Artikelen

Vergeet goede voornemens- ga opruimen!

Op 1 januari maakt meer dan de helft van alle Nederlanders een lijstje met goede voornemens voor het nieuwe jaar. Zelf heb ik dat ook jarenlang gedaan, met meestal in februari al bedroevende resultaten. Tot ik enkele jaren geleden, gedwongen door een aanstaande verhuizing, besloot op te ruimen, in eerste instantie als ‘goed voornemen.’ Het resultaat was verrassend.

2014 was een turbulent jaar. Ik ging samenwonen en niet lang daarna trouwen en verkocht mijn eigen appartement. Op 1 januari was ik al het overzicht kwijt. Omdat ik door het samenwonen en de verkoop van mijn eigen woning flink moest downsizen, begon ik met opruimen. We moesten twee inboedels samenvoegen, dus er kon vast veel weg: niet alleen praktische zaken zoals keukengerei, maar ook meubels, decoratie en kunst.

Ruimte in je hoofd

Het opruimen bleek een louterend effect te hebben. Precies zoals alle opruimgoeroes aangeven, maak je ruimte in je hoofd door ruimte in je huis. Andere goede gewoontes, zoals meer ontspannen of gezonder eten, werden daardoor gemakkelijker. Deels doordat ik door het opruimen weer fijne boeken tegenkwam en ook weer zicht had op mijn voorraad gezonde voedingsmiddelen, maar ook doordat er nu ruimte in mijn hoofd was ontstaan om niet meer blind de waan van de dag te volgen, maar bewuster eigen keuzes te maken.

Niet dat opruimen makkelijk is. Met het opruimen en wegdoen van delen van je inboedel, kom je vroeg of laat ook spullen tegen waar je met enig schuldgevoel naar kijkt. Ooit aangeschaft met de beste bedoelingen (“Natuurlijk ga ik elke avond lekker skeeleren in het Vondelpark!”) of vanuit het idee dat het zeker nog van pas kan komen (“Hoe handig is het niet om zelf jurken te kunnen naaien?”). Soms heb je dingen gekregen die toch niet helemaal bij je passen, of heb je er een klein kapitaal aan uitgegeven en kun je de gedachte niet verdragen dit weg te moeten doen. Kortom, je loopt voortdurend tegen je eigen geschiedenis aan.

“Hoeveel mensen mijden de zolder of berging omdat deze helemaal vol staat met spullen die niet of nauwelijks gebruikt worden? Hoe vaak gebeurt het dat je met een nieuw kledingstuk thuiskomt en dat met de beste wil van de wereld niet meer in je kledingkast kwijt kunt?”

Downsizen

Downsizen is niet nieuw, maar heeft de afgelopen jaren steeds meer aandacht gekregen. Mogelijk is dit een logisch gevolg van de crisis, maar persoonlijk denk ik dat het zeker ook een reactie is op de overdaad van de consumptiemaatschappij. Wie heeft er niet tijdens een verhuizing verzucht te veel troep te hebben? Hoeveel mensen mijden de zolder of berging omdat deze helemaal vol staat met spullen die niet of nauwelijks gebruikt worden? Hoe vaak gebeurt het dat je met een nieuw kledingstuk thuiskomt en dat met de beste wil van de wereld niet meer in je kledingkast kwijt kunt?

We hebben veel spullen. Of het te veel is, is voor iedereen persoonlijk, maar dat het minder kan is eigenlijk wel zeker. Wie naar de piramide van Maslow kijkt, ziet daar de basisbenodigdheden staan: een dak boven je hoofd, voldoende eten en kleding om warm te blijven, is alles wat je nodig hebt voor je lichamelijke behoeften en een gevoel van veiligheid en zekerheid. Als we dat hebben, gaat Maslow gelijk naar de behoefte aan sociaal contact. De wens om meer spullen te verwerven komt daar niet in voor.

Veiligheid en zekerheid

Wat er volgens mij gebeurd is, is dat het verwerven van spullen synoniem is geworden voor veiligheid en zekerheid. We voelen ons pas zeker als we net zo’n grote auto hebben als de buren, als we net zoveel schoenen hebben als de filmsterren, als we in elke kamer een flatscreen hebben staan. We lezen status af aan bezittingen en status voelt veilig.

Dit heeft te maken met de tijden van schaarste uit de prehistorie. Bezittingen als een handbijl of speer konden je leven redden. Evolutionair zit de behoefte aan bezit redelijk ingebakken. Zelfs maar een paar generaties geleden was het hebben van schaarse goederen een noodzaak en geen teken van rijkdom of status. Dat maakt dat we ook nu nog zo slecht afstand kunnen doen van onze spullen. We kunnen het nog nodig hebben, al is het geen zaak van leven of dood meer.

Precies genoeg

Toch heb je waarschijnlijk veel minder nodig dan je denkt. Voor iedereen is de definitie van “genoeg” anders, maar als je eens kritisch om je heen kijkt zal je merken dat veel van je spullen eigenlijk alleen maar ruimte innemen en niet alleen in je huis, ook in je hoofd. Praat eens met mensen die net flink opgeruimd hebben en het eerste dat ze zullen zeggen is dat het hen zo opgelucht heeft.  Rommel om je heen geeft ook rommel in je hoofd. Zelfs, of misschien juist, als je spullen niet gebruikt, vragen ze veel energie van je. Denk maar eens aan al die keren dat je gedachten afdwaalden naar die overvolle zolder en de moed je in de schoenen zonk bij de gedachte daar “iets mee te moeten”.

Ruim dus alles op wat je niet gebruikt en wat geen speciale betekenis voor je heeft. Zo omring je je uiteindelijk alleen met de dingen waar je echt om geeft, die je gebruikt en die belangrijk voor je zijn. Je verlicht je leven door overbodige ballast weg te doen. Het gaat er niet om dat je alles, of zo veel mogelijk, wegdoet, alleen dat wat niet langer nodig is voor je. Op die manier kom je tot de ideale hoeveelheid spullen in je leven. Precies genoeg.

Erica Pierik

Erica Pierik (1975) is auteur voor Pioniers Magazine. Zij woont samen met haar man en twee katten in Amsterdam West. Samen kwamen ze erachter dat ze bewuster en duurzamer wilden leven, met een minder grote voetafdruk en met meer liefde voor de omgeving. Ze hebben daarom een paar jaar geleden een groot en duur appartement in Oud Zuid verruild voor een kleine, betaalbare woning in Bos en Lommer, zodat Erica haar stressmakende baan op kon zeggen. Nu werkt ze voor zichzelf als tekstschrijver (Buro Mani), heeft ze jaloersmakend lage hypotheeklasten en inspireert ze graag anderen om net als zij te leven volgens eigen kernwaarden.

Geef een reactie