het is nu een paradijselijke plek waar je het leven ten volste kunt zien, proeven, ruiken en ervaren.

De andere kant zien we helaas ook. Soms bereiken ons afschuwelijke beelden van medewerkers in slachthuizen die dieren mishandelen. Ik heb nog nooit iemand gezien die dit onberoerd laat. Wij zijn gevoelig voor pijn en geweld, ook wanneer het een ander (dier) aangaat en dit is een prachtige eigenschap! We reageren in afschuw, wijzen deze mensen af. Dat de dieren gedood worden, vinden we oké, maar het moet wel respectvol gebeuren, vinden we. Hoe kun je van iemand verwachten dat hij een koe of varken liefdevol naar het dodenstation leidt? Moet hij bemoedigende woorden spreken? Moet hij het dier aanraken, het in de ogen kijken en bedanken misschien, om vervolgens alsnog het dodelijke schot uit te voeren?

Zet de deur open, eet plantaardig

Mij verbaast het niks dat deze mensen geweld laten zien. Als je dag in dag uit dat deurtje van compassie verder dicht moet doen, kun je bijna niet anders dan de wezens die je moet doden te gaan zien als een product. Het zou mij niet verbazen als juist deze mensen in werkelijkheid heel gevoelig zijn, zodat de enige manier om te kunnen doden is door het dier echt als minderwaardig te gaan zien, het daglicht niet waard. Hoe anders kun je voor jezelf het dagelijkse geweld rechtvaardigen?

“Ik geniet drie maal per dag van mijn bord leedvrij voedsel.”

We kunnen het afwijzen, maar dit is wat wij als maatschappij vragen van andere mensen: doe jij je deurtje van compassie dicht en dood dit dier voor mij zodat ik het mooi verpakt in cellofaan in de winkel kan kopen en mijn deurtje van compassie open kan laten staan. Eén ding weet ik heel erg zeker: het voelt zo veel beter om die deur wagenwijd open te kunnen zetten. Ik geniet drie maal per dag van mijn bord leedvrij voedsel. Ik hoef geen deur dicht te doen om die kippenpoot op te kunnen eten, ik kan te allen tijde open blijven staan. De ruimte die dat geeft, is niet te beschrijven, dat kan je alleen ervaren.

Dát is waarom het zo goed voelt om veganist te zijn: het gaat er niet om je beter te voelen dan een ander, maar om volledig mens(elijk) te kunnen zijn.

Jessica Moreno

Jessica schreef enkele artikelen voor Pioniers Magazine over een pure, plantaardige lifestyle. Zij is een gepassioneerd vegan kok. Bijna 5 jaar geleden ontdekte ze de pure, plantaardige lifestyle. Dit bleek de deur naar een diepere connectie met de aarde en het begin van een leven vol energie, een slanker lijf, en spirituele ontwikkeling.