Winkelmand

Artikelen

Als er broodnijd is; een kijkje in de uitvaartbranche

“Hoeveel uitvaarten doe jij?” Je zou denken dat de branche van verlies, afscheid en rouw over gevoel gaat. Maar in werkelijkheid werk ik in een wereld die gaat over geld en ego. Over kisten schuiven. Succes wordt bepaald door kwantiteit. Het aantal uitvaarten dat ik begeleid, plaatst mij in een rangorde van hoe succesvol ik ben. Althans, in die wereld. Niet de mijne.

“Uitvaartbegeleiding is hot, vooral als tweede of derde loopbaan op middelbare leeftijd. De opleidingen stromen over.”

De uitvaartbranche bestaat grofweg uit de grote maatschappijen enerzijds en de kleine bedrijfjes en zelfstandigen anderzijds. Onderling zijn de verhoudingen niet bepaald hartelijk, ook niet tussen de kleintjes. Er is namelijk broodnijd. Niet omdat de marktomvang afneemt – door de vergrijzing neemt die juist toe. Maar er is een grote toestroom van nieuwe dienstverleners. Uitvaartbegeleiding is hot, vooral als tweede of derde loopbaan op middelbare leeftijd. De opleidingen stromen over. Het aantal bedrijfjes is in tien jaar verdubbeld. Opmerkelijk daarbij is dat het in korte tijd van een mannenberoep een vrouwenberoep is geworden. Cultureel verandert ‘zo hoort het’ naar ‘alles kan’. Nogal wat veranderingen dus in de uitvaartbranche. En al die nieuwkomers willen een hap van de taart.

Rouwauto’s met luipaardprint

Op veranderingen reageert iedereen anders. Er ontstaat competitie, slimme ondernemers en marketeers bedenken nieuwe onderscheidende concepten, iedereen dringt om media-aandacht. Zo worden er luipaard-rouwauto’s van stal getrokken, dopen uitvaartbegeleiders zich om tot funeral planners, sieren BN’ers de televisiecommercials en schieten apps die het leven voor of na de dood gemakkelijker maken als paddenstoelen uit de grond. Verzin iets, of het is al bedacht en iemand heeft er al een lokaal krantje mee gehaald.

“Nieuwkomers worden met argwaan bekeken en weggehoond. En keer op keer komt dezelfde discussie terug: moet uitvaartbegeleiding een beschermd beroep worden?”

Tijden van turbulente transitie wakkeren naast creativiteit ook onzekerheid aan. Want als alles voortdurend verandert, wat is dan je bestaansrecht? Wat is je werkelijke toegevoegde waarde? En als je business afneemt omdat mensen voor een ander kiezen, hoe ga je dan om met deze persoonlijke afwijzing? Onzekerheid en onrust halen niet het beste in iedereen naar boven, merk ik ook in de uitvaartwereld. Zo worden er dikwijls akelige verhalen verspreid om de positie van de concurrent te verzwakken. Pure laster. Nieuwkomers worden met argwaan bekeken en weggehoond. En keer op keer komt dezelfde discussie terug: moet uitvaartbegeleiding een beschermd beroep worden?

Alles draait om aandacht

Hoe graag ik ook in gesprek ben over de ontwikkeling van het vak, bij deze discussie haak ik af. Allereerst omdat de voorstanders de gevestigde slagers zijn die voorstellen om hun eigen vlees te gaan keuren. Om daarmee vooral hun eigen business te beschermen. Maar vooral haak ik inhoudelijk af omdat de denkrichting haaks staat op mijn opvatting over toegevoegde waarde in dit vak. En dat is aandacht. Eén van de voorgestelde maatregelen is namelijk dat een uitvaartbegeleider dan een verplicht minimum aantal uitvaarten zou moeten begeleiden, best een fors minimum. Wanneer het gaat om vlieguren van een piloot, of operaties van een hersenchirurg snap ik dit. Maar laten we eerlijk zijn: bij uitvaartbegeleiding staat er geen leven meer op het spel. Bij uitvaartbegeleiding zegt de hoeveelheid uitvaarten niets over de kwaliteit. Bovendien werkt een hoge intensiteit standaardisering in de hand: sjablonen worden van de plank getrokken, copy paste en uitvaarten worden dertien in een dozijn. Waarom moeilijk doen als het makkelijk kan?

Als ik zelf in de situatie zou staan, wens ik mezelf een uitvaartbegeleider toe met rust in diens werk, met grote betrokkenheid en dienstbaarheid om er iets prachtigs van te maken. Iemand met aandacht en die van mens tot mens iets wil betekenen. Het zal me een worst wezen of diegene een minimum aantal uitvaarten draait. Sterker nog, liever zo min mogelijk.

Mens-zijn

De maatstaf in de uitvaartbranche van kwantiteit maakt meteen duidelijk wat er mis is. Er is te veel lege commercie. Kwantiteit is voor niemand van belang, behalve voor ondernemers die hun bestaan en ego ontlenen aan veel business. In plaats daarvan zijn er gelukkig ook initiatieven die wel over kwaliteit gaan, en menszijn in dit beroep: intervisiegroepen, samenwerkingsverbanden tussen nieuwkomers, opleidingen die opfriscursussen bieden en verdiepingslezingen. De weg naar betere uitvaartbegeleiding is een weg van verbinding, openheid, aandacht. Van samen in plaats van tegen. Van mens tot mens.

Misschien is dit wel wat al die nieuwe vrouwen in de uitvaartbranche komen brengen: mens zijn. Ik weet in ieder geval welk profiel uitvaartbegeleider ik zelf zou bellen, als het zover is.

Susanne Duijvestein

Susanne Duijvestein (1986) werkt als onafhankelijk begrafenisondernemer. Als pionier in de conservatieve en geldgedreven uitvaartwereld heeft zij de missie om onze cultuur van afscheid nemen en de dood weer dichter bij onszelf te brengen. Ons hele leven zijn we bezig om onszelf uit te drukken: in ons werk, hoe we eruit zien, wat we doen in onze vrije tijd. Maar dat lijkt te stoppen bij onze uitvaart, terwijl dit de ultieme viering van het leven is en een uniek portret. En bovendien een belangrijk helend ritueel voor als we afscheid moeten nemen. De dood staat in onze westerse cultuur op grote afstand, we lijken in death denial ondanks dat de dood onze onvermijdelijke natuur is. Gedreven door transities op alle niveaus (zelf maakte zij een grote switch na een veelbelovende carrière bij de Rabobank, Slow Food en de Amsterdam Economic Board en een achtergrond als organisatiekundige) laat Susanne zien hoe we dit anders kunnen doen.