Artikelen

De doodlopende weg in de gezondheidszorg

Het lijkt wel alsof in de gezondheidszorg elk jaar na de zomer de noodklok geluid wordt. Het geld is op, GGZ instellingen bereiken het plafond van de budgetten en ieder jaar is er weer het getouwtrek over de verhoging van de ziektekostenpremies en het eigen risico. Aan de ene kant willen we meer geld uitgeven om goede zorg te leveren en aan de andere kant moet de hand op de knip omdat alles onbetaalbaar wordt.

We voeren discussies over de geldverslindende protocollen en verslagleggingscultuur, we praten zo af en toe over de belachelijke salarissen van managers in de zorg en ook wordt er nog weleens wat aandacht gegeven aan fraude, maar ik hoor maar heel weinig over de echte mogelijkheden waarmee we in de gezondheidszorg veel leed en geld zouden kunnen besparen: een koerswijziging in de geneeskunde van symptoombestrijding naar preventie en het behandelen van de echte oorzaken van ziekte.

Beetje bij beetje wordt duidelijk dat we in de Westerse wereld in de gezondheidszorg in het algemeen en in de geneeskunde in het bijzonder een weg in geslagen zijn die niet leidt naar een gezondere samenleving. Het is een weg die doodloopt, of verzandt in symptoombestrijding, dure diagnostiek en technologische hoogstandjes om mensen van kwalen te verlossen. Meer en meer lijken we het slachtoffer te worden van onze ‘vooruitgang’ in de benadering van ziekte en gezondheid. De generatie van voor de oorlog werd steeds ouder, maar we zien nu een generatie die steeds zieker oud wordt.

“In de wetenschap (en misschien ook heel voorzichtig in de medische wereld) is het inmiddels wel duidelijk dat de mensheid lijdt aan welvaartsziekten, ziekten die we niet kunnen genezen met een pilletje of ‘gemaksoplossingen’. De sleutel ligt niet meer in de technologie, maar in gedragsveranderingen.”

Gedrag als medicijn

Wat is er nog over van het idee van de afgelopen 50 jaar dat er voor elke aandoening wel een medicijn gevonden zal worden? Is het überhaubt nog wel mogelijk om vanuit deze gedachtegang een oplossing voor ziektes zoals kanker en diabetes te vinden? In de wetenschap (en misschien ook heel voorzichtig in de medische wereld) is het inmiddels wel duidelijk dat de mensheid lijdt aan welvaartsziekten, ziekten die we niet kunnen genezen met een pilletje of ‘gemaksoplossingen’. De sleutel ligt niet meer in de technologie, maar in gedragsveranderingen.

Daar ligt nu net het probleem. Er is in de medische wereld vrijwel geen aandacht voor het proces dat aan ziekte voorafgaat. Sterker nog: wie zich meldt bij een arts met vage, nog niet zo heel duidelijke klachten, wordt vaak naar huis gestuurd met de mededeling dat alles goed is. De normaalwaarden van bloedonderzoek zijn zo vastgesteld dat alleen mensen die al op de bodem van de put zitten, gediagnosticeerd worden als zijnde ziek. Waar is de aandacht voor preventie? Hoe kunnen we het proces van het ontstaan van ziekte beïnvloeden, of liever nog: vóór zijn?

Ons kent ons

Dat er voor preventie in de geneeskunde nog veel te weinig aandacht is, zou voor een deel verklaard kunnen worden doordat onze huidige generatie medici opgeleid is vanuit een paradigma dat louter gericht is op het achteraf ‘genezen’ van ontstane aandoeningen door middel van symptoombestrijding.

Deze ontwikkeling is voor een belangrijk deel het gevolg van de dikke vinger in de pap van de farmaceutische industrie bij de ontwikkeling van nieuwe ‘geneesmiddelen’. Er hangt nu eenmaal veel af van de financiële mogelijkheden bij de ontwikkeling van nieuwe behandelmogelijkheden. (Ik zie de groenteboer nu eenmaal niet als potentiële sponsor van een medische faculteit.)

Tel daarbij op dat er in de medische wereld ook sprake is van een bepaalde cultuur (positieve uitzonderingen daargelaten), die al begint bij de arts in opleiding. Het is een hele prestatie om jezelf als student geneeskunde buiten de traditionele studentenvereniging toch staande te houden binnen de geldende normen en waarden van de beroepsgroep. (Goh, wat zeg ik dit netjes!)

Deze buitenbeentjes zijn nu ook net niet de mensen die vasthouden aan de oude opvattingen of zich in de media laatdunkend uitlaten over andersdenkenden. Nee helaas, het zijn nog maar al te vaak de zelfingenomen (mag ik zeggen arrogante?) traditioneel denkende leden van het establishment die de dienst uitmaken.

Deze situatie geldt niet alleen binnen de gezondheidszorg, ook in de politiek en de media is er maar weinig ruimte voor nieuwe geluiden. Binnen deze ‘ons kent ons cultuur’ worden nieuwe ideeën maar al te vaak luidkeels weggezet als flauwekul en kwakzalverij. Als je maar hard genoeg schreeuwt, gaan mensen je misschien wel geloven. Zo werd onlangs door de uitlatingen van ondermeer Prof. Dr. Jos van der Meer over de homeopathie nog erg duidelijk hoe er op zijn niveau gedacht wordt over een andere benadering van gezondheid.

Het feit dat onze demissionaire minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport mevrouw Edith Schippers bijna kind aan huis is bij de vereniging tegen de kwakzalverij is veelzeggend. Het geeft aan dat men, net als in de geneeskunde, ook in de politiek vasthoudt aan oude paradigma’s. Ook al is er inmiddels meer dan voldoende wetenschappelijk bewijs dat we een doodlopende weg bewandelen.

Nieuwe geluiden

Dankzij internet zijn de nieuwste wetenschappelijke onderzoeken toegankelijk geworden voor een groeiende groep mensen. Dat maakt het voor medici en beleidsmakers niet makkelijker. Zij hebben de keuze om met de nieuwe stromingen mee te bewegen of zich af te zetten en zich te verdedigen. Wat is er dan logischer om de aanval te kiezen als de beste verdediging? Toch is de kans groot dat deze tactiek uiteindelijk als een boemerang bij de aanvaller terugkeert.

Het maakt het er voor de consument allemaal niet duidelijker op. De oudere generatie die gewend is dat artsen en professoren het allemaal beter weten, zullen zonder twijfel de oude adviezen blijven opvolgen. De jongere en bewustere generatie komt in verzet en trekt zijn eigen plan. Deze hele ontwikkeling is een enorme voedingsbodem voor nieuwe ‘leiders’: de gezondheidsgoeroes (die elkaar nogal eens tegenspreken).

Je moet je daarom op dit moment als gezondheidsleek maar een weg zien te banen in het oerwoud van informatie. Voor velen is dit allemaal teveel en te ingewikkeld, ik zie dan ook een soort informatiemoeheid ontstaan door het getouwtrek om wie er gelijk heeft. Wanneer je er vanaf een afstandje naar kijkt, is het een soort geciviliseerd apenrotsgedrag. In plaats van de vroegere fysieke krachtmeting, is het nu een intellectuele krachtmeting geworden om de hiërarchie binnen de groep te bepalen.

Toch zie ik de huidige ontwikkelingen als positief. Het ongenuanceerde geschreeuw van een kleine groep aanhangers van de oude orde, wordt door een groter wordende groep betrokken mensen niet meer geaccepteerd. Het is tijd voor meer openheid en transparantie. Alhoewel we ons af kunnen vragen in hoeverre we bij de neus genomen worden door ‘fake news’. Het is te hopen dat verborgen zaken echt aan het licht komen, dat misselijkmakende ontgroeningsrituelen publiekelijk veroordeeld zullen worden en dat er geen ruimte meer is voor achterkamertjes politiek. De tijd van een nieuw geluid aan de top is aangebroken. We zijn toe aan nieuwe leiders die keuzes baseren op transparantie en integriteit.

Yvonne van Stigt

Yvonne van Stigt is auteur voor Pioniers Magazine. Zij is evolutionair gezondheidsdeskundige en wordt veel gevraagd als spreker voor congressen en lezingen. Zij is afgestudeerd in de klinische Psycho Neuro Immunologie aan de Universiteit van Gerona (Spanje). Daarnaast heeft zij vijf boeken geschreven en de Oerslank organisatie opgericht. Op dit moment is Yvonne als hoofddocent betrokken bij de opleiding Orthomoleculair Epigenetisch therapeut.

Geef een reactie