Artikelen

Van ver van mijn bed tot ruimhartig gereguleerd immigratiebeleid

Voor ons vorige gezamenlijke artikel was de eer aan Rob van Drunen om een onderwerp te kiezen. Dat werd Artificial Intelligence, een onderwerp dat binnen zijn comfort zone lag. Dit keer zijn de rollen omgedraaid. Leida koos ervoor om het Immigratiebeleid onder de loep te nemen.

Vluchtelingen? Het raakt me niet en dat raakt me

Rob: Het is zondagmiddag. Vanuit mijn bed en bad heb ik vrijwel de hele NRC doorgespit. In Eindhoven is een elektrische auto ontwikkeld die zichzelf oplaadt, HPV16 blijkt alleen baarmoederhalskanker te verwekken bij aanwezigheid van het E7-gen, hoogopgeleide millennials kiezen in groten getale voor een traditioneel ambacht en pubermeisjes hebben niet door dat ze dezelfde kledingstijl dragen. Ik vind het allemaal interessant.

Dat ik het artikel ‘Leer vluchtelingen vooral ondernemen’ onbewust links heb laten liggen, realiseer ik me op dat moment nog niet. Op de foto staat Mohammed, een sympathiek ogende Syrische man, die van huis uit interieurdesigner is. Hij lijkt zich gelukkig te prijzen met de handdruk van een Nederlandse man die met zijn blote voeten in een waterbad zit. Het beeld veroorzaakt totale verwarring en kortsluiting bij mij. Laat maar.

“De vluchtelingenproblematiek raakt me gewoon niet,” zeg ik later die middag tegen mijn vriendin, die zelf van allochtone afkomst is en zonder haar familie – grotendeels op zichzelf aangewezen – in Nederland is opgegroeid. Ik schaam me dood. Want het is overduidelijk een van de grootste problemen van deze tijd. Zo af en toe zie ik beelden op het nieuws, zoals van de tientallen bootvluchtelingen die aan komen dobberen in Spanje en zich door een menigte van zonnebadende toeristen zo snel mogelijk uit de voeten maken. “Gelukkig,” denk ik, “ze hebben het gered.”

“‘Landje pik’ is altijd een geliefd spel geweest, om redenen van macht, prestige en zelfverrijking en dat bracht vaak ook weer een vluchtelingenstroom op gang.”

Immigratie en emigratie

Nederland is historisch gezien altijd een plek geweest waar mensen uit heel Europa welkom waren, of het nu was omdat men in eigen land het leven niet zeker was (Franse Hugenoten, Sefardische Joden) of omdat men op zoek was naar werk. De wereld was tot het begin van de 19e eeuw nog een gebied zonder staatsgrenzen. Je kon gaan en staan waar je wilde. Aan de ene kant zorgde dit er voor dat mensen weg konden als dat nodig was. Migratie is een natuurlijk verschijnsel daar waar voedseltekort of oorlog en onderdrukking het leven onmogelijk maken. Aan de andere kant hadden veroveraars vrij spel. ‘Landje pik’ is altijd een geliefd spel geweest, om redenen van macht, prestige en zelfverrijking en dat bracht vaak ook weer een vluchtelingenstroom op gang.

Staatsgrenzen zijn dus een betrekkelijk recent verschijnsel en hebben migranten onderverdeeld in twee categorieën: emigranten (inwoners die elders hun geluk gaan beproeven) en immigranten (degenen die van een ander land komen voor bescherming en werk). De VS en Canada, landen die ontstaan zijn als gevolg van een grote invasie van Europeanen, waarbij de oorspronkelijke bevolking gedecimeerd is, hebben nu een duidelijk immigratiebeleid ontwikkeld, met duidelijke criteria en procedures voor toelating. Nederland heeft dat tot nu toe niet gedaan. Wel worden regelmatig ad hoc maatregelen bedacht, als reactie op onvoorziene gevolgen van emigratie en immigratie. Eigenlijk is er steeds sprake van paniekvoetbal. Men neemt te weinig de ruimte om vooruit te denken, om de ontwikkelingen en voorspellingen serieus te nemen en te ageren in plaats van te reageren.

Reactief beleid eist zijn tol

De overheid heeft steeds achter de feiten aangelopen. Men voorzag bijvoorbeeld niet dat de gastarbeiders uit de jaren zestig zouden blijven en evenmin dat hun gezinnen zouden volgen. Als reactie daarop werden enerzijds restrictieve maatregelen genomen (een wervingsstop in 1973) en anderzijds uiteindelijk voorzieningen gerealiseerd zoals huisvesting, taallessen of passende gezondheidszorg (vooral in de jaren ‘80-‘90). Veel van deze voorzieningen zijn overigens intussen afgebouwd. Nederland had heel goede middelen ontwikkeld zoals voorlichtingsmateriaal in allerlei talen, goede taallessen, ondersteuning van vrouwen om hun plek in de samenleving te vinden, toeleiding naar werk, activiteiten voor jongeren, buurtagenten en migrantenwerkers.  Deze voorzieningen waren bepaald niet overbodig, maar het idee was ontstaan dat mensen het nu maar zelf moesten kunnen (de zelfredzaamheid doctrine). De gevolgen hiervan zijn nu goed zichtbaar in de samenleving. Veel burgers, vooral zij met minder opleiding en levend op de armoedegrens, redden het gewoon niet zonder ondersteuning. De grootste inkomende groep in de huidige arbeidsmigratie bestaat overigens uit Polen (160.000) en andere Oost-Europeanen en ook dit was niet voorzien.

Veel immigranten zijn afkomstig uit onze oude koloniën: 400.000 uit Indonesië vlak na WO-II, in de jaren zeventig kwamen veel mensen uit Suriname (nu zo’n 350.000) en rond 2000 uit de Antillen (nu 153.000). Daarnaast wonen er 400.000 Turkse en 350.000 Marokkaanse Nederlanders in ons land.

“In plaats van het huidige jojo-beleid, dat in feite geworteld is in angst, zou het goed zijn om bewust te kiezen voor een beleid van ruimhartige gereguleerde immigratie”

Vluchtelingen kwamen eerst vooral uit Oost-Europa (Hongaren, Tsjechen) en Chili. Zij werden met open armen ontvangen. In de jaren negentig kwamen ze uit ex-Joegoslavië en steeds meer uit Azië (Iran, Irak) en Afrika (Somalië, Ethiopië). In die periode werden de opvangvoorzieningen opgebouwd, vooral door het COA en Vluchtelingenwerk. De ontwikkeling ging met vallen en opstaan. De asielprocedure was slecht georganiseerd en duurde heel erg lang. Soms woonden mensen 8 jaar in een asielzoekerscentrum in afwachting van hun verblijfsvergunning. In het begin van de 21e eeuw kregen steeds meer vluchtelingen hun plek in de Nederlandse samenleving en werden de voorzieningen weer afgebouwd. In 2015, toen er steeds meer Syrische oorlogsvluchtelingen kwamen (11 miljoen Syriërs zijn gevlucht, waarvan overigens 90% in de eigen regio wordt opgevangen) en in hun kielzog ook andere migranten op weg gingen, moest enorm veel moeite gedaan worden om deze nieuwe vluchtelingen op te kunnen vangen. Allerlei noodvoorzieningen (tenten, sportzalen) werden geïmproviseerd. Dit jaar sluiten er al weer AZC’s en wordt personeel ontslagen. Het COA volgt voortdurend de aantallen asielzoekers die binnenkomen. Het is een zigzagbeleid met het steeds openen en sluiten van centra. Het gevolg hiervan is dat de goodwill in gemeenten verspeeld wordt, net als de contacten die opgebouwd zijn met de lokale bevolking en ook dat er een braindrain van expertise plaats vindt (ervaren personeel, artsen, psychiaters, onderwijzers) en goede voorzieningen afgebouwd zijn.

Chinese Fen, Braziliaanse Paula en de Italiaanse maffia

Rob: Mijn gedachten gaan terug naar toen ik een jaar of 14 jaar was. In mijn ouderlijk huis in Brabant was destijds Fen uit China bij ons te gast, op dat moment nog zonder verblijfsvergunning. Ik kan me niet herinneren dat we in het gezin spraken over waarom ze naar Nederland was gekomen en waarom ze destijds eigenlijk niet in Nederland mocht blijven. Wel kan ik me de vanzelfsprekendheid herinneren waarmee zij welkom was en zo lang bij ons kon blijven wonen als nodig was. Dat bleek een jaar te zijn.

Een paar weken geleden werd ik gebeld door Paula, een uitzinnig blije vriendin van mij, afkomstig uit Brazilië, net getrouwd met een Nederlandse man. Ze zijn de trotse ouders van een zoontje. Het goede nieuws: ze hadden haar verblijfsvergunning rond gekregen. Nou ja, in Nederland mag ze ‘officieel’ niet blijven. Daar was al eerder uitspraak over gedaan door de rechter. Terwijl ze net bevallen was en haar man met zijn bedrijf afhankelijk is van Nederland. Maar waar een wil is, is een weg. Die weg bleek de zogenaamde ‘Duitsland-route’: je schrijft je in op een Duits woonadres, koopt een Duitse auto en gaat vervolgens natuurlijk weer gewoon lekker in Nederland wonen. Zo, ook dat is weer geregeld.

Dankzij het magazine OneWorld en een recente aflevering van Zembla leer ik over de schimmige wereld van mensenhandel die gepaard gaat met grote groepen asielzoekers. Wist jij bijvoorbeeld dat de Italiaanse maffia 100 miljoen euro aan subsidie opstrijkt voor het runnen van AZC’s, ten gunste van grote villa’s en boten, terwijl de asielzoekers daar varkensvoer te eten krijgen? Of dat Habtom, de grootste mensenhandelaar, jaren geleden door Nederland is vrijgegeven en ondanks openlijke getuigenissen uit deze ‘paleizen’, zoals ze ironisch genoeg genoemd worden, nog steeds vrij rondloopt?

Tsja, het vluchtelingenprobleem, wat is dat eigenlijk? Hoe verhouden de Syrische Mohammed, Chinese Fen, Braziliaanse Paula en de mensenhandelaars zich tot elkaar? Wat moet er gebeuren? Kan het ook ANDERS????

Een ruimhartig gereguleerd immigratiebeleid

In Nederland zitten we nu in een vicieuze cirkel waarin de middelen die ontwikkeld zijn in de loop der jaren, steeds worden wegbezuinigd waardoor opnieuw het wiel uitgevonden moet worden. Een overbodige vorm van kapitaalvernietiging. In plaats van het huidige jojo-beleid, dat in feite geworteld is in angst, zou het goed zijn om bewust te kiezen voor een beleid van ruimhartige gereguleerde immigratie. Hoe zou dat eruit kunnen zien? Wat zijn belangrijke aandachtspunten in de discussie?

Alles begint met het maken van een helder onderscheid tussen de verschillende typen migranten, ook in discussies en debatten. In Nederland wonen veel mensen (en natuurlijk hun afstammelingen) die zich hier in de loop der jaren gevestigd hebben om allerlei verschillende redenen: ze zijn afkomstig uit de oude koloniën (Indonesiërs, Surinamers, Antillianen), kwamen hier als gastarbeider of door gezinshereniging (o.a. Italianen, Marokkanen, Turken), zijn gevlucht (o.a. Chili, Hongarije, Iran), zijn hier voor studie of zijn uitgenodigd voor werk (expats) of zijn gewoon hier omdat ze in de EU wonen en in Nederland werken (Polen). Een groot deel van deze mensen is Nederlander in de formele zin. Zij zijn er gewoon.

Het huidige debat gaat vooral over de volgende drie groepen nieuwkomers:

  1. Vluchtelingen volgens het Vluchtelingenverdrag van Geneve van 1951 die asiel zoeken vanwege oorlog, geweld of politieke onderdrukking.
  2. Economische migranten die op zoek zijn naar een beter leven voor henzelf en hun familie.
  3. Illegalen die geprobeerd hebben een verblijfsvergunning te krijgen maar niet gekregen hebben en terug zouden moeten naar hun land van herkomst.

Hieronder vind je de contouren voor een vernieuwend immigratiebeleid voor deze drie groepen.

  1. Vluchtelingen

Mensen die vluchten voor oorlog en geweld moeten opgevangen worden. Het is bekend om welke landen het gaat, waarbij Syrië op dit moment de kroon spant (11 miljoen vluchtelingen). Nederland onderschrijft het Vluchtelingenverdrag, dus deze mensen opnemen is geen punt van discussie, maar wel  hoe we dat doen en hoe actief we hierin zijn. Nederland blijft achter bij andere Europese landen als Duitsland, Frankrijk of Zweden. We hebben nu een ‘volgend’ en passief (COA)beleid: als er vluchtelingen aan de grens staan, moet er ineens van alles geregeld worden en als de aantallen dalen, worden voorzieningen weer afgebouwd. Dit is heel inefficiënt en ook onbegrijpelijk. Beter is een actieve, stabiliserende en evenwichtige aanpak. Dat betekent:

  • Houd geschikte opvanglocaties in stand inclusief deskundig personeel en connecties met de lokale omgeving en baseer de capaciteit op een bepaald niveau, bijvoorbeeld 40.000 per jaar[1]. Daarmee wordt continuïteit in de bedrijfsvoering gebracht.
  • Wanneer het aantal vluchtelingen dat zelf aankomt in ons land, in een bepaald jaar lager is dan dit niveau, gaat Nederland vluchtelingen uitnodigen, bijvoorbeeld mensen uit Turkije halen zoals beloofd is in de Turkije-deal. Of mensen weghalen uit de rampzalige opvanglocaties in Griekenland of Italië. De eerste screening door de IND kan ter plekke gebeuren. Een idee is om mensen met een paspoort voorrang te geven (dan gaat het sneller voor de IND en kan de ‘slechte’ gewoonte om het paspoort te vernietigen, misschien verminderen).
  • Als het aantal binnenkomende vluchtelingen op een bepaald moment hoger mocht zijn dan het aantal dat is vastgesteld, moeten er tijdelijk extra voorzieningen komen (want vluchtelingen moet je altijd opnemen) en wordt het extra uitnodigen stopgezet tot het aantal ‘zelf-komers’ weer gedaald is.
  • Op deze manier creëren we stabiliteit, behouden we een goede kwaliteit van de opvang, kan beter gewerkt worden aan integratie en kunnen we ook een mooi voorbeeld zijn voor Europa.
  1. Economische migranten

Deze groep asielzoekers vormt zich vanwege de slechte levensomstandigheden in hun eigen land.  Armoede, werkeloosheid, geen toekomstperspectief leiden tot een uittocht van meestal jongemannen die voor zichzelf en hun familie meer inkomen willen verwerven in de droom Europa. Precies zoals de Europeanen naar Amerika of Australië vertrokken om een nieuw leven op te bouwen. In de VS wonen bijvoorbeeld veel mensen van Ierse afkomst. Hun voorouders zijn geëmigreerd vanwege de grote hongersnood halverwege de 19e eeuw.  Hoe begrijpelijk ook, het is wel belangrijk om economische immigratie goed te regelen. Belangrijke elementen daarin zijn:

  • Investeringsbeleid in economie, gezondheid en educatie in die landen waar de armoede hoog is en waar veel jonge mensen weg willen. Daar de mogelijkheid te krijgen je te ontwikkelen en een inkomen te verwerven, is erg belangrijk. Geld niet aan de overheid geven, maar aan lokale NGO’s die samenwerken met de overheid.
  • Marktconform werken volgens vraag en aanbod: als hier een tekort is aan bepaalde arbeidskrachten, kunnen mensen immigreren, zoals dat nu ook gebeurt met expats. Dat betekent:
    • Continue landelijke inventarisatie van (verwachte) tekorten in bepaalde sectoren zoals een tekort aan buschauffeurs, technici, onderwijzers, verplegend personeel, bouw.
    • Eerst kijken of en hoe werklozen (o.a. vluchtelingen!) in Nederland hierop ingezet kunnen worden en welke (bij)scholing hiervoor nodig is.
    • Als daar een tekort dreigt (en de prognose voor de ‘grijze druk’ in 2050 is meer dan 50%…)[2] , kunnen immigranten uitgenodigd worden.
    • In de gekozen landen wordt de ambassade/het consulaat ingericht als plek om zich aan te melden voor werk en wordt bekeken/geregeld wat dat vereist zoals het benodigde opleidingsniveau en het leren van de taal (Engels/Nederlands). Als mensen op deze wijze immigreren krijgen ze gewoon een verblijfsvergunning.
    • In Nederland wordt ook een inwerkprogramma voor hen geregeld.
  • In de landen informatie (laten) geven over de negatieve kanten van de ‘Europa-droom’ inclusief de gevaren tijdens de tocht en hoe zonde het is om het schaarse spaargeld daaraan te besteden. Dit kan mede gedaan worden door ‘spijtoptanten’ die daarmee wat geld kunnen verdienen (educatief programma: wat kun je beter doen met je spaargeld)
  1. Illegalen

Op dit moment wordt het probleem van mensen die uitgeprocedeerd zijn en niet terug kunnen naar hun thuisland, erg zichtbaar. Het probleem is bepaald niet nieuw. Al decennia worden mensen, vaak vrouwen en kinderen, op een treinstation afgezet door de IND: ziet u maar dat u zo snel mogelijk het land verlaat. De omvang van de groep die het betreft, is wel groter geworden. Bovendien zijn veel van de (in)formele hulpvoorzieningen ook in de illegaliteit terecht gekomen zodat wanhoop regeert en mensen mede daardoor tot gevaarlijke daden kunnen komen.

Naast afgewezen asielzoekers bestaat de groep mensen zonder een geldige verblijfsvergunning ook uit vreemdelingen wiens vergunning is verlopen, buitenlandse vrouwen met kinderen die door hun (Nederlandse) partner zijn weggestuurd voordat ze recht kregen op een onafhankelijke verblijfsvergunning, slachtoffers van mensenhandel die geen aangifte hebben durven doen, staatlozen die niet kunnen terugkeren naar het land van geboorte, familieleden van migranten die zorg behoeven en die in het herkomstland niet kunnen krijgen. In Nederland verblijven veel mensen zonder een geldige verblijfsvergunning. De schattingen lopen uiteen, maar het zijn er zeker enkele tienduizenden.

Een mogelijke weg voor afgewezen asielzoekers is om op een nieuwe wijze met landen van herkomst te onderhandelen (bijvoorbeeld door een programma voor economische ontwikkeling en emigratie aan te bieden) en vrijwillige terugkeer meer te promoten en te begeleiden. Voor andere groepen mag de hulpverlening meer opgetuigd worden in de richting van het zoeken van een rechtvaardige oplossing. Laat ze niet eindeloos ‘hangen’ in niemandsland. Het kinderpardon is een goed voorbeeld van een rechtvaardig beleid. Evenals het opvangen van slachtoffers van mensenhandelaars (en die criminelen zelf meer oppakken).

Tot slot: een pijnlijk nieuw begin

Met een verblijfsvergunning ben je er nog niet. Eigenlijk begint het dan allemaal pas. De weg van integratie in de Nederlandse samenleving is lang en vaak ook erg pijnlijk voor de nieuwkomers. Het lukt waar je met open handen en hart ontvangen wordt, zoals Fen uit China of via initiatieven waarin nieuwkomers begeleid worden op hun pad. Maar er is ook veel sprake van isolement en discriminatie. Je moet keihard werken om er te komen.  Ook voor andere Nederlanders is er werk aan de winkel: integratie gaat niet vanzelf, de samenleving en haar inwoners moet zich openstellen en mee willen veranderen in de nieuw ontstane situatie. Dit hele integratieproces zal in een van onze volgende artikelen aan de orde komen.

——————–

[1] In de afgelopen decennia liep het aantal asielaanvragen per jaar sterk uiteen. In 1994 deden ruim 50.000 mensen een asielaanvraag, tot 2001 lag het aantal asielaanvragen voortdurend boven de 20.000. In de jaren daarna schommelt het aantal tussen de 10.000 en 15.000 per jaar, in 2015 stijgt het aantal aanvragen naar bijna 60.000.In 2016 is dat weer drastisch gedaald.

[2] De grijze druk is de verhouding tussen het aantal 65 plussers en de productieve beroepsbevolking.

Leida Schuringa

Leida Schuringa schrijft voor Pioniers Magazine. Zij werkt als partner bij CHE-Synnervate en is auteur van verschillende boeken o.a. Omgaan met diversiteit; Projectmatig werken voor de non-profit sector en Community Empowerment in a developing country. Haar ervaring ligt in de non-profit sector en ontwikkelingssamenwerking. Op dit moment is zij met name actief in Tsjechië en Malawi. Leida is socioloog, gecertificeerd (leer)supervisor, integral coach (ICC), trainer en adviseur. Zij specialiseerde zich in Spiral Dynamics integral (www.spiraldynamicsintegral.nl) en is geïnteresseerd in de toepassing ervan op maatschappelijke vraagstukken. Haar specifieke expertise ligt vooral op het terrein van community empowerment en haar passie is een bijdrage te leveren aan samenwerking tussen mensen met allerlei verschillende achtergronden.

Geef een reactie