Artikelen

Als hoogsensitiviteit een burn-out wordt

Misschien heb je er nog nooit van gehoord, hoogsensitiviteit ofwel hooggevoeligheid, maar de kans is groter dat je er weleens iets over gelezen hebt, of er misschien zelf last van hebt. Het lijkt wel alsof het steeds vaker voorkomt en misschien is dat ook wel zo. De mensen die er last van hebben, worden vaak afgeschilderd als ‘overgevoelig,’ wat toch echt een andere emotionele lading heeft dan hooggevoelig. De term ‘overgevoelig’ heeft voor mij een negatieve en ietwat denigrerende bijklank.

Wat is dat nu eigenlijk, hoogsensitiviteit? Hooggevoelige mensen (ook wel HSP of Hoog Sensitieve Personen genoemd) hebben gevoeligere zintuigen dan de gemiddelde mens. Zij ruiken beter, horen beter, voelen beter en zien soms ook beter. Het hele zenuwstelsel staat gevoeliger afgesteld, maar wat het meeste opvalt is dat juist het gevoel sterker ontwikkeld is. Dan bedoelen we niet de tastzin, maar het invoelen van mensen en sociale situaties. Juist dit extra ontwikkelde gevoel maakt hooggevoeligheid heel bijzonder. Toch is er ook een keerzijde, meerdere zelfs.

Nestvlieders

Hoogsensitieve mensen voelen vaak precies wat er in hun lichaam gebeurt en zijn pijngevoeliger. Ze hebben last van allerlei prikkels en hebben daarom meer structuur en rust nodig. Voor mensen die niet hooggevoelig zijn, komt dit nogal vreemd over. Je wordt daarom als HSPer vaak gezien als aansteller.

In mijn boek Oerslank noem ik hoogsensitieve mensen ‘nestvlieders’. Vergelijkbaar met kieviten die hun nest bouwen op een open akker, in tegenstelling tot merels die hun nest hoog in een boom bouwen, of in een dakgoot. Zij worden nestblijvers genoemd. De naam zegt het eigenlijk al, nestvlieders zijn niet veilig in het nest en moeten zich zo snel mogelijk uit de voeten kunnen maken. Zij kunnen al binnen een paar uur nadat zij uit het ei komen het nest ontvluchten.

Bij mensen werkt het net zo. Kinderen die in een onveilige situatie geboren worden, moeten zorgen dat ze zichzelf in veiligheid kunnen brengen. Zij ontwikkelen een gevoelig afgesteld zenuwstelsel om het gevaar op tijd aan te zien komen. Deze kinderen kunnen vaak heel snel lopen, maar zijn ook in staat om anderen te ‘lezen,’ om te beoordelen of mensen wel betrouwbaar zijn.

Niet alleen het zenuwstelsel is gevoeliger afgesteld, ook het immuunsysteem wordt anders (strenger) geprogrammeerd. Dat heeft voordelen in het geval van het weren van pathogenen (gifstoffen), maar het kan heel makkelijk ontaarden in auto-immuunaandoeningen [1]. Er zijn meerdere onderzoeken die aantonen dat een zogenaamd ‘early life trauma’ gerelateerd is aan het ontstaan van auto-immuniteit [2].

“Hoogsensitiviteit ontstaat dus meestal in de vroege jeugd (van jou of van je voorouders) als een overlevingsstrategie. Deze heeft zeker zijn nut gehad in de onveilige situatie van toen. De keerzijde is dat je lichaam blijft hangen in de stress-stand. Omdat het zo vroeg in het leven gebeurt, ontstaat er een neurologische programmering waarbij je lichaam op adrenaline draait.”

‘Early life trauma’

‘Early life stress’ of ‘early life trauma’ zijn omstandigheden waarbij je als baby geconfronteerd wordt met een onveilige situatie waar je niet uit of aan kunt ontsnappen [3.] Nu kan een baby nooit ontsnappen aan onveiligheid zonder de hulp van een volwassene, bij voorkeur de moeder. Alle onveilige gebeurtenissen waarbij de belangrijkste volwassene (de moeder) niet in staat was om de baby veiligheid te geven, kun je daarom kenmerken als traumatisch.

De meeste mensen hebben geen weet van eventuele onveiligheid in hun babytijd, of zelfs van voor de geboorte. We hebben nu eenmaal geen herinneringen aan die tijd. Nu moeten we niet meteen denken aan vreselijke gebeurtenissen die trauma’s veroorzaken. Een trauma kan al veroorzaakt worden door kleine dingen die volwassenen misschien niet als traumatisch beschouwen.

Zoals wanneer een moeder ziek wordt in de kraamtijd en opgenomen wordt in het ziekenhuis, een postnatale depressie heeft, emotioneel onbeschikbaar is of weinig aandacht aan het kind besteedt. Veel stress in het gezin gedurende de eerste levensjaren kan traumatisch zijn voor het kind. Zo kan ook een ziekenhuisopname van de baby, een couveusetijd of iets dergelijks, als traumatisch ervaren worden. Hetzelfde geldt voor een verhuizing waarbij de baby belangrijke personen moet achterlaten, of een echtscheiding.

De bekendste traumapsychiater Bessel van der Kolk legt in zijn boek ‘Traumasporen’ uit hoe een trauma ontstaat. Het is opmerkelijk dat er geen trauma ontstaat wanneer je in een onveilige situatie in staat bent om te vluchten of te vechten. Dit zijn de evolutionair vastgelegde manieren om te overleven en de stressreactie uiteindelijk te beëindigen. Wanneer de vlucht- of vechtreactie niet mogelijk is, zal er een trauma ontstaan, met alle gevolgen van dien.

Geprogrammeerd om alert te zijn

Ook is het mogelijk dat je hoogsensitief bent geworden door de hoogsensitiviteit van je moeder. In dat geval heeft zij door een ‘early life trauma’ in haar jeugd niet de capaciteit gehad om zich optimaal met jou te verbinden en je een veilige start in het leven te geven.

Hoogsensitiviteit ontstaat dus meestal in de vroege jeugd (van jou of van je voorouders) als een overlevingsstrategie. Deze heeft zeker zijn nut gehad in de onveilige situatie van toen. De keerzijde is dat je lichaam blijft hangen in de stress-stand. Omdat het zo vroeg in het leven gebeurt, ontstaat er een neurologische programmering waarbij je lichaam op adrenaline draait. Omdat je geprogrammeerd bent om alert te zijn, zal je lichaam moeite hebben om tot rust te komen. Het zenuwstelsel staat al op scherp bij de minste of geringste dreiging. Het zal je niet verbazen dat je daarmee afstevent op een burn-out. Dat is niet iets waar je schuldig aan bent, je bent eigenlijk slachtoffer van de omstandigheden. Dat betekent echter niet dat je in de slachtofferrol hoeft te stappen. Je kunt er wel degelijk iets aan doen om het te veranderen.

“Het klinkt misschien gek, maar met gesprekstherapie of cognitieve gedragstherapie bereik je niet wat je met een fysieke aanpak wel voor elkaar krijgt. Als je begrijpt hoe de hersenen bij een traumatische ervaring reageren, is het niet zo vreemd dat praten over traumatische ervaringen niet werkt.”

Een fysieke aanpak

Om met de constante alertheid te leren leven en deze om te buigen, is het raadzaam om eerst uit te zoeken wat de bron van jouw ‘early life stress’ geweest kan zijn. Wat is er precies gebeurd in je vroege jeugd, of in de vroege jeugd van je moeder, waardoor je systeem zo alert geworden is? Soms kun je dat gewoon aan je ouders vragen, maar als dat niet gaat is hypnotherapie of systemisch werk een optie. Wanneer je weet waar het vandaan komt, kun je beginnen met het helingsproces.

Het klinkt misschien gek, maar met gesprekstherapie of cognitieve gedragstherapie bereik je niet wat je met een fysieke aanpak wel voor elkaar krijgt. Als je begrijpt hoe de hersenen bij een traumatische ervaring reageren, is het niet zo vreemd dat praten over traumatische ervaringen niet werkt. Tijdens een trauma wordt namelijk het spraakcentrum in de hersenen uitgeschakeld. Het brein schakelt dan over van het cognitieve naar het emotionele brein. Praten over nare ervaringen helpt dus niet zo veel, lichamelijke therapieën des te meer [3].

Je kunt de alertheid van je systeem beïnvloeden met mindfulness, yoga, de MIR methode, zingen, dansen, Tai-Chi, ritmische sportbeoefening, EMDR, ademhalingsoefeningen of lichaamswerk. Dat zijn de manieren om de neurale sporen in je brein om te leiden. Om een nieuw systeem aan te leggen, een reactiepatroon van je zenuwstelsel gebaseerd op veiligheid. Daarmee herprogammeer je jezelf, en dat is genezing.

Referenties

  1. Stojanovich L, Marisavljevich D. Stress as a trigger of autoimmune disease. Autoimmun 2008 Jan;7(3):209-13. doi: 10.1016/j.autrev.2007.11.007. Epub 2007 Nov 29.
  2. Shanta R. Dube, DeLisa Fairweather, William S. Pearson, Vincent J. Felitti, Robert F. Anda, Janet B. Croft, Cumulative Childhood and Autoimmune Diseases in Adults, Psychosom Med. 2009 Feb; 71 (2): 243-250
  3. Bessel van der Kolk, Traumasporen ISBN 9789463160315 Uitgeverij Mens!

 

Yvonne van Stigt

Yvonne van Stigt is auteur voor Pioniers Magazine. Zij is evolutionair gezondheidsdeskundige en wordt veel gevraagd als spreker voor congressen en lezingen. Zij is afgestudeerd in de klinische Psycho Neuro Immunologie aan de Universiteit van Gerona (Spanje). Daarnaast heeft zij vijf boeken geschreven en de Oerslank organisatie opgericht. Op dit moment is Yvonne als hoofddocent betrokken bij de opleiding Orthomoleculair Epigenetisch therapeut.

Geef een reactie