Winkelmand

Artikelen

Boerenprotest? Verandering begint bij onszelf

‘Laat de boeren maar dorsen’. Dit spreekwoord kennen we allemaal wel en het betekent dat je je nergens iets van aantrekt. Hoe passend in de situatie waar we, ook vandaag weer, inzitten. Het tweede boerenprotest is aan de gang en sinds de grimmigheid van het protest in Groningen merk ik dat de irritatie over het boerenprotest toeneemt. Na de massale sympathie van het eerste protest begint nu ook de kritiek te groeien. Ik zie al berichten langskomen dat ’ze niet zo moeten zeuren en ook hun steentje maar moeten bijdragen’.

“Na de massale sympathie van het eerste protest begint nu ook de kritiek te groeien.”

Vanmorgen stond er op Facebook een interview van oneworld met biologische boer Jan Overesch, die besloten heeft om vandaag niet mee te doen maar lekker op zijn boerderij te blijven. Zijn stelling is dat de protesterende boeren zich voor het karretje laten spannen van de grote bedrijven. Hij noemt ze heel mooi ‘erfbetreders’, de grote jongens als FrieslandCampina, veevoederbedrijven en banken bijvoorbeeld. De boodschap van deze bedrijven, menigmaal ook gesteund door de politiek, is dat boeren moeten uitbreiden omdat ze het anders niet redden. En nu, zegt hij, faciliteren dit soort bedrijven de boeren in hun protest. Het is duidelijk dat het hierbij niet gaat om het belang van de boer maar om hun eigen belang, immers zij financieren, zij leveren en zij zijn afhankelijk van wat de boeren met hun bedrijf doen.

Naar elkaar luisteren

De politiek laat de boeren voortdurend in de kou staan door onduidelijke regelgeving, wisselende procedures, discussies over het veranderende natuurlandschap, bevoordeling Schiphol en Lelystad, voorrang gevend aan die bedrijven die alleen maar gediend zijn met meer, meer en nog eens meer. Want ja, zo zit de economie, de oude economie, nu eenmaal in elkaar. Als puntje bij paaltje komt betaalt de boer de rekening en dan ben ik het met de boeren eens dat het maar eens over moet zijn. En dat er eens naar hen geluisterd moeten worden.

Maar wat doet de politiek als het nijpend wordt? Die geeft vage regels en laat iedereen weer zwemmen in onzekerheid. De hele stikstofproblematiek is slechts gedeeltelijk gediend met langzamer rijden door stukjes natuur of inkrimping van veestapels. Natuurlijk draagt het wel bij maar het is symbolische gelegenheidspolitiek waar weer niet over is nagedacht. Natuurlijk: de kou moet uit de lucht dus we nemen een paar maatregeltjes en leggen ons hoofd dan weer te ruste.

“Maar wat doet de politiek als het nijpend wordt? Die geeft vage regels en laat iedereen weer zwemmen in onzekerheid.”

Zoals de politiek dat al jaren met heel veel portefeuilles doet. Kunt u zich nog herinneren waarom destijds de snelheid van 120 naar 130 moest? Precies, geef ze een paracetamolletje en de pijn is weg. Dat is geen politiek bedrijven. Dat is sussen, pappen en nathouden.

De politiek is failliet

Los van wat de boeren doen en of we het er mee eens zijn; zij maken pijnlijk duidelijk dat er iets in ons bestel niet klopt en dat heeft niet zo veel te maken met de stikstofdiscussie. De boeren verwoorden de onmacht en onkunde van ons politiek bestel, en dus van ons als samenleving, waar we slechts kunnen babbelen en nooit echt in gesprek gaan. En dan bedoel ik echt in gesprek waarbij we essentiële vraagstukken aankaarten over ecologische economie. Wat is duurzaamheid echt? In wat voor maatschappij willen we leven? Hoe ziet een betekenisvolle samenleving eruit? Om maar een paar vraagstukken te benoemen. De oude economie dicteert ons leven nog steeds en dus ook de agenda van onze politici. Als dat doorkruist wordt door stikstofproblematiek dan vinden we dat lastig en gaan we naarstig op zoek naar een pleister. De echte discussie zou moeten gaan over het failliet van het huidige politieke bestel. Of zoals Kees klomp dat ooit eens zei: ‘We hebben een volstrekt gemankeerd en verkeerd beeld van die economie.’

“De echte discussie zou moeten gaan over het failliet van het huidige politieke bestel.”

Mopperen op kiloknallers

Dat wordt nu pijnlijk en irritant duidelijk gemaakt door de onderliggende reden van dit protest, die aanvankelijk onze sympathie had en die nu die sympathie aan het verliezen is, want ja, zeg nou zelf ‘We moeten toch door!’ Het wordt tijd dat we langdurig stilstaan en met elkaar in gesprek gaan. Het wordt ook tijd dat we niet meer naar elkaar wijzen maar elkaar aankijken en ons de vraag stellen wat we zelf kunnen doen. Als wij vinden dat de boeren minder moeten produceren dan begint dat bij ons. Laten wij dan bereid zijn een paar euro meer te betalen voor voedsel dat op verantwoorde wijze wordt geproduceerd. Wat we doen is mopperen op de kiloknallers, terwijl we niet bereid zijn iets meer te betalen of minder te consumeren.

Ik kan met verbazing luisteren naar mensen die roepen niet tegen de boeren te zijn maar wel tegen de megastallen. Wiens schuld is het dat die stallen zijn bestaan? Wie heeft de landbouwsubsidies bedacht waardoor die mega bedrijven zijn ontstaan? Het heeft allemaal met ons eigen koop-, en consumptiegedrag te maken. De boeren en veel andere bedrijven zijn het slachtoffer van grootschalig en intensief denken, dat door ons consumptiegedrag is veroorzaakt. Ondertussen slaan we elkaar om de oren met allerlei statistieken waaruit dan het gelijk moet blijken. Als je naar die grafieken kijkt en je ziet vanuit welke hoek ze komen dan klopt er geen enkele – of ze spreken elkaar tegen. Wie moeten we geloven? Wat moeten we geloven?

Boerenprotest omarmen

De welvaart die we nu hebben is afhankelijk van een grote leugen omdat onze economische samenleving geloof hecht aan dingen die onjuist zijn. Werp een blik op de aarde en zie hoe er dagelijks honderden soorten uitsterven, miljoenen mensen hongerlijden, ondanks of dankzij onze economie, het klimaat drastisch verandert, terwijl in de rijke landen onvrede en verwaarlozing troef is. Ecologische intelligentie moet de nieuwe manier van denken worden en het begin zijn van een ecologische economie, omdat een duurzame economie alleen mogelijk is binnen een functionerende natuur en een optimale leefwereld.

Ik hoop dat we in staat zijn om het geluid en het protest van de boeren te kunnen omarmen als ons protest en dat politici zich de vraag gaan stellen: ‘Hoe maken we onze leefwereld weer leefbaar en hoe kan iedereen daar een bijdrage aan leveren, waarbij niemand uitgesloten wordt’. Die fundamentele discussie kunnen we alleen aangaan als we stoppen naar elkaar te wijzen. Dus niet: ‘laat de boeren maar dorsen’ maar: ‘een boer waagt wel een kers’ oftewel: om te kunnen winnen moeten je wel durven. Wij als samenleving moeten lef tonen en ik als onderdeel van die samenleving durf dat.

Daan Fousert

Daan Fousert (1947) is redactielid en auteur voor Pioniers Magazine. In de redactie is 'leiderschap' zijn aandachtsgebied. Daan wordt algemeen beschouwd als de grondlegger van Servant Leadership in Nederland. Hij schreef diverse boeken over Management, Human Resources en Dienend-Leiderschap. Zijn professionele focus is gericht op de volle breedte van leiderschap en de ontwikkeling van mensen. Momenteel is hij algemeen directeur van Servant-Leadership Solutions. “Het oude leiderschap is dood, en om het nieuwe aan te duiden hebben we allerlei woorden nodig die de aandacht in feite alleen maar afleiden van waar het werkelijk om gaat. Al die adjectieven verhullen dat we bij leiderschap geen eigen, grootse connotatie meer hebben. Ik heb me verbonden met dienend leiderschap, maar die term omvat niets wat met het woord leiderschap alleen niet ook te duiden valt. Echt leiderschap ís dienend. Al het andere is geen slecht leiderschap, het is géén leiderschap. Hou het simpel.” Daarnaast is Daan beeldhouwer en auteur van inmiddels al weer 6 romans.