Artikelen

Zwarte Piet, nostalgie of realiteit?

De discussie rond Zwarte Piet is dit jaar misschien niet zo heftig maar toch ontkomen we er niet aan. Het grappige is dat er in ons taalgebruik drie spreekwoorden zijn rond Zwarte Piet die in feite ook het hele proces rond deze discussie illustreren:

  1. ‘De zwarte piet doorspelen’ wil zoveel zeggen als: naar wie kunnen we de schuld doorschuiven? Daar gaat het in deze discussie voortdurend om, om de vraag wie we het kwalijk moeten nemen dat er überhaupt een Zwarte Piet bestaat. Ik ga hier niet dieper in op welke schuld wordt doorgeschoven omdat we allemaal wel weten hoe de vork in de steel zit.
  2. ‘De zwarte piet krijgen’ wil zeggen dat iemand de schuld krijgt en ook daar hoeven we niet op in te gaan als we de tijd nemen om alle verwijten aan en van voor- en tegenstanders te verzamelen en kunnen vaststellen dat we zeer uitgebreid bezig zijn alles en iedereen de schuld te geven van het bestaan van of van het levend houden van de discussie.
  3. Tenslotte bestaat ook nog de uitdrukking ‘de zwarte piet toespelen’ en dat wil zeggen dat we iemand benadelen. Ook dat zien we alle bij deze discussie betrokken partijen doen. Per slot van rekening zoeken we in deze polemiek naar iemand buiten onszelf, zodat ons geen blaam treft.

Ik ben niet van plan een steentje bij te dragen over het wel of niet voort laten bestaan van Zwarte Piet omdat het geen zin heeft en we mogen vaststellen dat we waarschijnlijk nooit tot een bevredigende afronding van het onderwerp komen. Eerlijk gezegd vind ik dat iedereen wel een beetje gelijk heeft, sterker nog: iedereen heeft gelijk, gezien vanuit het eigen standpunt. De werkelijkheid bestaat namelijk niet, maar wel ieders interpretatie van die werkelijkheid. Op basis van deze regel zijn er al veel oorlogen en gevechten uitgevochten omdat slechts weinigen bereid zijn welk standpunt dan ook te bezien door de ogen van de ander laat staan om standpunten te laten varen omdat ze niet meer relevant zijn.

Toen alles nog koek en ei was zoals in de zestiger jaren bestond deze discussie niet eens. Trouwens: het digitale tijdperk bestond toen ook niet, er was niet eens kleurentelevisie en zeker geen mobiele telefonie. Nederland was toen een samenleving met hoofdzakelijk Nederlanders. Van multiculturaliteit hadden we nog nooit gehoord. Vluchtelingenproblemen met een omvang zoals we die vandaag zien, waren ons ook onbekend. Was het toen beter? Is het nu slechter?

“Onze maatschappij voldoet vandaag aan het tijdsbeeld van vandaag omdat we dat met elkaar zo hebben gecreëerd.”

Wat mij aan het denken heeft gezet is het feit dat alles om ons heen verandert, wij dat voor lief nemen, ervan profiteren en erin meegaan en dat we op zo’n enkel punt halsstarrig willen vasthouden aan een verouderd denkbeeld. Onze maatschappij voldoet vandaag aan het tijdsbeeld van vandaag omdat we dat met elkaar zo hebben gecreëerd. Omdat we onderdeel zijn van een evolutie die we, of we het nu leuk vinden of niet, allemaal ondergaan. We profiteren er zoals gezegd ook van. Morgen omarmen we weer iets wat bij morgen hoort en waarschijnlijk roepen we dan massaal dat we ‘met onze tijd mee moeten gaan.’ Ook daar ben ik het mee eens omdat ‘tegen onze tijd in gaan’ geen optie is en nooit een optie zal zijn: alles is in beweging.

“We hebben musea vol met oudheden en oude meesters en daar gaan we graag naar kijken om die oude glorie nog eens te zien of te voelen. Maar wees nou eerlijk: zouden we in een maatschappij willen leven die in alles nog de sfeer van weleer uitstraalt?”

Ervaren we al die bewegingen dan als iets angstigs waardoor we krampachtig willen blijven vasthouden aan tijdsbeelden en tijdelementen vanuit het verleden? Toegegeven, sommige van dat soort elementen mogen bewaard blijven. Daarom houden we nog steeds van klassieke muziek en van de oude popmuziek, daarom lezen we de oude literaire meesters nog. Niet om daar aan vast te houden, maar om te weten waar het vandaan gekomen is. We hebben musea vol met oudheden en oude meesters en daar gaan we graag naar kijken om die oude glorie nog eens te zien of te voelen. Maar wees nou eerlijk: zouden we in een maatschappij willen leven die in alles nog de sfeer van weleer uitstraalt? Weg met de auto of weg met de mobiele telefoon of weg met internet en weg met alle gemakken van nu?

“Empathie, een van de gedragskenmerken van Servant-Leadership, vraagt van ons eenieder te nemen zoals hij of zij is en om ons in te spannen ons te verplaatsen in het referentiekader van een ander.”

Er kleven natuurlijk nadelen aan de wereld waarin we nu leven, maar ik maak me sterk dat er iemand is die dat alles zou willen opgeven om weer helemaal terug te gaan naar een verouderd tijdsbeeld. Als we al teruggaan dan is dat vanuit nostalgische overwegingen, georganiseerd, maar niet bedoeld om daar te blijven. Alleen om er even aan te snuffelen vanuit het ‘oh ja, zo was het’ gevoel.

Hetzelfde zouden we kunnen doen met Zwarte Piet. Misschien hoort die ondertussen ook wel in een museum omdat in de maatschappij en het tijdsbeeld van nu dit karakter heeft afgedaan of beter nog: plaatsmaakt voor andere verschijningsvormen die beter passen en meer recht doen aan onze samenleving. Niet om iemand gelijk te geven, maar wel omdat we met deze tijd mee willen gaan. Of we dat nu willen of niet, het gebeurt toch wel. Daarmee kunnen we respectvol alle meningen opslaan in ons collectieve geheugen om de nieuwe inzichten en verschijningen te omarmen.

Empathie, een van de gedragskenmerken van Servant-Leadership, vraagt van ons eenieder te nemen zoals hij of zij is en om ons in te spannen ons te verplaatsen in het referentiekader van een ander. Als we volharden in ons gelijk, zullen we nooit ons geluk vinden. Zo’n houding leidt tot verkramping en verstopping. Als we openstaan en begrip kunnen opbrengen voor het feit dat een ander er een andere mening of een ander beeld op nahoudt, hoeven we ons eigen gelijk niet op te geven, maar scheppen we ruimte voor meerdere inzichten en beelden. Dat is bepalend voor ieders geluk.

Daan Fousert

Daan Fousert (1947) is redactielid en auteur voor Pioniers Magazine. In de redactie is ‘leiderschap’ zijn aandachtsgebied. Daan wordt algemeen beschouwd als de grondlegger van Servant Leadership in Nederland. Hij schreef diverse boeken over Management, Human Resources en Dienend-Leiderschap. Zijn professionele focus is gericht op de volle breedte van leiderschap en de ontwikkeling van mensen. Momenteel is hij algemeen directeur van Servant-Leadership-Leadership Solutions.
“Het oude leiderschap is dood, en om het nieuwe aan te duiden hebben we allerlei woorden nodig die de aandacht in feite alleen maar afleiden van waar het werkelijk om gaat. Al die adjectieven verhullen dat we bij leiderschap geen eigen, grootse connotatie meer hebben. Ik heb me verbonden met dienend leiderschap, maar die term omvat niets wat met het woord leiderschap alleen niet ook te duiden valt. Echt leiderschap ís dienend. Al het andere is geen slecht leiderschap, het is géén leiderschap. Hou het simpel.”
Daarnaast is Daan beeldhouwer en auteur van inmiddels al weer 6 romans.

Geef een reactie